Toespraak door prof. dr. Hans Jansen bij gelegenheid van de overhandiging van de Israël Prijs van de World Zionist Organisation in Amsterdam op 12 mei jl.
Prof. Jansen is de schrijver van het onlangs verschenen boekje “Onderwijs van Palestijnse Autoriteit moedigt aan tot heilige oorlog tegen Israël”, uitgegeven door Chai Pers, Nijkerk (ISBN 90-73632-16.1). Omdat in de media in Nederland nauwelijks enige aandacht wordt besteed aan de virulente haat van politieke en geestelijke leiders van de Palestijnse Autoriteit (als ook van andere Arabische en Moslim leiders in het Midden-Oosten) is dit essay op grote schaal verspreid, vooral onder geestelijke en politieke leiders in Europa. Het Simon Wiesenthal Instituut in Brussel doet sinds haar oprichting in december 2001 onderzoek naar de ontwikkeling van het antisemitisme in het Midden-Oosten. In het academiejaar 2003-2004 heeft prof. Jansen, verbonden aan dit instituut, met een aantal assistenten de inhoud bestudeerd van schoolboeken die sinds de Oslo-akkoorden door de Palestijnse Autoriteit zijn uitgegeven. “De resultaten van ons onderzoek zijn zeer schokkend,” zegt hij.
Wie van ons had ooit kunnen denken dat het 2de millenium zou eindigen en het 3de millenium beginnen met precies hetzelfde verhaal van de jodenhaat als dat van de afgelopen duizend jaar? Deze keer speelt het zich niet af in een christelijke maar in een islamitische arena, niet in Europa maar in het Midden-Oosten. Het is wezenlijk hetzelfde verhaal: hetzelfde Europese vocabulair wordt in de media gebruikt, en we horen overal in alle Arabische landen van het Midden-Oosten dezelfde demonisatie van het joodse volk, dezelfde kwaadaardige fantasieën, dezelfde Europese mythen en legenden, alsof de mensheid helemaal niets van het verleden heeft geleerd, niets heeft geleerd van vijftig jaar interreligieuze dialoog en onderwijs in de Shoah.
Het lijkt alsof een deel van de mensheid lijdt aan een infantiele regressie en is teruggekeerd naar de slechtste perioden in de Middeleeuwen, alleen de namen zijn veranderd: het gaat nu niet in eerste instantie om de jodenhaat van christenen maar om die van moslims, er is geen sprake van een kruistocht van christenen maar van een Jihad van moslims. En ook nu is de doelstelling niet veranderd, de moslims in het Midden-Oosten willen nu hetzelfde bereiken als de christenen in de afgelopen eeuwen in Europa: joden beroven van hun recht om te bestaan, ontkennen dat joden het recht hebben op een thuis, op een plek waar zij zich veilig voelen, waar zij, zoals elk ander volk in de wereld, graag willen leven, waar zij kunnen trouwen, huizen bouwen, kinderen opvoeden en bomen planten.
Dit zijn minimale rechten die aan èlk volk en èlke natie op aarde worden gegeven. Waarom hebben christenen in de afgelopen eeuwen in Europa ontkend dat joden deze rechten hebben en waarom zijn het nu moslims in het Midden-Oosten die hun deze rechten willen afnemen? Daar komt nog bij dat het christendom en de islam twee dochterreligies zijn van het jodendom. Waarom ontken(d)en beide dochters het bestaansrecht van hun moeder?
We maken de laatste jaren een revival mee van antisemitisme: na meer dan een halve eeuw onderwijs in de Shoah en interreligieuze dialoog, verklaringen van Kerken wereldwijd, waarin jodenhaat wordt veroordeeld, honderden musea en tentoonstellingen over de Shoah, duizenden gedenktekens, honderden films over de Shoah, duizenden cursussen over het antisemitisme en tienduizenden boeken (…….), om de oorzaken van de genocide op 6 miljoen Joden op het spoor te komen en tijdgenoten in te prenten: never again!
