
“Dat stukje land daar is heilige grond” zegt Noam tegen me als we vanaf de berg Herodion over het terrein van Sde Bar uitkijken in de Woestijn van Judea. Het met stenen bezaaide, rommelige terrein wekt bij mij niet echt heilige associaties op als ik er zo voor het eerst op neerkijk, maar dat zal nog snel veranderen…
Noam Lowry is pr-man voor Sde Bar, een soort mix van nederzetting en boerderij in Judea waar aan lager wal belande jongeren weer een leven kunnen opbouwen. Hij kan wel mooie verhalen vertellen over deze plaats, maar het liefst nodigt hij mensen uit om zelf te zien wat er gebeurt. En dat hebben we gedaan.
Met een gepantserde jeep, die vanwege de tocht langs Arabische dorpjes helaas noodzakelijk is, worden we door Noam opgehaald in Jeruzalem. We rijden zo’n 40 minuten over een stukje dat lijnrecht misschien 8 minuten hoeft te duren, maar het is veiliger een omweg te maken, dus rijden we helemaal om Bethlehem heen.
De jeep, leer ik, is een gift van Christenen voor Israël in België. Na en kort uitstapje onderweg bij de Herodion, een in opdracht van Herodes opgeworpen kegelvormige berg met een fort erin en op te top, rijden we het terrein van Sde Bar op. Het eerste wat ik zie is een veldje bezaaid met roestige resten van auto’s en apparaten, losse planken, stenen, stenen en nog eens stenen. Een puinzooi dus.
Er staat een aantal loodsen en schuren van hout, beton en golfplaten en in het midden staat een groep aftakelende stacaravans. Een metalen watertoren markeert het geheel. Niet bepaald indrukwekkend dus. Maar zonder hier een woord over te zeggen neemt Noam ons mee over het terrein en vertelt wat er hier precies gebeurt. En al vertellende wordt het terrein dat op het eerste gezicht zo chaotisch aandoet steeds indrukwekkender en ja… zelfs heilig.
Activiteiten
“Sde Bar is in de eerste plek een thuis,” vertelt Noam. “De jongens die hier wonen zijn geen ‘zielige gevallen’. Ze zijn geen cliënt. Ze zijn trots op zichzelf en geloven in zichzelf. Dat is wat we hier bereiken.” Hoe dat dan in z’n werk gaat laat Noam zien door ons langs de diverse activiteiten te leiden die in Sde Bar plaatsvinden.
Zo zien we onder èèn van de golfplaten bouwsels een werkplaats waar een aantal prachtige sierhekken staan en hangen in verschillende stadia van voltooidheid. “Eèn van de jongens ontdekte dat hij iets wilde doen met metaal,” legt Noam uit. “Dus hij is op een lascursus gegaan en heeft geleerd om met metaal te werken. Nu krijgt hij opdrachten voor het maken van sierhekken en traliewerk voor ramen.”
Naast de metaalwerkplaats staat de stal voor de geiten en schapen. Als we binnenkomen zien we zo’n 100 stuks vee. Er zijn veel lammetjes. Noam vertelt dat ze hier begonnen zijn met een paar geitjes. De jongens hebben zelf geleerd om een fokprogramma op te zetten. Jaarlijks komen er nieuwe rammen om inteelt te voorkomen. Van een dierenarts hebben de jongens geleerd welke ziekten er bij geiten en schapen voorkomen en hoe ze die kunnen behandelen en voorkomen.
Bijna dagelijks wordt de kudde uitgelaten door een van de jongens. Het melken ging lange tijd met de hand, maar de jongens van de stal hebben samen met de jongens van de metaalwerkplaats een melkinstallatie gebouwd. Het stalen frame biedt ruimte aan zo’n tien geiten die tegelijkertijd kunnen worden gemolken. Wat de jongens niet zelf konden bouwen hebben ze gekocht. Zo hebben de jongens een professioneel veebedrijf weten op te bouwen.
De melk van de geiten wordt verwerkt tot kaas en yoghurt die in plaatselijke winkels wordt verkocht. Helaas voldoet het gebouwtje waar de melk wordt verwerkt niet aan de eisen van het ministerie voor volksgezondheid om de kaas landelijk te distribueren. Daar hebben ze een nieuw gebouw voor nodig. Christenen voor Israël in Duitsland is momenteel bezig om hiervoor geld in te zamelen. We lunchen met Noam en eten brood met diverse soorten geitenkaas. Best lekker!
