Het fatale lot dat 104.000 Nederlandse Joden trof, ging Kampen niet voorbij. In de protestantse stad van godgeleerdheid, heulden velen met de Duitsers. De synagoge aan de IJsselkade zou na 1945 zelfs nooit meer hoeven te dienen als godshuis. De plaats maakte er een museum van.
Uitgerekend in deze voormalige synagoge, exposeerden de joodse kunstenaar Marc de Klijn en zijn vrouw Henny van Hartingsveldt over de holocaust. Over toen, inderdaad, en over het duister van nu en nabij. Maar óók vanuit Kampen: zicht op het nieuwe Jeruzalem. Sjoerd en Dieuwke Stellingwerf bezochten de synagoge, lazen hun prachtige boek en werden hartelijk ontvangen door de artiesten thuis.
Het boek dat tegelijk met de expositie verscheen, heet “De doden zullen herrijzen” met als ondertitel ”een persoonlijke verwerking van de shoah”. Het is Marc de Klijn die het boek op zijn naam heeft staan. Het is ook zijn biografie. Heel eerlijk en transparant beschreven.
Maar ook het werk van Henny, de vrouw met wie hij 13 jaar is getrouwd, heeft er haar plaats in. Zijn schilderijen en haar keramieken spreken als het ware met èèn mond. Opdat wij zouden weten in welke tijden wij eigenlijk leven. Wat er is geweest, wat ons nog wacht en de nieuwe wereld die Joden en christenen tegemoet zien. Op grond van verscheidene profetieën en de woorden van Jezus zelf, de Messias.
Derde Wereldoorlog
“De doden zullen herrijzen” begint met Ezechiël 37: de grote ‘reanimatie’, de opstanding van het gestorven Israël. Het wonderbaarlijke hoofdstuk besluit met de woorden dat God temidden van Zijn volk zal wonen. Er staat Gods volk dus een toekomst te wachten die in het geheel niet lijkt te passen bij de werkelijkheid van het Israël van Sharon. En ook niet met de verdrukking onder het vandaag de dag toegenomen antisemitisme.
Is het niet vaak zo gegaan? Dat voorzeggingen van de Geest bijna absurd klonken in de tijd dat ze uitgesproken werden? Gods woord is de bron van inspiratie voor Marc en Henny. Kunstenaars die hun geloof uitgesproken willen communiceren door middel van hun handwerk.
We begonnen dit verhaal met een gruwelijke zin over de Tweede Wereldoorlog. De Shoah. Marc en Henny zijn er van overtuigd dat de Derde Wereldoorlog allang gaande is. Daarover houdt Marc lezingen. Hij gelooft dat de eindtijd al in 1933 is begonnen, toen Hitler aan de macht kwam.
Meest gehate volk
Wij kunnen in deze uitgave geen full color afbeeldingen plaatsen van de tentoonstelling. Gelukkig heeft de uitgever, Kok, eersteklas materiaal gebruikt om de schilderijen en keramieken prachtig neer te zetten. Ook wie Kampen dit voorjaar niet heeft bezocht, zou zichzelf de aanschaf van het boek moeten gunnen.
Marc schrijft in het begin van het boek dat het hem er niet om gaat om allerlei feiten over de periode van 1933-1945 weer te geven Hij hoopt de lezers in hun hart te kunnen raken met wat de Joden is overkomen. De schilder wil met zijn werk communiceren wat het betekent om tot het meest gehate volk van de wereld te behoren. Dat je eigenlijk niet behoort te bestaan.{mospagebreak toc="1"}
Afscheid
Dat persoonlijke verhaal is in eerste instantie tragisch. Vanwege de tijd waarin zijn leven begon en de jeugd met overactieve ouders, zonder religieuze identiteit. Vanwege de moeite om in het naoorlogse Nederland een bestaan te vinden als grafisch kunstenaar. Niet in het minst door de diepe eenzaamheid die hem telkens te pakken nam.
En de ingrijpende zoektocht naar God, de God van zijn volk. Pas na zijn vijfenveertigste levensjaar breekt bloei door. De fase van zichzelf ontdekken, begint met een aangrijpend emotioneel en psychisch afscheid van zijn moeder. Wel laat. Het afscheid grijpt plaats op het graf van moeder Alice Heksch in Laren,’t Gooi. Marc was toen even oud als zijn moeder toen zij overleed.