Ja, het is gebeurd, na de Stockholm conferentie van 27 januari 2000, na de instelling van een National Shoah Memorial Day, en nadat tweeduizend religieuze leiders in augustus 2000 te New-York bijeenkwamen en elkaar beloofden te strijden tegen haat en voor wederkerig respect. De revival van een virulent antisemitisme vond hierna plaats.
Wat hadden we meer kunnen doen? Wat hadden we en wat kunnen we meer doen om het antisemitisme te bestrijden? Het bestaat vandaag in veel delen van de wereld: in het Midden-Oosten, Afrika, Zuidoost-Azië, Amerika en het is in Europa sinds de jaren van de Shoah niet meer zo virulent aanwezig geweest. Men spreekt terecht niet alleen van een islamisering van het Europses antisemitisme maar ook van een globalisering hiervan. Er bestaat geen twijfel over dat het antisemitisme de meest succesvolle ideologie is geworden van de moderne tijd. Het fascisme kwam op en verdween, het communisme van de Sovjet-Unie kwam en stortte in. Het antisemitisme kwam en bleef.
Hoe kon antisemitisme overleven? Antisemitisme is niet een geloofsstelsel, een coherent geheel van ideeën. In de 19de eeuw en in het begin van het 20ste eeuw werden joden gehaat omdat zij rijk èn arm waren, omdat zij kapitalisten èn communisten waren, omdat zij in afzondering leefden èn omdat zij overal als kosmopolieten te vinden waren, omdat zij gelovig èn ongelovig waren.
Antisemitisme is geen geloof, maar een virus. Zoals een virus verandert, verandert ook het antisemitisme. Het menselijk lichaam heeft het meest geperfectioneerde, verfijnde, geraffineerde en geavencheerde mechanisme, het immuun-systeem, om zichzelf tegen virussen te verdedigen. Het menselijk lichaam ontwikkelt afweerstoffen. Virussen zijn in staat om de werking van het immuun-systeem teniet te doen, omdat zij veranderen. Als virussen veranderen, kunnen zij de verdediging van het lichaam uitschakelen, zodat virussen en het immuunsysteem als het ware vrienden worden, en geen vijanden. Het immuun-systeem, dat alert reageerde op het virus van de laatste decennia, faalde omdat het ’t virus van de laatste jaren niet als vijand herkende.
Het klassieke geval van verandering van het antisemitisme vond plaats in de 19de eeuw (de 1ste verandering). In de eeuw van de Verlichting - de emancipatie, de Franse Revolutie, de seculiere nationale staat – geloofde men dat vooroordelen zouden uitsterven, niet in het minst de eeuwenoude christelijke vooroordelen over het jodendom en de joden.
Maar dat gebeurde helemaal niet. Integendeel, het religieuze anti-judaïsme veranderde in een racistische vorm van jodenhaat, namelijk het antisemitisme. Het woord “antisemitisme” werd voor het eerst door Wilhelm Marr gebruikt in 1879.
Waarom is de racistische vorm van de jodenhaat (antisemitisme) zoveel gevaarlijker dan het anti-judaïsme van de voorafgaande eeuwen? In het anti-judaïsme worden joden gehaat om wat zij geloven of om hun levenswijze, terwijl in het antisemitisme joden worden gehaat om wat zij zijn. We kunnen een religie elimineren door alle aanhangers van een bepaalde godsdienst met geweld te dwingen zich te bekeren, maar we kunnen een ras alleen maar uitroeien door genocide.
Het vernietigingsproces van de nazi’s kwam niet uit de lucht vallen; het was het hoogtepunt van een cyclische tendens. We kunnen die tendens waarnemen in drie opeenvolgende doelstellingen van anti-joodse bestuurders in de afgelopen eeuwen: de zendelingen van het christendom hadden feitelijk gezegd: jullie hebben het recht niet om onder ons te leven als Joden. De wereldse heersers die op hen volgden, hadden beweerd: jullie hebben het recht niet om onder ons te leven. De Duitse nazi’s hadden tenslotte bepaald: jullie hebben het recht niet om te leven.
