Een nieuw jaar en een nieuw decennium: de blik is gericht op de toekomst, met goede wensen en positieve verwachtingen. Bij het vooruitkijken is het – niet alleen bij jaarwisselingen – verstandig om ook eens terug te blikken: naar belangrijke gebeurtenissen van vorig jaar en eerder, en ook naar oude voorzeggingen.
Terugblikken kan zowel duiding als inspiratie geven. Alles heeft immers gevolgen, niets is zonder oorzaak – en de geschiedenis moet zijn beloop hebben. Dat vindt ook de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad, die op 5 januari tijdens een staatsbezoek aan Tajikistan de volgende belofte uitsprak: “Met de hulp van Allah komt er spoedig een einde aan de donkere tijdperken van de mensheid en kan de Iraanse natie het vacuüm opvullen dat bij de ineenstorting van de imperialistische machten ontstaat”.
Islamitische profetieën
Ahmadinejads onverhulde vernietigingsdreigement aan het ‘imperialistische’ Westen (in andere uitspraken toegelicht met: de VS, Engeland en Israël) was het zoveelste in een lange reeks. Het officiële Iraanse persbureau Fars publiceerde het prominent, maar het haalde de westerse media niet.
De westerse media verzwijgen het waarschijnlijk (melden het niet) omdat ze niet geloven dat de Iraanse imperialistische ambities, die geworteld zijn in oude sjiitisch-islamitische profetieën, kans van slagen hebben. Aanhangers van dat ongeloof beschrijven Iran als een ‘papieren tijger’ die het niveau van regionale grootmacht nooit zal kunnen ontstijgen – zelfs als het land zijn nucleaire plannen zou verwezenlijken.
Rationele motieven
Die analyse is gebaseerd op drie veronderstellingen. De eerste is dat het Iraanse regime, ondanks alle islamitische en nationalistische retoriek, uiteindelijk door ‘rationele’ wereldlijke motieven wordt gedreven, zeker als het voortbestaan van het land op het spel zou komen te staan.
Het Iraanse moellahregime blijkt bereid om grootschalige terreur in te zetten. Niet alleen de eigen economie, maar het wil zelfs de eigen jeugd in de strijd tegen de ongelovigen opofferen. Maar het is voor het Westen niet verstandig om deze veronderstelling tot het bittere einde uit te testen.
Al Qaeda
De tweede ‘geruststellende’ veronderstelling is dat Iran niet over de noodzakelijke bondgenoten en bases beschikt om zijn wereldwijde ambities te kunnen uitvoeren. Daarbij ‘vergeten’ we dat de Iraanse invloed al jaren tot in Zuid-Amerika en Korea reikt (met de zeer antiwesterse mogendheden Venezuela en Noord-Korea als Irans belangrijkste bondgenoten) en dat het land toegang heeft tot en samenwerkt met een wereldwijd radicaal-islamitisch netwerk. Daartoe behoren naast sjiietische (bijvoorbeeld Hezbollah) ook soennitische organisatiestructuren (waaronder Hamas en Al Qaeda).
Bedankbrief
In november 2008 onderschepten westerse inlichtingendiensten een door Al Qaedavoorman Ayman al-Zawahiri ondertekende brief. Daarin bedankt hij het Iraanse regime voor de aan Al Qaeda verleende assistentie bij het verwerven van steunpunten in Jemen, nadat de belangrijkste Iraakse en Saoedische steunpunten van Bin Ladens terreurorganisatie waren vernietigd.
In de brief bedankte hij ook Teheran voor de medewerking bij het plegen van de Al Qaedabomaanslag van september 2008 op de Amerikaanse ambassade in de Jemenitische hoofdstad Saana. Daarbij vielen zestien doden.
Op 6 januari publiceerde de Washington Times een hoofdredactioneel artikel waarin de krant wees op de samenwerking tussen Al Qaeda en Teheran en op de Iraanse ‘vingerafdrukken’ op de mislukte bomaanslag op een Amerikaans verkeersvliegtuig, vorig jaar kerst. Richting de regering-Obama benadrukte de krant “dat het probleem niet zal verdwijnen door te doen alsof het niet bestaat”.
Nucleaire wapenwedloop
De derde ‘geruststellende’ veronderstelling is dat de Iraanse ambities geen ontwrichtende regionale gevolgen zullen hebben en dat de wereld ook met een nucleair Iran kan leven.
De Israëlische onderminister van Buitenlandse Zaken, Daniel Ayalon, waarschuwde op 6 januari dat een nucleair Iran niet alleen de regionale verhoudingen ontwricht, maar “de bestaande wereldorde zal vernietigen”. “We zullen dan een nog nooit vertoonde nucleaire wapenwedloop meemaken”, volgens Ayalon.
Realisten en relativisten
Hoe hoop en vrees, ontkenning en realisme, ook in de Israëlische regering kunnen botsen, illustreert het volgende voorval. Eind december zei de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Avigdor Lieberman op een bijeenkomst met Europese ambassadeurs niet te geloven dat binnen tien jaar, en zelfs niet binnen twintig, een allesomvattende vrede in het Midden-Oosten tot stand zal kunnen worden gebracht.
Lieberman bevindt zich in het kamp van de politieke realisten, die Israëls problemen in een brede, regionale context beschouwen. Zij zien de ‘politieke islam’ als het voornaamste vraagstuk. Aan de andere kant staan de politieke relativisten, die denken dat deeloplossingen (bijvoorbeeld een ‘Palestijns-Israëlische’ vrede) de basis vormen voor de oplossing van het structurele vraagstuk van de islamitische dreiging.
Linkervleugel
De eerste reactie op Liebermans uitspraak kwam uit de linkervleugel van zijn eigen coalitieregering. De socialistische minister van Sociale Zaken Isaac Herzog riep weer een andere minister op – de eveneens socialistische Ehud Barak van Defensie – om “een klacht tegen Lieberman in te dienen bij premier Netanyahu”. Volgens Herzog schaadt Liebermans uitspraak namelijk de Israëlische internationale geloofwaardigheid.
Realisme verhoudt zich niet goed met de luchtfietserij van de relativisten. Maar realisme is noodzakelijk om de serieuze dreiging van spelers als Ahmadinejad te kunnen verstaan en adequaat daarop te kunnen reageren.
Iraanse tijger
Volgens de Chinese traditie is 2010 ‘het jaar van de tijger’. Het Westen, Israël inbegrepen, doet er goed aan dit jaar het realisme te omarmen en de niet-papieren Iraanse tijger onschadelijk te maken.