Verlaten
Marc: “Ik heb in een brief aan mijn moeder alles wat ik op mijn hart had, wat ik altijd aan haar had willen zeggen en wat ik altijd verzwegen heb, wat ik al die tijd opgekropt heb, waar ik nooit antwoord op gekregen heb, verwoord. Met name dat ze mij verlaten heeft in die onderduiktijd – ze had beloofd bij me te blijven - maar ook dat mijn leven moest draaien om haar muzikale idealen.
Als ze nog zou leven zou ik haar zeker vergeven hebben. Niet omdat ik christen was geworden, maar omdat ik begreep wat de oorlog voor invloed op haar heeft gehad. Er zijn zoveel familieleden “de Klijn”en “Heksch” omgebracht. Zij heeft daar nooit over kunnen praten. Die vergeving van mij zou voor meer dan tachtig procent bestaan uit begrip. En dat geldt voor mijn vader ook.
Hij zat heel anders in elkaar als mijn moeder. Hij maakte geintjes over allerlei vragen. Ik had hem bij wijze van spreken eerst moeten vastbinden op een stoel en dwingen om antwoord te geven op mijn vragen. Ik had moeten roepen: “Papa, je hoeft je er niet voor te schamen, maar zeg me in ieder geval wel de waarheid”. Ik had willen weten hoe het voor hen was in de oorlog; waarom ze niets aan het Jodendom deden; waarom ze kozen voor assimilatie.
Ik weet zeker dat ik mijn vader en mijn moeder gedwongen zou hebben om stelling te nemen. Hij zou dat verschrikkelijk moeilijk gevonden hebben. Dat weet ik heel goed. De bron van de geslotenheid van mijn vader lag daarin dat hij al als negentienjarige keihard heeft moeten knokken voor zijn bestaan. Op die leeftijd stierf zijn vader en mijn vader bleef achter met zijn moeder en een vijftien jaar jonger broertje.
Hij moest zorgen dat er geld binnenkwam. Hij had geen tijd om te huilen. Er moest brood op de plank. En hij was geen filosoof. Hij was een doe-mens. Hij kon ontzettend goed voor zichzelf opkomen. Maar hij had een heel klein hartje. De eerste keer dat ik mijn vader heb zien huilen, was toen hij het bericht kreeg dat mijn moeder was overleden. Hij was nergens meer…hij was helemaal gebroken”.
Eenzaamheid
In Marcs levensverhaal zit heel veel eenzaamheid. Als jongetje; tijdens de studie; als werkzoekend graficus; in zijn eerste huwelijk. Heeft hij die eenzaamheid ergens achter kunnen laten? Marc:”Nee, het speelt nog steeds. Alleen het is overwoekerd door heel andere dingen. Er zijn momenten dat het er ineens weer is. Je staat er ten diepste altijd alleen voor.
En ik heb ook afgeleerd om in laatste instantie de steun van mensen te zoeken. Mensen zijn niet toereikend. Ze schieten gewoon tekort. En God is er altijd wel. Dat is iets dat ik door het geloof ben gaan inzien: van mensen moet je het ook niet verwachten”.{mospagebreak toc="1"}
Doodsbang
In zijn lezingen en in zijn schilderijen vertelt Marc over de zware tijden die, overeenkomstig de Bijbel, over de aarde komen. Is hij zo vroom dat hij dan geen angst heeft voor de nood waarin de aarde nu verkeert en nog zal gaan verkeren? Marc:” Net zo als je als gelovige twijfel en verdriet voelt, is er ook angst.
Ik kan me zelfs afvragen dat als iemand zonder angst leeft, of z’n geloof dan nog wel reëel is. Angst hoort er bij. Al is het alleen al angst voor de satan. De machten in de lucht, de wereldbeheersers van deze eeuw, dat zijn bepalende factoren die tegen God in gaan. Eèn van die factoren is het geld, wapenhandel, loverboys, noem maar op. Dat is om doodsbang van te worden.