Vandaag zijn wij getuige van de 2de grote verandering van het antisemitisme. Het antisemitisme verandert in een reiligieus anti-zionisme (en alle Joden worden verondersteld zionisten te zijn!). Het religieus anti-zionisme maakt gebruik van alle Middeleeuwse mythen en legenden (legende van de rituele moord, legende van het vergiftigen van de bronnen, de mythe van de Godsmoord, de mythe van de jood als dè incarnatie van het kwaad en de Duivel op aarde, enz. enz.).
We zijn getuige van een nieuwe verandering van het antisemitisme, die zo vernuftig, ingenieus, kwaadaardig en demonisch is, dat zij het immuun-systeem dat Europa in de laatste halve eeuw opbouwde om het continent tegen de jodenhaat te beschermen, paralyseert, buiten werking stelt en krachteloos maakt.
Wat houdt die 2de grote verandering van het antisemitisme precies in? Dat de afschuwelijkste misdaden die antisemieten in het verleden bedreven (Hitler en de zijnen) – racisme, etnische zuiveringen, poging tot genocide en misdaden tegen de menselijkheid – nu aan joden en de Staat Israël worden toegeschreven. Dat betekent onder meer dat wie strijdt tegen racisme en nazisme, zich absoluut tegen de joden teweer moet stellen. Wij zien deze volstrekt nieuwe vorm van antisemitisme als een van de meest blasfemische omkeringen in de geschiedenis van werelds oudste vorm van haat. Wij zijn diep geschokt omdat zeer weinig niet-joden in Europa deze blasfemische omkering hebben herkend en veroordeeld.
Sinds de verwoesting van de 1ste Tempel van Jeruzalem, bijna 2600 jaar geleden, werden de joden vervolgd. In die zesentwintig eeuwen hebben de joden drie strategieën ontwikkeld om te overleven.
In het begin van Israëls geschiedenis van de ballingschap initiëerde de profeet Jeremia de 1ste strategie, toen hij de joodse ballingen schreef: “Zet u in voor de welvaart van de stad Babel waarheen Ik u verbannen heb, en bid voor haar tot de Heer, want van haar welvaart hangt uw welvaart af” (Jeremia 29: 7).
Dit is een strategie die veel verder teruggaat dan de tijd van Jeremia. Ze gaat terug op het begin van de geschiedenis van het joodse volk, toen God Abraham riep, tot wie Hij zei dat hij zo moest handelen dat door hem alle families van de aarde zouden worden gezegend: “Ik zal u zegenen en uw naam groot maken, zodat u een zegen zult zijn. Ik zal degenen zegenen die u zegenen. In u zullen alle geslachten der aarde worden gezegend” (Genesis 12).
Dat was en blijft tot op de dag van vandaag de roeping van het joodse volk: trouw te blijven aan de joodse religie èn tegelijkertijd een zegen te zijn voor anderen. Dat is het wat de joden vijfentwintig eeuwen hebben gedaan: het bevorderen van de welvaart en het welzijn van van landen waarin zij leefden door de ontwikkeling van het zakenleven, de uitbreiding van de handel, door een bijdrage te leveren aan kunsten en wetenschappen, literatuur en filosofie en vooral aan de spirituele erfenis van de mensheid.
De joden zijn het Europese volk bij uitstek geweest. Zij hebben ondanks vele tijden van vervolging en verbanning, niet alleen een typisch joodse cultuur tot grote bloei gebracht, maar tegelijkertijd met behoud van hun eigen identiteit een grote bijdrage geleverd aan de Europese cultuur. De Sefardische joden in Spanje hebben op het gebied van de medicijnen, de wiskunde en de sterrekunde in hoge mate bijgedragen aan de vooruitgang van de Europese beschaving.
Door hun vertalingen van natuurwetenschappelijjke en wijsgerige werken uit het Arabisch in het Latijn konden zij als culturele bemiddelaars optreden. Het waren de Sefardische joden in Spanje die in de Middeleeuwen de schatten van letteren en wetenschap, die toen onder Arabische hoede waren, aan de Europese naties beschikbaar hebben gesteld.
Zij waren het die ervoor zorgden, dat door de uit het Arabisch in het Latijn vertaalde wetenschappen (de geneeskunde, de sterrenkunde en de wiskunde) hun eerste intocht hielden in Midden-Europa.
