De profeten spreken. Dat is hun opdracht en ze spreken namens God. Dat laatste blijkt uit de vaak gebruikte openingswoorden ko amár JHWH... zó spreekt de Heere. Soms wordt er aan dat spreken iets toegevoegd: een bepaalde handeling die iets meer duidelijk kan maken dan woorden alleen.
Als een profeet een boodschap verkondigt en daar op een andere manier tegelijkertijd iets aan toevoegt, dan spreken we van een ‘symbolische handeling’. Daarvan treffen we er een behoorlijk aantal aan in de Hebreeuwse Bijbel, namelijk 32. Je kunt ook spreken van een aanschouwelijke voorstelling, maar feitelijk is het een stukje drama.
Pottenbakkerskruik
We treffen symbolische handelingen aan bij ondermeer Ezechiël, Jesaja en Jeremia. We kijken nu eerst naar een voorbeeld bij Jeremia dat we vinden in hoofdstuk 19. De profeet krijgt de opdracht om een pottenbakkerskruik te kopen en daarmee, samen met enige van de oudsten van het volk en van de priesters, naar het dal Ben-Hinnom, dat vóór de Schervenpoort ligt, te gaan.
Dan moet hij de kruik breken ten aanschouwen van de mannen die met hem mee zijn gegaan en zeggen: “Zo zegt de Heere van de legermachten: Zo zal Ik dit volk en deze stad stukbreken, zoals men een pot van een pottenbakker stukbreekt, zodat die niet meer hersteld kan worden.”
Meer indruk
Jeremia had kunnen volstaan met het vertellen dat het volk en de stad Jeruzalem aan stukken gebroken zouden worden. Maar, er worden twee zaken aan toegevoegd om de boodschap te versterken. Jeremia moet voor de ogen van zijn gehoor een aarden kruik breken, aan stukken slaan. Die stukken zullen nooit meer samen opnieuw een kruik vormen. Zo zal het met de stad Jeruzalem gaan: definitief aan stukken.
Nu komt er een tweede versterking bij, namelijk de locatie. Jeremia wordt uitdrukkelijk bevolen om zijn preek te houden bij de Schervenpoort. De scherven van de kruik worden nog nadrukkelijker gemaakt, omdat ze vallen bij de Schervenpoort. Zowel de kruik als de locatie zijn hier toegevoegd aan de woorden van de preek. Dat maakt meer indruk, omdat het niet alleen horen is, maar ook zien en lopen naar een specifieke plaats.
Die scherven bij de Schervenpoort haken in je geheugen. De grondtekst bevestigt de connectie. Pottenbakkerskruik is: bakbóék jotséér cháres. Schervenpoort: sha’ár ha-charsít. Het gaat om het woordschema ch-r-s. Op twee manieren worden hier de woorden van Jeremia versterkt.
Scheursels
Ook de profeet Ahia versterkt zijn woorden door een voorwerp, namelijk zijn eigen mantel. We lezen het in 1 Koningen 11:29-31. Het gaat om de opvolging van koning Salomo door Jerobeam. Ahia spreekt met Jerobeam en tot tweemaal toe lezen we dat de profeet gekleed is in een nieuw kleed, een salemá chadashá. Die dubbele vermelding is niet voor niets, maar daarover later.
Eerst gaan we kijken naar wat Ahia doet. Hij begint met de handeling en scheurt zijn nieuwe kleed in twaalf stukken. Dat aantal is inderdaad een afspiegeling van de twaalf stammen van Israël. Dan zegt Ahia tegen Jerobeam: “Neem er tien stukken van voor uzelf. Want zo zegt de Heere, de God van Israël: Zie, Ik ga het koninkrijk uit de hand van Salomo losscheuren en Ik zal u tien stammen geven.” Nu, dat scheuren van de mantel staat duidelijk voor het afscheuren van het koninkrijk van Salomo. Niet voor niets komt dat begrip in dit korte stukje tekst vier keer voor.
Scheuren is in de grondtekst kará. Hij scheurde hem in twaalf stukken... va-jikra’èha shneim asár kera’ím. Zowel de handeling als de stukken worden aangeduid met de woordstam kará. Zo’n stuk is eigenlijk een ‘scheursel’. Zo formuleert de grondtekst het. Vers 30 moeten we lezen op de manier van de grondtekst: “Toen pakte Ahia het nieuwe kleed dat hij aanhad, en scheurde (jikra’èha) het in twaalf scheursels (kera’íem)”. En zo komen we dan op vier maal kará. Op deze manier ontstaat grote nadruk op wat Salomo gaat overkomen: het afscheuren, kará, van zijn koninkrijk.
Nieuwe jas
Maar nu die nieuwe jas van de profeet, zijn salemá chadashá. Het had kunnen zijn dat Ahia gekleed was geweest in een me’íel. Dat is ook een jas. Maar nee, hij komt in een salemá. En nu is het opvallende dat salemá in de grondtekst op identieke wijze wordt geschreven als de naam Salomo. Beide woorden zijn vrijwel uitwisselbaar. Dat is opzettelijk, een duidelijk bedoelde connectie: de profeet komt in een nieuwe salemá, en hij brengt de boodschap van een nieuwe Salomo. De huidige heeft afgedaan in Gods ogen en nu komt er een nieuwe heerser: Jerobeam.
Ook hier worden de woorden versterkt, allereerst door een nieuwe mantel, vervolgens doordat die, net als het koninkrijk van Salomo, verscheurd, afgescheurd wordt. Jerobeam heeft het vast goed begrepen, en wij nu ook. Jerobeam leerde Gods bedoeling vanuit de handeling van de profeet. Voor de latere lezer en toehoorder is er een extra uitleg, namelijk die door de specifieke woordkeus in deze perikoop.

1 Reactie(s) RSS
RSS lijst met reacties op dit artikel