Een paar dagen geleden had ik het voorrecht een lezing bij te wonen van de Israëlisch-Arabische journalist Khaled Abu Toameh in Jeruzalem.
Toameh gaf een ongelooflijk uitgebreide lezing over het vredesproces, de dubbele standaard die het Westen en de media doorgaans hanteren als het over verslaggeving van het Midden Oosten gaat en zijn toekomstperspectief als een Arabische moslim van Palestijnse afkomst die in Israël woont (over meerdere identiteiten gesproken!).
Toameh heeft al zo’n 30 jaren als journalist gewerkt. Hij brengt verslag uit over Palestijnse aangelegenheden voornamelijk op de Westelijke Oever en Gaza voor talrijke internationale mediakanalen in de VS en Europa. Hij deed dit eveneens voor de Palestijnse pers onder de PLO. Hij schrijft nu voor The Jerusalem Post over Palestijnse kwesties. Toameh is ook Israëlisch burger en woont in Jeruzalem. Met zoveel woorden: hij is uiterst bekwaam om zijn mening over deze kwesties toe te lichten.
Als je echter verwacht dat Toameh zich in het anti Israël kamp bevindt met de bekende kreten dat Israël een niet democratische apartheidstaat is die verantwoordelijk is voor alles wat fout gaat, daar bij inbegrepen de ‘pestepidemie’ van de ‘bezetting’ of het hebben van een eenzijdige blik daarop, dan wordt je behoorlijk teleurgesteld.
In plaats daarvan sprak hij vrijuit en moedig, “zoals het is”, om zijn eigen woorden te gebruiken. Toen hem gevraagd werd wat hij dacht over het wezen van het conflict, zei Toameh dat het niet over geld ging, of zelfs nederzettingen zoals veel zogenaamde deskundigen vaak suggereren als een voorbode om Israël te veroordelen. Eigenlijk was zijn antwoord heel eenvoudig: “Dit conflict gaat over het bestaan van Israël zelf in dit deel van de wereld.”
Maar voordat je daaruit conclusies trekt, Toameh is geen promotor van zionisme, of, zoals iemand hem eens vroeg: “wanneer kwam je op de loonlijst van Israëllobbyisten” en hij daarop antwoordde: “Ik ben niet pro Israël, ik ben niet pro Palestijns en ik ben niet pro Amerikaans. Maar als journalist ben ik pro de feiten en pro de waarheid.”
Hier zijn een paar van Toameh’s heldere verduidelijkingen:
Ik vroeg Toameh hoe hij, als een Arabische moslim Israëli, reageert op beschuldigingen dat Israël een apartheidstaat is. Zijn antwoord:
“Israël is geen apartheidstaat. Maar er zijn problemen, en hier en daar wordt de Arabische minderheid in Israël gediscrimineerd. Als Israël een apartheidstaat was, dan zou het mij bijvoorbeeld niet toegestaan zijn voor een Joodse krant te werken of in een Joodse wijk te wonen of een huis te bezitten. De echte apartheid bestaat in Libanon, waar een wet van kracht is die Palestijnen verbiedt om in meer dan 50 beroepen te werken. Kunt u het zich voorstellen dat de Knesset een wet zou aannemen die Arabieren verbiedt in Israël te werken, zelfs maar in één beroep? De echte apartheid bestaat ook in veel Arabische en moslimlanden, zoals Koeweit, waar mijn Palestijnse oom, die daar al 35 jaar woont, verboden wordt een huis te kopen. De wet van Israël maakt geen onderscheid tussen een Jood en een Arabier.”
Met betrekking tot het unieke van de Israëlische media in het Midden Oosten, voegt Toameh eraan toe:
“Israël is een vrij en open land met een democratie, die de vrijheid van de media respecteert. Je kan bij wijze van spreken elk anti-Israël verhaal schrijven, en toch in Jeruzalem of Tel Aviv op straat wandelen zonder over je veiligheid in angst te zitten. Iedereen kan in Israël een journalist zijn.”
Toameh zegt het ironisch te vinden dat hij als Arabier die in dit deel van de wereld woont, alleen zich vrij en ongehinderd kan uiten in een ‘Joodse krant’, waarbij hij opmerkt:
“In de Palestijnse gebieden hebben we geen vrije media. Die hadden we niet toen ik daar in de late jaren ’70 en begin jaren ’80 werkte. Die hadden we ook niet toen de PLO hier kwam na het tekenen van de Oslo-vredesakkoorden. Nu hebben we die nog steeds niet onder Fatah en Hamas.”
Wat denkt u van de in de media heersende tendens om bij verhalen een anti Israël gezichtspunt weer te geven?
Toen ik probeerde mijn collega’s uit andere landen te attenderen op het feit dat Palestijnen stierven vanwege interne machtsstrijd of grove corruptie door Arafat en de Palestijnse Autoriteit (PA), antwoordden zij steevast: “Waar is het anti-Israël aspect? Geef ons een anti-bezetting verhaal. Maak het ons gemakkelijker. Een Arabier die een Arabier doodt, is geen verhaal voor ons.”
Toameh merkt op dat diezelfde buitenlandse journalisten hem dan vroegen: “sta je op de loonlijst van de Israëllobby? Betalen de Joden jou ervoor om deze dingen tegen Arafat en de PLO te zeggen?” Toameh’s antwoord daarop:
“Wat hebben de Joden daarmee te maken? Ik vertel jullie wat de Palestijnen zelf zeggen over het bestaan van corruptie in de Palestijnse Autoriteit. Ik zeg jullie zelfs dat de PA zegt dat de PA corrupt is.”