Al etende leren we dat de kaas gekruid wordt met kruiden die de jongens ook zelf verbouwen. Er worden ook paarden getraind op Sde Bar. Ongetemde jonge dieren worden door de jongens getraind, zodat ze geschikt zijn om bereden te worden of voor een wagen te lopen. Het omgaan met de dieren maakt dat de jongens zichzelf ook beter gaan begrijpen.
Als we nog een werkplaats hebben bezocht waar apparaten worden gerepareerd, lopen we langs de watertoren. Er is een rond zwembad onder de toren met een duikplank erbij. Noam vertelt: “Eèn van de jongens wilde graag een zwembad en is toen begonnen met graven. Hij hield niet op tot er een gat was van vier meter diep met een diameter van vijf meter. De wanden van dat gat heeft hij besmeerd met beton en blauw geschilderd. Nu hebben we een zwembad!
Een andere jongen kon niet zwemmen, maar wilde wel graag en sprong er hing er een touw in, zodat hij zich daaraan kon optrekken. Langzamerhand leerde hij duiken en nu kan hij wel schoonspringer worden!” “De jongens die hier komen hebben vaak de keuze gekregen: òf je gaat naar de gevangenis òf je kunt naar Sde Bar. Als ze hier komen hoeven ze niets. We laten ze zelf ontdekken dat ze geen nietsnutten zijn.
Strakke discipline roept vaak alleen maar vijandigheid op. Dus ze liggen dan een week te slapen en kijken wat televisie, maar dat gaat uiteindelijk vervelen en dan gaan ze kijken wat de andere jongens doen. Die nemen zo’n jongen dan op sleeptouw tot hij zelf ontdekt wat hij wil doen en langzamerhand ook verantwoordelijkheid gaat dragen over zijn project.”
‘Het komt wel goed’
Het groeit in me. Ik kan het niet anders uitdrukken. Een diepe bewondering voor de logica en de effectiviteit waar jongeren hier in Sde Bar worden opgevangen als in een gezin en leren om zichzelf te ontplooien en in zichzelf te geloven. Noam vertelt ook hoe alle jongens hier als ze aankomen een puppy krijgen uit het asiel. Daar moeten ze dan zelf voor zorgen. “Dat puppy is een beetje zoals zij:” legt Noam uit. “Verstoten en opnieuw aangenomen.”
Naast de Jeep uit België en hopelijk het nieuwe gebouw voor de verwerking van de geitenmelk, heeft Sde Bar ook uit Nederland een hoop geld gekregen van Christenen voor Israël. Er is met dit geld niet opgeknapt of aangeschaft. Noam vertelt: “Van de overheid krijgen wij een bijdrage waarmee we in totaal 14 jongens kunnen onderhouden. Dankzij de steun van Christenen voor Israël kunnen we nu aan 30 jongens hulp bieden.”
Voordat we weggaan spreken we nog met Jossi Sadeh, de oprichter van Sde Bar. Noam vertelde hoe er eens een jongen was die elke nacht nog in z’n bed plaste. ’s Nachts ging hij er dan om vier uur uit om zijn lakens te wassen zodat niemand het zou ontdekken. Maar het werd toch ontdekt en de jongens pestten hem er natuurlijk mee.
Toen is Jossi op een nacht bij zijn caravan gaan zitten wachten tot hij naar buiten kwam. Toen hij kwam met z’n lakens, heeft hij hem beetgepakt en omhelst en hem een half uur lang gezegd: “Het geeft niet. Het komt wel goed. Het geeft niet…” Die nacht was de laatste nacht dat die jongen in zijn bed plaste.
Jossi zelf is niet zo goed in Engels, maar wil toch zijn zegje doen. Stamelend en zoekend naar woorden uit hij zijn dankbaarheid voor het werk van Christenen voor Israël. Maar dan zegt hij: “Dit land… het huilt, het schreeuwt. Ik heb het gevoel dat er snel iets groots staat te gebeuren. Mensen van over de hele wereld horen die schreeuw en komen naar dit land om het te helpen.” Voelt deze diep gelovige Jood de komst van de Messias aan? Proef ik zijn verlangen? Ik wordt in elk geval nog warmer van binnen dan ik al was na het zien van zoveel moois. En dan besef ik het ook: dit is heilige grond!