Wie de zeven zendbrieven van de opgestane en verheerlijkte Heer Jezus Christus leest in het boek de Openbaring van Jezus Christus aan Johannes, beseft dat het hier niet slechts om zeven brieven gaat aan zeven gemeenten in Klein-Azië aan het begin van onze jaartelling, maar dat het ook gaat om brieven aan de gemeente van Jezus Christus van alle plaatsen en alle tijden in de afgelopen tweeduizend jaar.
Kerkhistorische visie
Er zijn zelfs uitleggers die in de zeven brieven de karakteristieken menen te kunnen zien van zeven opeenvolgende fasen in de kerkgeschiedenis van de afgelopen tweeduizend jaar. In deze kerkhistorische visie denkt men dan bij de eerste brief aan Efeze aan de vroege kerk, de apostolische oerkerk, de ‘Efeze-kerk’. De ‘Smyrna-kerk’ is vervolgens de martelaarskerk onder de vervolgingen door de Romeinse keizers. De ‘Pergamum-kerk’ is dan de staatskerk beginnend bij keizer Constantijn en het begin van het pausdom. De ‘Tyatira-kerk’ vervolgens is de bloeitijd van de roomse kerk. De ‘Sardes-kerk’ een in dode orthodoxie verzandende kerk van na de Reformatie. De ‘Filadelfia-kerk’ is dan de kerk van de grote opwekkings- en zendingsbewegingen en het Reveil van de negentiende eeuw, doorlopend in de twintigste eeuw. En ten slotte de ‘Laodicea-kerk’ die de totaal verwereldlijkte en vrijzinnige kerk van het einde, vlak voor Jezus’ Wederkomst. Hoe dat ook zij: de zeven gemeenten moeten niet slechts ná elkaar, maar ook náást elkaar gezien worden.
Filadelfia
Filadelfia was (en is!) een kleine stad in een gebied waar regelmatig aardbevingen plaatsvinden. Het is vaak herbouwd en staat bekend om de wijnbouw, zodat de Griekse god Bacchus (Dionysius) er werd vereerd. Juist door de vele aardbevingen is het een onaanzienlijk stadje gebleven. Toch is deze gevaarlijke plaats geen ruïne geworden – in tegenstelling tot de meeste andere genoemde steden in Asia – en wordt het dus nog altijd bewoond.
En: er is in deze islamitische stad Allasehir nog steeds een kleine christelijke gemeente! Allasehir – dat wil zeggen stad Gods/stad van Allah. Een geweldige vervulling van de belofte uit Openbaring 3:7: “En schrijf aan de engel der gemeente te Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel Davids heeft, die opent en niemand zal sluiten, en Hij sluit en niemand opent.” Als Hij opent, zal niemand sluiten. Ook de islam niet die in Turkije, Noord-Afrika en in het Midden-Oosten zeer vele christelijke kerken en gemeenten ‘gesloten’ heeft.
Blijf uitzien
Dus: blijf Mij verwachten, zegt Jezus, laat je niet meeslepen door de waan van de dag, volg geen ‘verlossers’ hoezeer ze door de mensheid ook massaal verwelkomd, slaafs gehoorzaamd, religieus vereerd worden (als een Marx, Darwin, Freud, Hitler, Stalin, Mao Tse Tung, Napoleon, etcetera), maar blijf uitzien naar Mij. Want Ik zal komen om de Grote Verlossing te brengen, wereldwijd.
Laodicea
Hoe anders is dat in Laodicea. Zoals Filadelfia in de kerkhistorische visie het karakter zou weergeven van de periode van de geweldige zendings- en evangelisatiebewegingen van de negentiende en de twintigste eeuw, te beginnen bij de opwekkingen in Amerika en Engeland met mannen als George Whitefield, John Wesley, Charles G. Finney en Dwight L. Moody en doorgaand in bewegingen in Europa als het Réveil, de opkomst van de zendingsorganisaties en Bijbelgenootschappen – doorlopend tot in onze dagen – zo is de periode van Laodicea die van de kerk in de eindtijd, die lauw en wereldgelijkvormig ermee parallel gaat. Die de Bijbel als gezaghebbend Woord van God heeft losgelaten. De vrucht van eeuwenlange hogere Bijbelkritiek.
