Tijdens een multiculturele bijeenkomst in Gouda kwam ik als predikant naast een rooms-katholiek pastor terecht.
Een geanimeerde conversatie ontspon zich. Op gegeven moment vroeg ik mijn gesprekspartner: “Is dat niet Thomas van Aquino?” Na enige verduidelijking van mijn vermoeden gaf hij te kennen: “Jij weet er meer van dan ik.”
Het is van belang je klassieken te kennen. We staan altijd op de schouders van allen die ons zijn voorgegaan.
Veel hebben we aan Augustinus en Thomas of Calvijn te danken. Waar ze verkeerd zaten, was hun invloed echter funest.
Het is begrijpelijk dat Erasmus de draak steekt met de spitsvondigheden en haarkloverijen in het theologiseren van Thomas van Aquino (1225-1274). Tijdens mijn studie heb ik wel geleerd dat de scholastiek de meest rijpe vorm van reflectie is.
Mijn hoogleraar dogmatiek moest altijd denken aan “de bloeiende Betuwe waar elk blaadje helemaal gaaf is en aan het ciseleerwerk van de zilversmid.” Alle vragen worden tot in de finesses doordacht! Met zijn middeleeuwse denksysteem heeft Thomas een beslissend stempel op het rooms-katholieke denken gezet.
Gematigd standpunt
Recent las ik een artikel met een interessante beschouwing van prof. dr. Henk Schoot, bijzonder hoogleraar in de theologie van Thomas van Aquino aan de universiteit van Tilburg. Bij de roemruchte leraar der kerk is volgens hem geen sprake van een ‘rabiate haat tegen Joden.’
Toch blijft het moeilijk een duidelijk beeld te krijgen van de wijze waarop de doctor angelicus tegen de Joden van zijn tijd aankeek, “omdat we zijn opmerkingen uit zijn gehele werk bijeen moeten schrapen.” In ieder geval tref je bij hem geen vervangingstheologie aan. Hij neemt een gematigd standpunt in: met de komst van Christus is de wet vervuld.
Kledingvoorschriften
Alle reden de studie van prof. dr. Hans Jansen over de Christelijke theologie na Auschwitz (1981-85) nog eens open te slaan. Thomas leerde: “De Joden zijn tot eeuwige slavernij veroordeeld vanwege hun schuld aan de kruisdood van Christus.” Jansen komt tot de slotsom dat deze visie eeuwenlang het spreken en handelen van christenen negatief heeft beïnvloed.
Volgens prof. Schoot stelt Thomas zich achter de bepaalde kledingvoorschriften voor Joden, maar baseert zich daarbij op de uitspraken van het concilie der Lateranen. Vergoelijkend klinkt het: de maatregelen zijn ter bescherming van de Joden bedoeld!
Voor professor Jansen is het onbegrijpelijk dat de grootste theoloog van de middeleeuwen de conciliebesluiten volgde. De Jodenster betekent openbare vernedering en uitsluiting uit de samenleving. Geel is bestemd voor hoeren, misdadigers, ketters en Joden, en vormt een teken van de eeuwige helse pijn.
