In gesprek met Harry Kney-Tal, de Israëlische ambassadeur in Nederland
Het is al weer bijna anderhalf jaar dat Harry Kney-Tal in ons land werkzaam is als de Israëlische ambassadeur. Een taak die hij zeer serieus neemt. Hij is enorm gemotiveerd om de emotionele verbondenheid tussen Israël en Nederland nieuw leven in te blazen. Israël Aktueel had een gesprek met deze ambassadeur die zo voortvarend te werk gaat.
Wat kunnen we de komende tijd van u verwachten?
“Komend jaar vieren we de 60ste verjaardag van Israëls onafhankelijkheid. We zijn jullie organisatie erg dankbaar dat jullie deze tour door alle twaalf provincies van Nederland organiseren. Hopelijk kunnen we de mensen motiveren om bij te dragen aan de versterking van de traditionele vriendschappelijke banden tussen onze landen. Ik hoop ook dat de media welwillend zullen luisteren naar wat Israël te zeggen heeft, dat ze ons een eerlijke kans geven.”
Nederland heeft door de jaren heen een sterke verbondenheid ervaren met Israël. De Kerk weet zich onlosmakelijk verbonden met Israël. Heeft u contacten met de christelijke gemeenschap in Nederland?
“Ja, ja, ik ga naar al de denominaties en afdelingen. Ik ben in contact met de katholieken. Regelmatig bezoek ik een aantal bisschoppen en de kardinaal in Utrecht. We hebben dan vaak erg interessante discussies. De protestantse kerken van Nederland zijn hier ook op bezoek geweest.
Ik zal u zeggen waarom ik de contacten met de christelijke gemeenschap in Nederland zo belangrijk vind. Onze twee gemeenschappen [de christelijke en de Joodse gemeenschap, red.] lijken erg op elkaar. Ik denk dan met name aan de gemeenschappelijke morele waarden. Ondanks de Joods-christelijke traditie is het eenvoudiger om het idee van een Joodse staat te begrijpen en te steunen.”
Is er ook een specifiek punt waarop de beide gemeenschappen, dus Joden en christenen, sterk van elkaar verschillen?
“Er zijn enkele verschillen. De meeste verschillen hebben te maken met de Israëlisch-Palestijnse relatie en de manier waarop er soms tegen Israël wordt aangekeken in dit land. U weet, er wordt de Palestijnen veel onrecht aangedaan en de mensen zeggen dan dat Israël daarvoor verantwoordelijk is. Onze taak is om dit probleem op te lossen. Om dit probleem te kunnen oplossen zijn er twee partijen bij betrokken, niet één, die beide compromissen zullen moeten doen.
Mijn grootste probleem heeft te maken met het onderwerp verantwoordelijkheid – niet alleen binnen christelijke groepen, maar ook met sommige groepen binnen de algemene Nederlandse publieke opinie, de politieke publieke opinie. Want als je zegt: ‘Ik verwacht dat de Palestijnen de verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven’, dan betekent dat met andere woorden, dat je in actie zal moeten komen en klaar moeten staan om mee te doen met de diplomatieke inspanningen en een compromis te bereiken. Dat zal je dan moeten doen in plaats van maar te blijven verwachten dat anderen het werk voor je doen, door Israël onder druk te zetten, door Israël te isoleren, Israël te bekritiseren en door aan Israël te refereren als aan een pariastaat.
Dit is ergens een probleem, met name in een land [Nederland, red.] waarin ze een koloniale traditie hadden, en daarom een kolonialistisch gevoel van schuld. De neiging bestaat om iedere keer weer medelijden te hebben met de verschoppeling, met de zwakkere, met het slachtoffer. Men wil de verschoppeling beschermen, verdedigen en begrijpen. Er wordt niet verwacht dat hij zichzelf gaat bekwamen zodat hij zelf zijn verantwoordelijkheid kan nemen en zijn levensomstandigheden kan verbeteren.”
Kort geleden heeft het Kwartet, bestaande uit de VS, de Europese Unie, de Verenigde Naties en Rusland, een nieuwe gezant voor het Midden-Oosten benoemd, Tony Blair. Wat verwacht u van hem?
“We zijn erg hoopvol over zijn benoeming, en wel om twee redenen. Ten eerste: Blair is een man die gedreven wordt door het verlangen om beide partijen rond de tafel te brengen om zo een oplossing te bewerkstelligen. En dat is erg belangrijk. Hij begrijpt Israëlische dilemma’s net zoals hij de Palestijnse en andere dilemma’s begrijpt. Het tweede punt: het mandaat van Blair is interessant genoeg omschreven als instituten bouwen.
Ik geloof dat dit een teken van realisme is in plaats van te komen met mooie slogans en ideeën. Hij wil zich richten op de noodzaak om een fundament te leggen voor een toekomstige Palestijnse staat die levensvatbaar is. Ik denk dat dit erg belangrijk is. Want iedereen in de wereld spreekt tegenwoordig over een Palestijnse staat, maar niemand vraagt zich af wat voor een staat dit zal worden. Zal die vreedzaam zijn? Zullen ze vreedzaam met en naast Israël bestaan? Alleen een zelfverzekerd Israël zal serieus concessies overwegen.”
Wat verwacht u van uw nieuwe president?
“Mijn president Simon Peres? Nou, hij vierde gisteren [5 augustus jl., red.] zijn 84ste verjaardag. Hij is een man die er vanaf het begin bij is geweest. Hij zag het uitroepen van de staat Israël en zijn verdere geschiedenis. Hij is een man van vrede. Hij zou graag zien dat tijdens zijn tijd als president er vrede tussen ons en de Palestijnen gerealiseerd wordt. Hij is een man met visie. Ik zou graag zien dat zo’n man met visie ook opstaat aan Palestijnse zijde. Dan zou het een stuk eenvoudiger zijn om vrede te bewerkstelligen.”