Onkruid en koren
Het onkruid en het koren, het goede graan, groeien samen op tot de oogst, Matteüs 13:24-30, 36-43. Het onkruid, de dolle tarwe, lijkt als twee druppels water op het echte graan, maar het draagt geen vrucht. Het wortelstelsel van de dolle tarwe strekt zich ver uit, en slingert zich onder de grond om de wortels van het goede graan.
Wie het probeert uit te trekken, trekt onherroepelijk het goede graan mee uit. Alleen de engelen zullen bij de oogst het goede graan, de echte tarwe, kunnen onderscheiden en scheiden van het onkruid, de dolle tarwe. Het vormen van een ‘ware’ kerk is in de loop van de kerkgeschiedenis al vele malen geprobeerd, maar het is altijd een vruchteloze onderneming gebleken.
Afscheidingen, eigen groepsvorming van reformatorische, evangelische, pinkster, charismatische, katholieke, orthodoxe of welke signatuur dan ook, heeft tot veel verdriet geleid. En het is een ongeoorloofd scheuren van het lichaam van Christus geweest waarover de kerk diep bedroefd behoort te zijn en waarvoor ze schuld dient te belijden tegenover haar Heer.
Stem van het volk
Laodicea betekent hetzelfde als ‘democratie’: het volk aan de macht. De stem van het volk is de stem van God, zeiden de Romeinen. Niet wat God en Zijn Woord zeggen, is beslissend, maar wat wij vinden. Ook de wetten in ons land komen zo op democratische wijze tot stand. Wet wordt wat de meerderheid van stemmen vindt. Richtlijnen voor het geloof wordt in de kerk(en) bij meerderheid van stemmen beslist. Er moet voldoende ‘draagvlak’ zijn, zegt men. Geen gehoorzaam buigen onder het gezag van God en Zijn Woord of de door Hem ingestelde ordeningen en gezag van overheid en burger, ouderlijk gezag, leermeester en leerling, werkgever en werknemer, maar ieder doet wat goed is in zijn ogen, Richteren 17:6, 21:25.
Of het nu de seksuele moraal betreft, of om vragen rondom de bescherming van het leven (abortus en euthanasie), relatievormen, doorbreken van gezagsverhoudingen door democratiseringsprocessen: vanaf Christus’ eerste komst is het geheimenis der wetteloosheid (2 Tessalonicenzen 2:3 en 7, 1 Johannes 3:4) bezig als een zuurdesem het gehele brood te doorzuren. Maar bij het vieren van Pesach moesten en moeten Joden alle zuurdesem, alle gist, uit huis verwijderen. En dat geldt ook voor ons persoonlijke en kerkelijk leven!
Volhouden
Kortom, ook in de afval van de eindtijd is het de moeite waard om vol te houden. Om tot ‘Filadelfia’ te behoren, en niet bezwijken voor de druk van ‘Laodicea’. Er staat veel op het spel. Zijn Koninkrijk dat niet van deze wereld is, van deze aioon, van deze fase van de wereldgeschiedenis, zal tóch eenmaal komen als Hij verschijnt in Heer-lijkheid. Wie daartoe behoort, gaat een grote toekomst tegemoet. Die zal delen in Zijn Koninklijke majesteit en met Hem regeren. Zoals Hij het reeds de overwinnaars van Thyatira beloofde: “En wie overwint en Mijn werken tot het einde toe bewaart, hem zal Ik macht geven over de heidenen; en hij zal hen hoeden met een ijzeren staf, als aardewerk worden zij verbrijzeld, gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb” (Openbaring 2:26-27).
Ds. Willem J. J. Glashouwer
