Gebed
Christenen bezingen Jeruzalem uitbundig aldus Voortman. Voor Joden is Jeruzalem meer dan een plaats die bezongen wordt.
Drie keer per dag wanneer men het hoofdgebed uitspreekt richt men zich naar Jeruzalem. De stad wordt zevenhonderd maal in de Joodse Bijbel (Tenach) genoemd. Drie keer per jaar gebood de Joodse wet (Thora) opgang naar Jeruzalem tijdens de hoge feesten. Het hoofdgebed Amida bevat de belangrijkste tekst in alle gebeden waarin men de volgende woorden reciteert: “Wanneer zult U over Tzion regeren. Spoedig en in onze dagen zult U er eeuwig verblijven. Vergroot en heilig Uw naam in uw stad Jeruzalem.”
Centrale rol Jeruzalem in Jodendom
Maar los van de gebeden speelde Jeruzalem altijd al een centrale rol in de geschiedenis van Israël en het Joodse volk. Een Joodse bruiloft wordt bijvoorbeeld afgesloten met het kapot maken van een glas dat de verwoesting van de tempel in Jeruzalem symboliseert. De bruidegom legt naast een eed van trouw aan zijn bruid ook een belofte af Jeruzalem nooit te vergeten. Joodse feesten worden meestal afgesloten met de wens ‘volgend jaar in Jeruzalem’. Een gewoonte die ontstond tijdens de lange ballingschap en die hoop moest geven op terugkeer naar Israël in het door antisemitisme geteisterde Europa.
Korte inleiding
Voorafgaand aan een puntsgewijze reactie op het artikel van Voorman is een korte inleiding over de moderne geschiedenis van Oost-Jeruzalem op zijn plaats.
De naam Oost-Jeruzalem is tegenwoordig een aanduiding voor het gedeelte van Jeruzalem dat over de groene lijn (bestandslijn 1948) ligt. In feite beslaat het gebied ook noord en zuid Jeruzalem. Dit waren tot 1967 spaarzaam bewoonde gebieden, en dit is waar Israël na de annexatie grotendeels de uitbreiding van Jeruzalem realiseerde.
Het Arabische deel van Jeruzalem, het echte Oost-Jeruzalem van nu, was tot 1948 echter een gemengd Joods-Arabische stad. Tot in de jaren twintig van de vorige eeuw woonde daar een grote Joodse meerderheid. De wijk Sheikh Jarrah/Shimon Ha Tzaddik bijvoorbeeld, was een overwegend Joodse wijk tot 1948. In feite bestond Jeruzalem tot aan de Eerste Wereld oorlog slechts uit Oost-Jeruzalem. Silwan, een wijk die nu Arabisch wordt genoemd en waar het antieke Jeruzalem uit de tijd van David wordt blootgelegd, werd in 1882 al bewoond door Joods Jemenitische families.
De Oude Stad van Jeruzalem kende vanaf volkstellingen in de vroege negentiende eeuw een Joodse meerderheid. De Joodse aanwezigheid in Oost-Jeruzalem liep voor 1948 al terug onder invloed van de Arabische aanvallen op Joden. Jordanië maakte echter aan de Joodse aanwezigheid in en na 1948 een eind. Oost-Jeruzalem werd etnisch gezuiverd van Joden en Joods onroerend goed werd of geconfisqueerd of vernietigd. 58 synagogen werden toen bijvoorbeeld vernietigd.
Inhoudelijke bespreking van Voortmans beweringen
“Palestijnse gezinnen in Oost-Jeruzalem worden structureel dakloos gemaakt”, volgens de schrijver.
De feiten zijn dat slechts via slepende uitzettingsprocedures bij rechtbanken in sommige gevallen mensen uit hun huis worden gezet. In alle gevallen betreft het dan illegale bouw of huurdisputen. De procedure voor het afbreken van een illegaal gebouwd huis in Jeruzalem vereist dat vijf verschillende instanties van de gemeente hun handtekening moeten zetten onder een sloopbevel. Deze procedure is uniek in Israël.
“Mensen worden administratief uit elkaar gehaald.”
De feiten: Oost-Jeruzalem inwoners kregen na de Zesdaagse Oorlog het Israëlische staatsburgerschap aangeboden. Een grote meerderheid verkoos onder politieke druk van de Arabische landen om staatsburger van Jordanië te blijven. Om toch na de annexatie van Oost-Jeruzalem de burgers rechten te geven zoals Israëli’s genieten werd hen de permanent- ingezetene status verleend. Deze status hebben de meeste ex-Nederlanders in Israël ook, vanwege de bepalingen in de Nederlandse wet over duaal burgerschap.
