Klik voor ware grootte Nu er weer gesprekken in beeld komen tussen de Israëlische premier Netanjahu en de Palestijnse leider Abbas, zal de oude controverse over Jeruzalem weer op het bordje van de onderhandelaars liggen. Waar is de Palestijnse claim op Jeruzalem als hoofdstad eigenlijk op gebaseerd?
Geen stad ter wereld roept zoveel emoties op als Jeruzalem. Het wordt geacht een heilige stad te zijn voor zowel jodendom, christendom als islam. Jeruzalem fungeerde van oudsher als beeld en symbool van heiligheid, die het menselijke en wereldse overstijgt. Rond het jaar 1000 voor Christus werd Jeruzalem onder koning David politiek centrum en religieus hart van het joodse volk. Zijn opvolger Salomon bouwde op de berg Sion Gods heilige tempel, die zijn aanwezigheid onder zijn volk symboliseerde.
Het is precies deze Tempelberg die inzet is geworden van bittere strijd; de aanwezigheid van de tempel van Salomon op deze berg wordt in toenemende mate van islamitische zijde ontkend. Tegelijkertijd waagt niemand het de islamitische claims op Jeruzalem aan een kritisch onderzoek te onderwerpen.
Bij deze islamitische claims dient een onderscheid te worden gemaakt tussen theologische en historische aanspraken. We beperken ons hier tot de theologische. Gesteld wordt dat Jeruzalem na Mekka en Medina de derde heilige stad van de islam is. Deze stelling wordt gefundeerd op twee afzonderlijke koranverzen, over twee gebeurtenissen in het leven van de profeet Mohammed.
Het zijn verhalen die los van elkaar stonden, maar in de loop van de ontwikkeling van het islamitische denken met elkaar verbonden werden. Het betreft de Isra’, een geheimzinnige nachtelijke tocht die Mohammed heeft gemaakt en de Mi’radj, de opgang van Mohammed naar de zeven hemelen in het gezelschap van de engel Gabriël.
‘Nachtelijke reis’
Soera 17 van de Koran, die haar titel ‘de nachtelijke reis’ (Isra’) ontleent aan de eerste gebeurtenis, begint met het vers: ‘Lofprijzing aan Hem, die zijn dienaar des nachts deed reizen van de gewijde moskee naar de verst verwijderde moskee waarvan Wij de omtrek gezegend hebben.’ Terwijl in het Oude Testament de naam van de stad Jeruzalem 669 keer voorkomt, wordt deze naam in de Koran niet één keer vermeld. De islamitische claim op Jeruzalem is uitsluitend gebaseerd op dit ene vers.
Dit koranvers stelt ons echter voor drie wezenlijke problemen. Ten eerste zegt het dat God zijn dienaar een nachtelijke reis heeft doen maken. Uiteraard heeft de koranexegese vanaf het begin gesteld dat met deze dienaar Mohammed wordt bedoeld.
Het tweede probleem is topografisch van aard. De Arabische tekst vertelt dat deze dienaar ’s nachts reisde van de “masdjid al-haram naar de masdjid al-aqsa”. De masdjid al-haram oftewel ‘de heilige moskee’ kan zonder problemen worden geïdentificeerd als de Kaaba in Mekka. Maar de masdjid al-aqsa oftwel ‘de verst verwijderde moskee’ is problematischer. Het is de beroemde al-Aqsa moskee in Jeruzalem, die tegenwoordig de emoties hoog doet oplopen.
Veel vragen
De islamitische traditie plaatst de nachtelijke reis van Mohammed in het jaar 621. De Arabische veroveraars bereikten Jeruzalem echter pas in 638, wat betekent dat er in 621 nog helemaal geen moskee in Jeruzalem was. Dezelfde soera 17 maakt echter duidelijk (17,6-7) dat het woord masdjid ook voor joodse gebedshuizen werd gebruikt. Soera 17,7 spreekt over Israëls vijanden, die “hun gebedshuis (masdjid ) binnendringen, zoals zij de eerste maal binnengedrongen zijn en deze geheel verwoestten”. Dat lijkt te verwijzen naar de tweede verwoesting van de tempel in Jeruzalem in het jaar 70.
Dus al-masdjid al-aqsa in soera 17,1 zou kunnen verwijzen naar een joodse tempel. Zouden we echter deze ‘verst verwijderde tempel’ identificeren met de tempel in Jeruzalem, dan lijkt dit weer moeilijk te rijmen met koranvers 30,1. Daar wordt gesproken over Palestina als ‘het dichtstbijzijnde land’.
Veel westerse oriëntalisten en islamitische geleerden hebben dit ‘verst verwijderde gebedshuis’ niet met Jeruzalem, maar met andere plaatsen geïdentificeerd. Bovendien stelt de sjiitische islam dat met de ‘verst verwijderde moskee’ de hemel wordt bedoeld. Maar ook als we Jeruzalem wel zouden accepteren als reisdoel van deze nachtelijke tocht, dan nog rest de vraag of het om een fysieke tocht gaat of om een spirituele reis in een visioen of droom.
Het orthodoxe soennitische standpunt stelt dat Mohammed werkelijk, dus lichamelijk, deze nachtelijke tocht heeft gemaakt. Dit wordt echter weersproken door tradities, toegeschreven aan bijvoorbeeld Mohammeds echtgenote Aisha, die verklaart heeft dat het lichaam van Mohammed de hele nacht van de reis naast haar lag, en dat het dus een reis in een visioen was.
Hemelbeklimming
De islamitische traditie is deze nachtelijke tocht gaan verbinden met een andere gebeurtenis in het leven van Mohammed, waarop in soera 53, 1-18 en soera 81,19-25 wordt gezinspeeld. In beide soera’s worden critici van Mohammed terechtgewezen, die schenen te twijfelen aan het wonder van de opklimming van Mohammed naar de hemel.
Over deze tocht van Mohammed door de zeven hemelen en de profeten die hij daar heeft gezien en gesproken, vinden we echter geen spoor in de Koran. Het is met name de Sira van Ibn Hisham, die we rond 830 moeten dateren, die deze informatie verschaft en die de opklimming van Mohammed naar de hemel en zijn reis door de zeven hemelen verbindt met de nachtelijke reis waarover in soera 17,1 wordt gesproken.
In de loop der eeuwen heeft zich vervolgens het volgende dogma ontwikkeld: Mohammed heeft op het paard Buraq in gezelschap van de engel Gabriël een nachtelijke reis naar Jeruzalem ondernomen. Hij heeft zijn paard vastgebonden aan de westelijke muur – de huidige Klaagmuur, door moslims ‘Buraq-muur’ genoemd – om vervolgens vanaf de Tempelberg naar de hemel te klimmen. Al deze gegevens vinden we echter niet in de Koran, maar in de islamitische tradities uit latere eeuwen.
De theologische claim van de islam op Jeruzalem als heilige stad voor de islam is dus uitsluitend gebaseerd op koranvers 17,1, waarin wordt gesproken over een nachtelijke tocht, die Gods dienaar van de Kaaba in Mekka naar de ‘verst verwijderde moskee’ voerde. Waarbij zowel de naam van deze dienaar alsook de naam van het reisdoel niet wordt genoemd en tegenstrijdige visies bestaan aangaande de vraag of het hierbij gaat om een fysieke of spirituele reis. Vergeleken met het belang van Jeruzalem in de joodse en christelijke heilsgeschiedenis zijn de islamitische aanspraken op Jeruzalem uiterst mager.
Met toestemming overgenomen uit het Katholiek Nieuwsblad

1 Reactie(s) RSS
RSS lijst met reacties op dit artikel