Christenen en Joden verenigd

Afgelopen maand maart vierden wij de 70ste verjaardag van het Council of Christians and Jews, de oudste landelijke interreligieuze organisatie in Engeland. De organisatie heeft een diepgaande uitwerking gehad op de Joods-christelijke betrekkingen, zowel in Engeland als wereldwijd.

Hoewel CCJ een relatief kleine organisatie is, werd deze verjaardag opgemerkt door Hare Majesteit Koningin Elizabeth, beschermvrouw van de organisatie. Zij woonde onlangs in Londen een verjaardagsplechtigheid bij.

De organisatie zoekt begrip en wederzijds respect tussen christelijke en Joodse gemeenschappen te ontwikkelen. Hoofdonderwerpen die besproken worden, zijn onder meer: antisemitisme, zending bedrijven, de politiek van Israël en het Midden Oosten en het pleiten voor een gemeenschappelijke ethische agenda.

De uitspraak ‘Joods-christelijk erfgoed’ is een veel gebezigde term en het was geen verrassing voor mij onlangs bij de start van de National Marriage Week in het Britse parlement te verkeren in het gezelschap van toegewijde christelijke leiders.

De oprichting van CCJ in maart 1942 toen de Holocaust in volle gang was, was niet bij machte het tragische lot van miljoenen Joden om te buigen, maar het was tijdens de donkerste uren voor ons volk een belangrijk gebaar van solidariteit van de christelijke gemeenschap.

Aartsbisschop William Temple en opperrabbijn Dr. J. H. Hertz vormden de drijvende kracht achter CCJ. Tijdens de oprichtingsvergadering op 20 maart 1942 werd overeengekomen dat “de Nazi-aanval op de Joden openbaar heeft gemaakt dat antisemitisme onderdeel is van een algemene en allesomvattende aanval op christendom en Jodendom en op de ethische principes die beide religies gemeen hebben en die de basis vormen van het vrije nationale bestaan in Groot-Brittannië.”

Het is een huiveringwekkende gedachte dat een andere vergadering net twee maanden eerder had plaatsgevonden, met precies tegenovergestelde doeleinden. Op 20 januari 1942 kwamen Nazi leiders bijeen in Wannsee om de “definitieve oplossing voor het Joodse vraagstuk” vast te stellen. Zeker is het zo dat de vergadering in maart 1942 om de CCJ op te richten een sprankje hoop bood aan ons zwaar op de proefgestelde volk in die duistere fase van onze geschiedenis.

Dat Engeland de weg zou banen in het bevorderen van Joods-christelijke betrekkingen was ironisch, gegeven het feit van de aangevochten geschiedenis van Joods leven in dit land. Het kwaadaardige ‘bloedsprookje’(=smaadschrift ter belastering van Joden) dat nog steeds rondgaat in verschillende landen in het Midden Oosten, heeft zijn wortels in Engeland. De eerste opgetekende ongeregeldheid vond plaats in 1144 in Norwich.

Dit werd gevolgd door vervolging, rellen en het bloedbad in York in 1190. In 1275 werd een nieuwe wet uitgevaardigd die van Joden vereiste een gele lap stof op hun kleding te dragen. Dit weerspiegelde de antisemitische uitspraak van paus Innocentius III op het Vierde Lateraanse Concilie van 1215, dat Joden in christelijke landen een uiterlijk teken op hun kleding moesten dragen.

De historici Max Wurmbrand en Cecil Roth hebben geschreven dat “het resultaat van de introductie van een teken was dat de Joden apart van andere mensen onderscheiden werden als een verschillend en ondergeschikt ras. Altijd liepen zij het risico beledigd of aangevallen te worden.” Ditzelfde klinkt akelig bekend door bij eenzelfde Nazi-verordening in de jaren 30 van de vorige eeuw.

Het klimaat van het middeleeuwse antisemitisme in Engeland leidde tot de uitzetting van de Joden in 1290, en de hervestiging vond niet plaats tot het midden van de 17 de eeuw. Engeland was het eerste land dat zijn Joden verjaagde, nog eerder dan Frankrijk (1306) en Spanje (1492).

De oprichting van CCJ bedoelde de overheersende stroom der geschiedenis om te buigen. Het had ook een stevig verankerde invloed door op te treden als een katalysator voor christelijke -Joodse openbare discussies in het Gemenebest en andere landen. De internationale CCJ heeft nu 38 organisaties met een achterban, waaronder ook in Ierland.

