Operatie ‘Onder de radar’

Uitzicht op de Syrische stad Kuneitra vanaf de Golan Hoogvlakte. | Foto: Flash90Uitzicht op de Syrische stad Kuneitra vanaf de Golan Hoogvlakte. | Foto: Flash90

Door heel Israël heen hebben mensen in spanning zitten wachten op de aankondiging van een Westers ingrijpen in de Syrische burgeroorlog. Terwijl Amerika overwoog Syrische militaire doelen te bombarderen, stonden Israëli’s in de rij bij de distributiecentra van gasmaskers. Om zichzelf te beschermen tegen elke mogelijke potentiële vergelding die volgt op een aanval op Syrië.

Maar meer dan duizend Israëli’s waren intussen bezig met het bijeenzamelen van goederen voor een heel ander doel: het helpen van de Syrische bevolking die immens lijdt onder de zich voortslepende burgeroorlog.

70 ton persoonlijke hygiëne-artikelen, 650 ton voedsel, 120 ton basale huishoudelijke artikelen en 20 ton medicijnen zijn zomaar een steekproef van de hulp die een Israëlische organisatie – zonder overheidsbemoeienis – te midden van de huidige crisis aan Syrische vluchtelingen heeft gegeven.

De missie van deze non-profitorganisatie die al ruim tien jaar bestaat, is om levensreddende hulp te bieden aan gemeenschappen die door natuurrampen of door menselijke conflicten getroffen zijn. Het gaat uitsluitend om landen die geen diplomatieke betrekkingen met Israël hebben, en plaatsen waar het regime conventionele internationale humanitaire organisaties niet in het land toelaat.

Vanwege de gevoelige aard van de activiteiten van de groep – die onder de radar opereert om de levens van de teamleden en plaatselijke contacten te beschermen – noemen we de naam van deze organisatie niet in dit artikel.

“Niemand vraagt toestemming om te doden. Wij vragen geen toestemming om levens te redden,” zegt de oprichter van de organisatie die Yael genoemd wil worden, tegen The Jerusalem Post. “We maken ons niet druk om politieke agenda’s,” voegt ze eraan toe. “Wij werken voor niemand, alleen ons geweten spoort ons aan.”

De NGO, legt Yael uit, bestaat uit ongeveer 1200 Israëli’s die “van hun vaderland houden en allen hun militaire dienstplicht vervuld hebben.” De vrijwilligers die uit een verscheidenheid aan beroepsachtergronden komen, dragen bij aan de werkzaamheden op vier gebieden: medisch, zorg voor getraumatiseerden, voedselverstrekking en de bevrijding van mensen.

“We treden niet op in plaats van de Staat Israël,” zegt ze. “De Staat Israël helpt substantieel waar dat kan. Wij willen ons richten op landen die geen officiële hulp van Israël krijgen. Wat wij doen, is bijstand bieden van burger aan burger.”

In het licht van de situatie in Syrië werken de vrijwilligers volledig samen met democratische seculiere Syrische groepen die de hulpgoederen van de organisatie naar specifieke plaatsen brengen. Dit wordt gedaan op basis van een overeengekomen distributieplan.

“We begonnen met dit werk ongeveer 3 weken na het begin van de crisis. Hoewel we zelfs toen nog niet wisten dat de catastrofe zo’n omvang zou gaan krijgen,” vertelt Yael aan The Jerusalem Post.

Door alle activiteiten – die in Israël bekend staan als IL 4 Syrians – heeft de organisatie honderden tonnen basisvoedsel afgeleverd; producten voor de hygiëne als zeep, tandenborstels, maandverband, toiletpapier en tissues; benodigdheden van vitaal belang voor vluchtelingen zoals isolatiemateriaal, matrassen, dekens en watercontainers; 300.000 droge maaltijden, waarbij 1 maaltijd 5 mensen een week lang kan voeden.

De NGO levert ook eerste medische hulpgoederen zoals medicijnen, chirurgische hulpgoederen voor operaties en veldhospitaaltenten die zo ontworpen zijn dat ze steriel genoeg zijn om operaties in uit te voeren. Ook heeft het Israëlische team voorzien in posttraumatische zorg voor kinderen en moeders.