Dit gouden tijdperk in Spanje, dat maar liefst vijf eeuwen duurde, is een van de belangrijkste perioden uit de ontwikkeling en vooruitgang van de Europese beschaving, maar desondanks tot op vandaag het stiefkind van de geschiedenis gebleven, een leeg blad in praktisch alle schoolboeken.
Dat was de eerste strategie van de joden in de afgelopen vijfentwintig eeuwen om ondanks discriminatie, vervolging en verbanning te overleven: zij hebben Europa tot grote bloei gebracht. Maar deze strategie mislukte, omdat de joden tot de 19de eeuw geen burgelijke rechten hadden. Zij misten de bescherming van de wet. Zij waren helemaal afhankelijk van de gunst van de heerser, en wanneer het niet langer in diens belang was om joden voor hem te laten werken, werden zij verbannen.
Uit Engeland werden zij al in 1290 verdreven en in de daarop volgende eeuwen uit bijna elk land in Europa, culminerend in 1492 toen alle Joden uit Spanje werden verbannen. Dus de eerste strategie mislukte.
Wat was de 2de strategie van de joden in Europa om te overleven? Zij ontwikkelde zich in de 19de eeuw als vrucht van de Verlichting, de emancipatie en de geboorte van een seculiere nationale staat. Voor de eerste keer in de geschiedenis werden de joden gelijke rechten als burgers aangeboden, en verlichte Europeanen, zowel jode als niet joden, geloofden dat het licht van de ratio de eeuwenoude vooroordelen over joden zou overwinnen.
In 1965 schreef George Steiner, literatuurcriticus, over de integratie van joden in de Europese samenleving: “Wat betreft het wereldlijk denken en het op dit gebied bereikte, overtrof het tijdvak van de joodse geschiedenis dat in Auschwitz eindigde, zelfs de schitterende periode van coëxistentie in islamitisch Spanje.
Gedurende ongeveer een eeuw, vanaf de emancipatie van de getto’s door de Franse Revolutie en Napoleon tot de tijd van Hitler, had de jood deel aan het zedelijke, intellectuele en artistieke hoogtij van bourgeois Europa. De langdurige beslotenheid van het getto, het scherpen van verstand en gevoelig inzicht aan de slijpsteen van de vervolging, had grote bewustzijns-reserves doen ontstaan.
Toen zij eenmaal was vrijgelaten, versnelde een bepaalde joodse elite, en de grotere middenklasse die trots was op en geïnteresseerd in haar resultaten, het gehele terrein van het westerse denken, en maakte dit veelvoudiger. Op ieder gebied radicaliseerden zij de verbeelding; nader omschreven: de meer begaafde joden namen weer bezit van zekere belangrijke elementen van de klassieke Europese beschaving, teneinde deze te vernieuwen en ter discussie te stellen.
Dit alles is in zekere zin een gemeenplaats, evenals de onvermijdelijke opmerking, dat de teneur van het moderne, de vormen van bewustzijn en vraagstelling waarmee we orde trachten te scheppen, in belangrijke mate het werk zijn van Marx, Freud en Einstein. Bij alle drie nemen we een overheersende impuls tot visionaire logica, tot abstracte voorstelling waar, alsof de lange uitsluiting van de Europese jood van handelend optreden, zijn denken een dramatische autonomie had verleend.
Zonder de bijdrage die de joden tussen 1830 en 1930 hebben geleverd, zou de westerse cultuur duidelijk anders en armer zijn.
Tegelijkertijd was het natuurlijk dat zijn treffen met gevestigde Europese waarden, met klassieke kunst- en debatvormen, de geëmancipeerde jood dwong zijn plaats en identiteit te bepalen. In dit treffen, in de poging een evenwicht te vinden in een in essentie geleende omgeving, speelde de bekeerde jood of de half-jood, de jood wiens verhouding tot zijn eigen verleden heimelijk of antagonistisch was geworden – Heine, Bergson, Hofmannsthal en Proust – een bijzonder subtiele en creatieve rol.”