Ik herinner mij dat ik tijdens mijn ambtsperiode als opperrabbijn een bezoek ontving van Jim Tunney, de burgemeester van Dublin, op zijn eerste dag in functie. Het was traditie dat de nieuwe burgemeester een beleefdheidsbezoek bracht aan de rooms-katholieke en protestantse aartsbisschoppen en de opperrabbijn. Wij verwelkomden hem in ons huis in Dublin, en mijn vrouw serveerde hem een stuk heerlijke kwarktaart.

Later, toen hij een receptie in het stadhuis hield om deelnemers aan de tweejaarlijkse academische conferentie van de internationale CCJ te verwelkomen, zei hij tegen de bijeengekomen gasten: “Om interreligieuze dialoog te versterken, heb je geen conferenties nodig, je hebt kwarktaart nodig!” Een hand van vriendschap uitsteken en gastvrij zijn, kan vaak de weg banen naar een gewilligheid te luisteren, te leren en relaties te verrijken.

De formering van de CCJ in Engeland in 1942 effende het terrein voor het institutionele raamwerk voor verbeterde betrekkingen wereldwijd die geïnspireerd hebben tot een paar mijlpaalgebeurtenissen in de naoorlogse periode. Hieronder vallen het Tweede Vaticaans Concilie dat in 1962 de Joden vrijsprak van ‘Godsmoord’ , en de pauselijke bezoeken aan Israël in 2000 en 2009.

Daar komt nog bij dat de CCJ als eerste nationale interreligieuze organisatie de wegbereider werd voor interreligieuze activiteit zowel tussen Joden en christenen, tussen de Abraham religies (christendom, Jodendom, islam) als met andere religieuze groeperingen. Er zijn nu meer dan 300 interreligieuze organisaties in Engeland.

Wij hebben de steun van christenvrienden nodig bij het bestrijden van wijdverbreid antisemitisme en antizionisme.

Toen ik in onze synagoge Lord Carey, de voormalige aartsbisschop van Canterbury interviewde, zei hij dat hij zich geschaamd had voor de opstelling van bepaalde
onbeduidende Anglicaanse groeperingen die op riepen niet meer in Israël te investeren.

Toen er spanningen waren rond de Methodistenkerk in Engeland vanwege hun houding t.o.v. Israël, hebben wij voor plaatselijke Methodistenpredikanten op een Sjabbat iets in onze synagoge georganiseerd, samen met andere gemeenschappen. Dit leidde tot grotere vriendschap en eenheid.

Wij hebben zowel gemeenschappelijke ‘beschermingsprincipes’ voor de christelijk-Joodse betrekkingen, als ook een proactieve agenda waarbij we de ‘aanval’ niet schuwen. De ethische agenda die wij gemeenschappelijk hebben, richt zich vooral op onderwerpen als de familie en de gemeenschap, maar ook het tegenwerken van agressief secularisme gepropageerd door figuren als Richard Dawkins in Engeland en andere stemmen in Amerika.

De 70ste verjaardag van CCJ herinnert ons aan de noodzaak van solidariteit, vriendschap en goede verhoudingen tussen Joodse en christelijke gemeenschappen. De aard en kwaliteit van onze betrekkingen met andere religies zal cruciaal zijn voor onze toekomst.

Laten we naar aanleiding van de verjaardag van CCJ geïnspireerd worden door het onderwijs uit Pirke Avot: “Wie is groot? Hij die een vijand in een vriend verandert.”

Dit artikel verscheen in het meinummer van The Jerusalem Post Christian Edition. Rabbijn Mirvis is senior rabbijn van de Finchly Synagoge in Londen was in het verleden opperrabbijn van Ierland. | Vertaling: Evelien van Dis

Auteur alias: Rabbijn Ephraim Mirvis

Gerelateerde berichten

One Comment;

  1. mattitjahu said:

    Positief om dit te vertalen en hier te plaatsen.

    We zien hoe een ‘bloedsprookje’ na pakweg 46 jaar pas op formaat zijn uitwerking krijgt, en in 100 jaar leidde tot de verdrijving van de joden in Engeland.
    Het effect van leugens duurt vaak een tijd.

    Het oprukkend agressief intolerant atheisme in Europa en Nederland noodzaakt alle 3 de wereldgodsdiensten om samen te werken op praktisch vlak en de wereld te tonen wie onze bron is.

    Laten rabbijnen, imams en dominees en de resp. gelovigen zich door bovenstaande inspireren, door om te zien naar elkaar en tot steun te zijn, ieder in zijn eigenheid.
    Daden overtuigen.

    Mattitjahu

*

*