Die slechtheid… ik geloof helemaal niet dat mij niets zal overkomen. Maar als gelovige kan ik het recht in de ogen zien. Alleen door Gods Geest kan je de moed vatten om je niet te laten intimideren. Maar die angst: ik sta gewoon te trillen op mijn benen. Zie eens wat er in de eindtijd gaat gebeuren. Als je leest wat er in Openbaringen staat. En Jezus zegt dan in Matteus dat als die dagen niet zouden worden ingekort dat geen mens, ook geen christenen, niemand het zou overleven. Dat is om bang van te worden.
Naastenliefde
De kerk moet een vluchtplaats worden voor angstige mensen. Je kunt alleen een vluchtplaats zijn voor angstige mensen als je zelf weet wat angst is. Maar ik heb een heel ander concept van kerken dan wat ik tot nu toe heb meegemaakt. Zoveel gelovigen leven in een soort haventje van ‘wij hebben het geloof, dus ons kan niets gebeuren’. Ik geloof in een kerk volgens Handelingen 2 en 4: Een hele goede reputatie bij de wereld. Ze stonden in aanzien bij het volk.
Nou, het tegendeel is nu het geval. Ze hadden alles gemeenschappelijk. De rijken zorgden ervoor dat de armen niets tekort kwamen. Arm en rijk klopt nu niet. Groepsvorming tussen de kerken klopt niet. Paulus wijst daar duidelijk op. De kerk moet een toevluchtsoord voor de wereld zijn. Waar mensen makkelijk binnen kunnen komen. Veiligheid, respect, voeding, kleding, slaapplaats. Dat vind ik kerk zijn: omzien naar weduwen en wezen. Omzien naar mensen die lijden. De profeten hebben het er al over. Echt kerk zijn gaat om naastenliefde in de breedste zin. Zo’n onderwerp raakt me heel erg!”.
Zelfingenomen
Is het een legitieme vraag om uit te spreken waarom God Auschwitz heeft toegelaten?
“Ik vind het wel een legitieme vraag, maar ook behoorlijk vrijpostig. Want mensen hebben het gedaan. Den Heijer heeft gevraagd of je, als er zulke massale dingen gebeuren, kunt spreken van een God die deze dingen tolereert. En als er dan een God is die dat tolereert, wat is dat dan voor een God? Hij laat het toe.
Maar het is een legitieme vraag en ik denk, ook als Jood, dat de Joden er medeschuldig aan zijn. Een deel van de genocide is niet te verklaren uit het antisemitisme van Hitler, maar ook uit de zelfingenomen houding van verscheidene Joden. De trots van het Joodse volk om zich beter te voelen dan anderen. Het heeft te maken met de onuitstaanbaarheid van sommige Joden.
Roeping
Toen Noach de ark bouwde, was er al sprake van antisemitisme. Het feit dat God een volk heeft uitverkoren, zet kwaad bloed bij hen die niet uitverkoren zijn. Die kunnen dat niet pruimen. ‘Waarom de Joden wel en wij niet?’ Dat was er al voor het antisemitisme werd uitgesproken door mensen als Voltaire, Luther en andere kerkvaders. Ik heb van Luther dingen gelezen die letterlijk door Hitler herhaald werden. Dat wil je niet weten, zo erg.
Kijk, die uitverkorenheid is moeilijk voor Joden en niet-Joden. De Joden moeten toch wel verplichtingen nakomen, en dat is niet gelukt. Gods belofte aan de aartsvaders is dat Israël de wereld tot zegen zal zijn. Dat is een roeping die nog steeds geldt. Ook Israël moet zich bekeren”. {mospagebreak toc="1"}
Identiteit
Heb je er dus moeite mee dat de Joden een zekere tevredenheid ontlenen aan hun identiteit?
Marc:”Dat Joden eeuwenlang vervolgd zijn roept natuurlijk een zekere identiteit op. Ze hebben geleerd dat hun jood-zijn te maken heeft met het lijden. En als er geen vervolging plaatsvindt, ligt het gevaar van assimilatie op de loer. In een groepsmentaliteit ligt een terugtrekking om die identiteit dan maar te bewaren. Maar dat is niet de identiteit die God vraagt van Zijn volk. God gebruikte keer op keer profeten om Zijn volk tot de orde te roepen.