Eind jaren negentig bleek er op grote schaal gefraudeerd te worden met de Israëlische ID-kaarten door Palestijnen. Dit was aanleiding voor andere regelgeving. Een Palestijn die nu Oost-Jeruzalem verlaat verliest na zeven jaar deze status. De status is immers verleend vanwege het inwonersschap van Jeruzalem. Een achterliggende reden voor dit soort maatregelen is dat het Palestijnse leiderschap lange tijd probeerde de demografische verhoudingen tussen Joden en Arabieren in Jeruzalem en Israël in het algemeen te wijzigen.
“Oost-Jeruzalem is volledig afgesloten van de Westoever”
Feiten: Iedereen (incl. Arabieren) die vanuit Oost-Jeruzalem wil reizen naar de Westoever kan dat doen. Andersom hebben Palestijnen die op de Westoever wonen een speciale vergunning nodig om naar Jeruzalem te reizen vanaf de Westoever. Deze maatregel heeft alles te maken met de golf van zelfmoord en andere terreuraanslagen die Jeruzalem trof en die georkestreerd werd vanuit de Westoever. Daarvoor konden Palestijnen vrij in Israël reizen. Israëli’s hadden ooit toegang tot alle Palestijnse dorpen en steden, dat werd per wet verboden na de lynch van Israëli’s in onder andere Ramallah.
“Moeders (bij checkpoints) op weg naar bevalling in het ziekenhuis worden niet doorgelaten”.
Feiten: Palestijnse vrouwen worden altijd doorgelaten voor bevalling in het ziekenhuis. Ook vrouwen worden bij checkpoints gecontroleerd. Sinds 2001 waren negen Palestijnse vrouwen betrokken bij zelfmoord aanslagen Acht van die zelfmoordaanslagen vonden in Jeruzalem plaats. Daarnaast arresteerden Israëlische veiligheidsdiensten tientallen andere vrouwen die op weg waren naar aanslagen. In veel gevallen pretendeerden deze vrouwen zwanger te zijn.
“Oost-Jeruzalem wordt verjoodst”.
Feiten: De demografische cijfers over Jeruzalem geven aan dat deze claim een leugen is. Sinds 1967 is de Arabische bevolking in Jeruzalem verdrievoudigd. De Joodse bevolking verdubbelde sinds die tijd. In verhouding neemt dus het aantal Joden juist af en is er sprake van een meer Arabische stad.
De Palestijnse Autoriteit voerde vanaf het begin van haar bestaan een actief beleid om de verkoop van onroerend goed aan Joden te verbieden. Tegenwoordig staat de doodstraf op de verkoop van onroerend goed aan Joden. Een Arabier uit Oost-Jeruzalem werd drie jaar geleden vermoord aangetroffen in de buurt van Jericho na de verkoop van een huis aan Joden.
De transactie van onroerend goed in Jeruzalem is vrij aan de Israëlische kant. Er is een en dezelfde procedure voor Joden en Arabieren, dit geldt ook voor bouwvergunningen. Cijfers over de laatste negen jaar laten zien dat de afgegeven bouwvergunningen voor Arabieren in Oost-Jeruzalem een kwart van het totaal van Jeruzalem vormen. (4424 op een totaal van 17890 afgegeven vergunningen), dat is dus exclusief gemengde wijken.
Arabische investeringen in de West-Jeruzalem zoals die van Munib al-Masri een Palestijnse miljonair uit Nabloes met de Amerikaanse nationaliteit zijn de schrijver ook ontgaan. Nabij Malcha het grote winkelcentrum gaat al Masri een project van 150 woningen realiseren bij Beit Safafa, dat voor 1967 verdeeld was tussen Israël en Jordanië.
Arabische inwoners van Oost-Jeruzalem verhuizen in toenemende mate naar voorheen ‘Joodse’ wijken zoals Neve Ya’acov en Pisqat Ze’ev en French Hill. Verder heeft de gemeente Jeruzalem plannen goedgekeurd voor de bouw van 13.500 wooneenheden in Arabische buurten in Oost-Jeruzalem.
“Mensen die al vijftig jaar in hun huis wonen worden gedwongen dat huis te verlaten”.