Niemand zal ontkennen dat joden die de getto achter zich hadden gelaten, op het gebied van politiek tot geesteswetenschappen, van het geldwezen tot de opbouw van economie en industrie, van de muziek tot de natuurwetenschap en de techniek, uitzonderlijke prestaties leverden.
Het is eigenlijk onmogelijk een beknopt overzicht te geven van ’t baanbrekende werk, dat joden als onderzoekers en denkers, als economen en industriëlen in deze eeuw hebben verricht.
Toen de 19de eeuw ten einde liep, was het werk al begonnen van drie geleerden, die voor de mensheid geheel nieuwe werelden ontsloten: Karl Marx, Sigmund Freud en Albert Einstein. Terecht heeft Hans Joachim Störig opgemerkt, dat “de joden met minder dan èèn procent van de wereldbevolking, meer dan tien procent van de Nobelprijswinnaars hebben voortgebracht (chemici, natuurkundigen, medici, letterkundigen en economen)”.
Maar ook deze tweede strategie mislukte en het optimisme van talrijke verlichte joden en niet-joden in Europa, dat de verlichte ratio in staat zou zijn om de eeuwenoude vooroordelen met betrekking tot de joden te overwinnen, als gevolg waarvan de jodenhaat eindelijk zou verdwijnen, werd geloochenstraft.
De mislukking van deze tweede strategie is een van de meest afschuwelijke hoofdstukken uit de geschiedenis van Europa. En paradoxaal genoeg, hebben bijna alle zogenaamde verlichte filosofen uit de 19de en 20ste eeuw aan deze mislukking een grote bijdrage geleverd: Voltaire, Kant, Hegel, Fichte, Feuerbach, Schleiermacher, Schiller, Schopenhauer, Marx, Nietsche en Heidegger.
Toen de joodse historicus Lèon Poliakov in 1959 zijn documentaire Das Dritte Reich und seine Denker publiceerde, merkte hij in zijn inleiding op, dat hem de promiscuïteit van verlichte denkers en moordenaars voortdurend beangstigde en verwarde. Joodse historici als Heinrich Graetz, Simon Dubnow, Jules Isaac, Uriel Tal, Raul Hilberg, Jakob Katz, Alex Bein, Dennis Prager en Joseph Telushkin, hebben in hun historische analyse van het mislukken van deze tweede strategie van de joden om te overleven, hun speurzin gericht op de niet-instinctieve, niet-banale, maar veeleer “geestelijke” en hoogculturele bronnen hiervan, zoals die in onze Europese beschaving al zovele eeuwen variis modis virulent zijn geweest.
De Franse filosoof Andrè Glucksmann schrijft in zijn boek Les maitres penseurs (1977): ”Er is maar èèn duidelijke band van alle meesterdenkers, de grote verlichte filosofen, met het nazisme: de jodenhaat. In het algemeen is het niet vulgair, maar verfijnd. Alle denkende hoofden in Duitsland worden ermee geboren.
Het begint met Hegel. Hij begint zijn carrière met het scheppen van tegenstellingen, hij stelt de mooie Griekse eenheid waarin allen broeders zijn, tegenover de verfoeilijke joodse vervreemding waarin enkel meester en slaaf, een wrekende God en een onderworpen mens bestaan.
Daarna is het Marx: geen enkel universitair parfum kan de verschrikkelijke antisemitische lucht van zijn 'Joodse vraagstuk' verdrijven.
Tenslotte sluit Nietsche de rij wanneer hij zijn tragische Hellas hoger dan ooit boven het moeras van het slechte joodse geweten verheft. De kwestie is groter dan Europa, deze denkbeelden zijn de hele wereld rondgereisd”.
De Jodenhaat van de goot is niet het ergste geweest, er zijn veel “hogere” bronnen van jodenhaat geweest, en die anti-joodse inspiratie van bovenaf wordt volgens Lèon Poliakov na 1945 systematisch uit onze cultuurhistorische retrospectieve zelfkennis weggemoffeld. Opmerkelijk is, dat tot op heden met een systematische bestudering van de plaats van het jodendom in de geschriften van Duitse en Franse filosofen nog maar nauwelijke een begin is gemaakt.