Maar vandaag de dag mogen we niets meer tegen de Joden zeggen, want dan zijn we antisemitisch. Ik heb ook deernis met de Joden omdat er nog een golf van geweld over ze heen zal komen, waar ze niet tegen bestand zijn. Ik ben doodsbang dat ze zich op het laatste moment dan ook nog van God zullen afkeren”.
Pottenbakker
Henny was al bij het joodse lijden betrokken nog voor ze met Marc kennis maakte. “Het raakte mij altijd al. Ik heb nooit joodse vrienden gehad. Maar ik las veel over de shoah.
Als christen zag ik het joodse volk als Gods volk. Vanuit de Bijbel had ik de verwachting dat Joden en christenen tot het einde toe vervolgd zouden worden. Ik wist dat de christenen geënt zijn op de stam, de Joden.
In ons gezin werd geleerd dat de christenen de Joden tot jaloersheid moeten wekken. Dat de joodse mensen de Messias moeten leren kennen”.
Heb jij Marc allereerst als Jood leren kennen of als kunstenaar?
“Als kunstenaar. Over Marcs Jood-zijn hebben we het in het begin niet gehad. Wij ontmoetten elkaar op een bijeenkomst van kunstenaars in ‘l Abri in Eck en Wiel. Ik zat onder zijn gehoor. We bleken een heleboel raakvlakken te hebben. Ik ben begonnen als pottenbakker, met een winkeltje in Lisse. Toen ik 20 was ben ik getrouwd.
In die tijd was ik te arm om klei te kopen. Jaren heeft mijn werk dus op een laag pitje gestaan. Na mijn scheiding, na elf jaar, heb ik meer ruimte gekregen om weer creatief te werken. Mijn omslag in mijn werk, het maken van keramische beelden, heeft te maken met Marc. Hoewel ik in het pottenbakken toch veel van mijn emoties heb gelegd”.
Stimulans
Marc:”Toen ik dit beeldje bij haar zag, over Sobibor, toen heb ik meteen gezegd dat ze daarmee moest doorgaan. Zo fantastisch”.
Henny:”Ik had zo’n lage dunk van mezelf dat ik aanvankelijk niet zo tevreden was met dit beeldje. Maar nu het in het boek staat, ben ik er wel blij mee. Door Marc krijg ik eindelijk bevestiging en stimulans”.
Samen lopen we naar een grote schaal, in een vroegere periode door Henny: “Kijk, dit is ‘Gebed in beeld’. Snap je, het is wel een schaal, maar hier zie je een duim en daar de vingers. In de periode na mijn scheiding kon ik absoluut geen gesloten potten meer maken. Ik maakte alleen maar open potten. Wat zat daar achter? Achteraf wilde ik er dus heel veel mee uitdrukken. Dat komt heel diep weg. Je moet iets maken, je moet werken, je moet iets uitdelen. Dat zit in je lijf, dat zit in je bloed.
Dat geldt voor ons allebei. Als we niet kunnen werken…dat is verschrikkelijk. Wij willen absoluut communiceren met ons werk. Maar niet op een prekerige manier.Wel dat het mensen aan het denken zet en dat emoties aangesproken worden. Je kunt het nog zo goed hebben met anderen, vrienden, je partner. Er is een stukje waarin jij alleen tegenover de Almachtige staat. Het gaat erom om God op de eerste plaats te zetten. En dan je man, je vrouw, je medemens”.
Ogen
Aan het eind van ons bezoek onthult Marc dat ze een enorme spurt maakten bij de totstandkoming van het boek. De reden is dat het met Marcs ogen niet zo goed gaat. Vanwege diabetes is de doorbloeding van het netvlies fout gegaan. De haarvaatjes lekken. Regelmatig moet er gelaserd worden, wat een heel vervelende behandeling is. Daarbij worden kleine stukjes netvlies aangetast. Moge de Here, die Marc en Henny willen dienen met hun werk, Marcs ogen voor verdere aantasting bewaren en herstellen.