Feiten: De schrijver geeft drie voorbeelden van Palestijnse families in Sheikh Jarrah die recentelijk uit hun huizen werden gezet. Deze families woonden inderdaad al lange tijd in deze huizen, maar wat de schrijver niet vermeld is de voorgeschiedenis van deze uitzettingen. Het betreft hier uitzettingen op bevel van rechtbanken na weigering om huur te betalen aan de wettige eigenaren. Ontruimingbevelen werden ruim voor de ontruimingsdatum aan de betrokkenen overhandigd.
De wijk Sheikh Jarrah was voor 1948 een voornamelijk Joodse wijk met de naam Shimon Ha Tzaddik. Honderden Joodse families woonden toen rond het graf van de voormalige hoge priester Shimon Ben Yochanan. Na 1948 werden de Joden door Jordanië verdreven uit Jeruzalem, ook uit deze wijk. De huizen werden vervolgens gedistribueerd onder Arabieren.
Sinds 1967 is de wijk een gemengde wijk van Arabieren en Joden. Er lopen tientallen procedures bij Israëlische rechtbanken over de eigenaarkwestie en huurachterstanden. De genoemde huizen werden door het Israëlische Hooggerechtshof toegewezen aan de Joodse eigenaren na uitputtende procedures.
Tegelijkertijd werd de Arabische bewoners een beschermde status gegeven als huurder. De families weigerden echter jarenlang huur te betalen en verloren uiteindelijk de rechtszaak die tegen hen was aangespannen. Uitzettingen werden daar op door de rechtbank verordonneerd. Deze uitzettingen werden daarop door diverse organisaties die de belangen van Palestijnen verdedigen aangegrepen voor een disinformatiecampagne en protesten in de wijk Sheikh Jarrah/Shimon HaTzadik. Bij deze demonstraties zijn ook buitenlandse activisten betrokken.
“Een derde van de 200.000 Palestijnen in Oost-Jeruzalem heeft van de stad een brief gekregen waarin hun wordt opgedragen te vertrekken”.
Feiten: Er bestaat geen dergelijke brief aldus de gemeente Jeruzalem. Mogelijk wordt hier gerefereerd aan een brief over de weigering om gemeentelijke belastingen te betalen. Daarin wordt geen bevel om te vertrekken gegeven, maar om te betalen.
“De kaart van Jeruzalem in het artikel vertoont twee “Israëlische bouwprojecten” in Oost-Jeruzalem.”
Feiten: Het betreft hier geen “bouwprojecten” maar gebieden die in bestemmingsplannen zijn aangewezen voor de bouw van huizen. Het gaat hier om gebieden aan de grens van Ma’aleh Adoemim in de Judeawoestijn die waren aangemerkt voor bouw. De Israëlische regering heeft deze plannen voorlopig in de ijskast gezet na internationale druk.
Tot slot
Voortman beschuldigt Israël van grove misdaden zoals etnische zuivering van Palestijnen via uitzetting- en sloop procedures. De feiten zoals hierboven gepresenteerd, laten zien dat zijn beschuldigingen volledig uit de lucht gegrepen zijn. Maar ook de cijfers van de sloop van illegaal gebouwde huizen in Oost-Jeruzalem maken duidelijk dat Voortman en zijn informant Floor propaganda van een bedenkelijk soort bedrijven.
In 2007 werden in Jeruzalem in totaal 104 illegale bouwwerken afgebroken, 69 in Oost-Jeruzalem en 35 in West-Jeruzalem. Hierbij dient te worden aangetekend dat illegale bouw in Oost-Jeruzalem op veel grotere schaal voorkomt. In 2008 was de verhouding 86-42, en tot mei 2009 stond de teller op 21-20. De gemeente heeft een en dezelfde procedure voor de illegale bouw.
Een goed begrip van de complexe situatie in Jeruzalem begint met goede informatie. Die informatie geeft een genuanceerder beeld en laat weinig heel van de propaganda die tegen Israël wordt gebruikt. Kritiek op het bestuur van Jeruzalem is legitiem. De huidige burgemeester neemt kritiek ter harte en werkt hard aan verbeteringen in de achterstandswijken in Oost- en West-Jeruzalem.
De ravage van Sion bevat echter beschuldigingen die doen denken aan een klassieke libel. Voortman zou er goed aan doen zich te bezinnen op de effecten van publicatie van dergelijke artikelen.