De 3de strategie was het zionisme, dat werd geboren in het bewustzijn dat de 2de strategie gedoemd was te mislukken. Het begon al in 1862 met Mozes Hess, die als eerste de opkomende racistische jodenhaat aan een zeer scherpe analyse onderwierp en in 1882 schreef de geassimileerde Russische arts Leo Pinsker na de grote Russische pogrom in 1881 in zijn beroemd geworden brochure Zelf-emancipatie.
Oproep aan zijn mede-Joden door een Russische Jood: “Wij resumeren de inhoud van dit geschrift in de volgende stellingen:
1. De joden zijn geen levende natie meer, zij zijn overal vreemden, daarom worden zij veracht.
2. De burgelijke en politieke gelijkstelling van de joden is niet voldoende om hen in de achting der volkeren te doen stijgen.
3. Het juiste, het enige middel daartoe is het scheppen van een joodse natie, van een volk op eigen grond en bodem; de zelfbevrijding van de joden, hun gelijkstelling als volk met de andere volkeren, door het verkrijgen van een eigen land.
4. Men stelle zich niet voor, dat de humaniteit of de beschaving ooit radicale geneesmiddelen zullen zijn voor de ziekte, waaraan ons volk lijdt.
5. Het gemis aan een nationaal gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen, aan politiek initiatief en aan eenheid, zijn de vijanden van onze nationale wedergeboorte.
6. Om niet gedwongen te zijn van de ene ballingschap naar de andere te trekken moeten wij een uitgestrekt, productief toevluchtsoord hebben, een eigen verzamelpunt.
7. Het huidige moment is voor het hier uiteengezette plan gunstiger dan ooit.
8. Het internationale joodse vraagstuk moet een nationale oplossing vinden. Onze nationale wedergeboorte zal slechts zeer langzaam kunnen plaatsvinden. Wij moeten nu de eerste stap doen. Onze nakomelingen moeten ons in een gematigd, niet overijld tempo volgen.
9. De nationale wedergeboorte van de joden moet door een congres van joodse vertegenwoordigers worden voorbereid.
10. Geen offer is te groot, om het doel te bereiken, dat de aan alle kanten wankele toekomst van ons volk kan verzekeren.
11. De financiële verwezenlijking van dit plan kan, zoals de zaken nu staan, geen onoverwinnelijke moeilijkheden opleveren.
12. Helpt U zelf en dan zal God U helpen”.
In 1895 hoorde Theodor Herzl, een Weense journalist, toen hij artikelen schreef over het proces tegen Dreyfus, de menigte in de straten van Parijs schreeuwen: “A mort les Juifs!”. Frankrijk werd in het begin van de 20ste eeuw wereldwijd beschouwd als de meest beschaafde natie in Europa, het thuisland van de revolutie en de geboorteplaats van de verklaring van de rechten van de mens en de burger.
Toen Herzl dit hoorde schreeuwen in de straten van Parijs, wist hij dat Europa niet langer veilig was voor joden. Dat schreef hij ook een jaar later: “Overal in Europa hebben wij eerlijk geprobeerd in de ons omringende volksgemeenschap op te gaan en slechts het geloof van onze voorvaderen te behouden. Men staat het niet toe.
Tevergeefs zijn wij in Europa trouwe en op veel plaatsen zelfs overdreven patriotten. Tevergeefs brengen wij in Europa dezelfde offers aan goed en bloed als onze landgenoten. Tevergeefs spannen wij ons in Europa in de roem van onze landgenoten in de kunsten en wetenschappen en hun rijkdom door handel en verkeer te vergroten.
In landen van Europa, waar wij toch ook al eeuwen woonachtig zijn, worden wij als vreemdelingen uitgejouwd, en dikwijls door lieden wier voorgeslacht nog niet in het land vertoefde toen onze vaderen er reeds een kommervol bestaan leden”.