Daarnaast helpt de organisatie met de training en uitrusting voor het gebruik van digitale camera’s en satellietapparatuur voor het verkrijgen van “door de media gewenste beelden”. Dit wordt meestal gedaan door tienerjongens die worden getraind om zelf niet traceerbaar te zijn en buiten gevaar te blijven.

“Wij geloven dat, mocht er alsnog een Amerikaanse aanval plaatsvinden, Assad meer chemische wapens zal gebruiken,” zegt Yael. “Wij zijn momenteel bezig geld in te zamelen voor speciale beschermingsmaatregelen voor Syrische medische teams die in veldhospitalen en ziekenhuizen werkzaam zijn in 14 verschillende steden in Syrië.”

Terwijl de organisatie ondergronds werkt, heeft men met veel uitdagingen te kampen gehad vanwege de moeilijke situatie ter plekke. “De moslimbroederschap daar heeft hulp verstrekt in de moskeeën. Maar er zijn sommige mensen die om bepaalde redenen niet een moskee mogen binnengaan,” legt Yael uit.

“Het probleem is dat de moslimbroederschap iedereen bestrijdt die via andere wegen hulp probeert te geven. Sommige leden van die Syrische democratische groepen waarmee we in contact staan, werden om die reden gekidnapt en geslagen.”

Yael voegt eraan toe dat volgens haar informatiebronnen ter plekke, de regering van Assad de watertoevoer heeft afgesneden van de gebieden waar het gebruik van chemische wapens sporen heeft nagelaten. Water is van levensbelang voor mensen in die gebieden, met name om hun lichamen schoon te spoelen van chemische troep.

Sinds de oprichting heeft de organisatie ‘ondergrondse’ humanitaire activiteiten ontplooid in tientallen landen, waaronder Soedan, Pakistan, Myanmar (Birma), Indonesië, Sri Lanka en Irak.

“Het is echt moeilijk om fondsen te krijgen,” zegt Yael. “Je kunt geen geld inzamelen zonder dat de mensen weten wat je aan het doen bent. Het is een uitdaging om geldschieters te krijgen, Joodse financiers die in Syrië geïnteresseerd zijn, het ermee eens zijn afstand te doen van hun geloofwaardigheid en anoniem te blijven, en die niet bang zijn geld aan ons te geven terwijl ze weten dat ons iets kan overkomen.”

Angst is een niet te ontkennen onderdeel van de ervaring van alle vrijwilligers, zegt Yael.
“Wij zijn allemaal ouders, hebben families en we begrijpen allemaal de consequenties mochten we ooit in moeilijkheden komen,” vertelde ze aan The Post.“Er bestaat geen slimme manier om met angst om te gaan. Maar de keus om dit te doen, te voelen dat je op de juiste plaats bent op de juiste tijd en dat je helpt om een beduidende verandering teweeg te brengen, is zo lonend!”

”Ik denk dat voor de meeste van mijn vrijwilligers geldt dat ze banger zijn voor onverschilligheid dan voor de dood. De overtuiging dat onverschilligheid doodt, is sterker dan welke angst ook.”

Dit artikel verscheen in het oktobernummer 2013 van The Jerusalem Post Christian Edition. |Vertaling: Evelien van Dis

Ruben Ridderhof

Ruben Ridderhof studeerde journalistiek in Ede en werkt bij Christenen voor Israël. Hij is redacteur voor de krant Israël Aktueel, coördineert de website van de stichting en is actief als spreker.

Gerelateerde berichten

3 Comments

    • Anonymous said:

      Zie ook mijn reaktie van 12 oktober 2013 om 20:18
      onder het artikel “een ander perspektief”.

      Zulk een opofferende liefde kan alleen maar van de Levende God
      komen. God moet zulk een wonder in een mensenhart doen.
      Hij moet ons er ook de moed en de kracht voor geven.
      Zoiets vraagt overgave moed en toewijding aan Hem die Zijn zoon
      Jezus gaf voor onze zonden uit liefde voor ons opdat wij met God
      verzoend kunnen worden.
      Dat is GENADE zo oneindig groot.
      Opofferende liefde ….
      Want geen mens kan zoiets uit zich zelf opbrengen.

*

*