En Herzl voegde er aan toe: “Ik denk dat wij niet met rust gelaten zullen worden”. Het idee van Hess, Pinsker en Herzl was eenvoudig. Omdat de nationale staten in Europa geen plaats hadden voor joden, moesten de joden, zoals elk volk, hun eigen staat zien te krijgen. De joden konden niet voorzien dat nog voordat zij die staat in 1948 konden stichten, tweederde van de joden (6 miljoen) in Europa was uitgeroeid. Daarom mag deze 3de strategie van de joden om te overleven, niet mislukken. Geestelijke en politieke leiders in Europa dragen een zware verantwoortdelijkheid voor de toekomst van Israël. Het gaat om het to be or not to be van het joodse volk.
Waarom werden de joden de eeuwen door gehaat en vervolgd? Niet omdat zij beter waren dan iemand anders, niet omdat zij slechter dan iemand anders waren, maar omdat zij verschillend waren van anderen en omdat de mens de natuurlijke neiging heeft niet van iemand te houden die zo anders is, en ook bang is voor de vreemdeling die hij haat omdat hij hem vreest.
Zeker, elke natie, elk volk, elk geloof en elke cultuur is verschillend. Dat is zo. Wat een ongehoorde rijkdom! Wat de joden bijzonder maakt is, dat zij met meer vasthoudendheid dan iemand anders, er op staan dat zij het recht hebben verschillend te zijn, dat zij de plicht hebben anders te zijn. Het gaat om The Dignity of Difference, zoals Jonathan Sacks, de opperrabbjn van Engeland, dit in zijn meesterwerk heeft uitgelegd.
In het keizerrijk van Alexander de Grote weigerden de joden pertinent om gehelleniseerd te worden, zij werden vervolgd door de Romeinse keizers omdat zij zich beriepen op het recht, ja de plicht om anders te zijn en te leven. Zij werden door de Hellenisten en de Romeinen vervolgd omdat zij hun geloof bleven praktiseren met alle consequenties vandien. Omdat zij zich in het christelijk Europa niet lieten bekeren, werden zij ook door de Kerk vervolgd. In het islamitisch Midden-Oosten zijn de joden geen moslims, en daarom worden zij nu ook daar vervolgd.
Als de meerderheid van de joden in de afgelopen vijfentwintig eeuwen onder druk van genoemde omstandigheden zouden zijn bezweken, zouden zij en hun kinderen voor veel lijden bespaard zijn gebleven, maar dan zou er vandaag geen jodendom meer bestaan en geen joden in de wereld zijn.
De Opperrabbijn van Engeland, Jonathan Sacks, schrijft: “Antisemitisme is een misdaad tegen de mensheid, niet omdat joden menselijke wezens zijn (dat zou voor iedereen vanzelfsprekend moeten zijn !), maar omdat menselijke wezens joden zijn, waarmee wij willen benadrukken dat verschil het wezen is van de mensheid.
Een tweeduizend jaar oud Rabbijns gezegde luidt: “Als een mens van dezelfde munt veel geldstukken maakt, zijn ze allemaal hetzelfde. God echter schept elk mens naar hetzelfde beeld, naar Zijn beeld, maar het resultaat is dat elk mens verschilt van de ander”.
Het wonder van de schepping is dat eenheid in de hemel een grenzenloze diversiteit schept op aarde in miljarden menselijke wezens. Welnu, de fundamentele uitdaging aan de mensheid bestaat hierin, dat wij Gods beeld zien in iemand, die niet op ons lijkt. Dat is het wonder van de schepping dat er geen menselijk wezen was, is en zal zijn, dat lijkt op een ander menselijk wezen.
Het wordt in onze tijd door de wetenschap bewezen. In een wereld waarin geen plaats is voor joden, is geen ruimte voor verschil; en een wereld, waarin een plek voor het anders zijn van mensen ontbreekt, heeft geen ruimte voor de mensheid, omdat verschil het wezen uitmaakt van de mensheid. Daarom is antisemitisme niet zomaar een misdaad tegen de mensheid, maar het paradigma van een misdaad tegen de mensheid. Antisemitisme begint met joden maar eindigt nooit met joden. Het wordt tijd dat al degenen die zorg dragen voor de toekomst van de mensheid, de handen in een slaan om de mensheid te verdedigen en te protesteren tegen deze nieuwste metamorfose van werelds oudste vorm van haat”.
Amsterdam, 11 mei 2005 (Jom Ha’atsma’oet)