Het is een droeve weerspiegeling van de toestand van onze samenleging, en met name de media-industrie. Dat zij pas betrokkenheid bijeen zullen schrapen wanneer zij het anti-Israël gezichtspunt erbij kunnen halen.
Ook toen ik hem vroeg over de loyaliteitseed, gaf Toameh een pragmatische antwoord:
“Daar heb ik geen probleem mee, want dat geldt voor zowel Joden als niet-Joden.”
De Palestijnse eis tot recht op terugkeer is voortdurend een van de meest lastige knelpunten geweest. Israël zal die eis niet inwilligen omdat dat het einde betekent van Israël als Joodse staat. Echter Toameh heeft een heel eenvoudig, pragmatisch driestappenplan oplossing voor de Palestijnse vluchtelingen: 1. verhuizen naar de toekomstige Palestijnse staat; 2. vervolgens ergens anders naartoe gaan, een ander Arabisch land bijvoorbeeld; 3. en compensatie krijgen.
Echter het meest veelzeggend, en wat zelden in een verklaring gehoord is van Arabieren of vanuit het Westen, is wat Toameh toen vroeg: “en wat te doen met de Joodse vluchtelingen die gedwongen werden uit Arabische landen te vertrekken?” Hiermee geeft hij aan dat de kwestie van de Joodse vluchtelingen ook deel moet uitmaken van een toekomstige oplossing.
Toen we het hadden over het probleem van Arabische dictators en het onophoudelijk aanzetten van hun onderdanen tot haat richting Israël, zei Toameh dat het Westen het probleem heeft niet te geloven wat mensen ons vertellen.
“Als Hamas zegt dat zij je willen vernietigen, dan heb je geen reden hen niet te geloven. En als Ahmadinejad zegt dat hij je wil vernietigen, dan heb je het niet nodig te analyseren wat hij daarmee bedoelt. Houd er mee op jezelf voor de gek te houden. Als iemand mocht denken dat Hamas ooit Israëls bestaansrecht zal erkennen, dan leef je in een illusie. Neem direct van hen aan wat uit hun mond komt… De PLO is echter anders – zij zullen je het ene in het Engels vertellen, en dan in het Arabisch iets anders.”
Over het onderwerp Arabisch dictatorschap zelf zegt Toameh:
“Arabische dictators overleven door voortdurend de schuld van de ellende van hun volk aan de Joden en het Westen te geven, terwijl ze nooit ergens zelf verantwoordelijkheid voor nemen. Door het volk op te hitsen tegen Israël en het Westen, leidt je de aandacht af van de binnenlandse problemen. Waarom? Omdat je altijd jezelf ervan moet verzekeren dat je volk iemand anders haat. Als zij niet Israël en het Westen haten, dan zouden ze op een dag tegen je op staan, en wat God verhoede, hervormingen en democratie eisen.”
De kern van de boodschap is:
“Als je doorgaat met het ophitsen van je volk, dan zullen ze vragen: ‘Oké, waarom moeten we dan vrede met de Joden sluiten? We zouden hen moeten doden zoals Hamas zegt.’
Wat denkt Toameh over Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Autoriteit?
“Abbas is corrupt en heeft zijn geloofwaardigheid verloren, hij is een zwak figuur en heeft niet veel macht. Hij leunt op Israël, en het is ironisch dat de aanwezigheid van Israël op de Westoever de enige reden is waarom hij nog in het zadel zit.”
Als Israël zich terugtrekt tot aan de grenzen van 1967, zoals Abbas en de PLO eisen:
“Dan zal Abbas ten val komen en Hamas de Westoever in minder dan een dag inpikken. Als ik Israël was, dan zou ik Abbas geen stukje land op de Westoever geven – niet om ideologische redenen, maar om een situatie te vermijden waarin Hamas en anderen het gebied zouden overnemen.”
Toen ik hem vroeg hoe je het meest succesvol extremisten, radicalen en terroristen zoals Hamas en Hezbollah kunt bestrijden, antwoordde Toameh:
“Het eerste en belangrijkste wat je moet doen, is naar de Arabische regeringen gaan en hun zeggen op te houden met het aanzetten tot haat waarmee deze radicalen zich voeden en hun volk in hun handen gedreven wordt. Soms bestaat er geen verschil tussen wat over Israël en de Joden geschreven staat in de kranten in Egypte en Saoedi-Arabië en wat de Hamas schrijft.”
Met het oog op de miljarden dollars aan hulp die de VS en Europa aan verschillende Arabische, dictatoriaal bestuurde landen gaven, zegt Toameh onomwonden dat van de Arabische landen moet worden geëist “te stoppen mijn dood te eisen met mijn geld.”
Ik vroeg Toameh welke stappen gezet moeten worden om vooruitgang te boeken. Volgens hem is het antwoord “zeer eenvoudig”, en houden ze het volgende in:
1. De Palestijnen moeten beginnen met het investeren van geld (dat ze voornamelijk kregen van de VS en Europa) in het welzijn van hun volk in plaats van aanzetten tot haat. Dan alle ‘burgerlegers’ ontmantelen en een vrije pers en democratische instituten in het leven roepen, een eind maken aan het onderling vechten, erop hameren dat er goed bestuur komt en ‘met één mond spreken’ zodat we tenminste weten met wie we in gesprek zijn. Toameh suggereert: “Dan zouden ze met Israël kunnen gaan praten en zien wat Israël hun te bieden heeft.”
2. Reken af met de vijanden van vrede – als je de vijanden van vrede, zoals Iran, Hezbollah en Hamas verzwakt, dan zullen de gematigden naar voren komen en hun mond open durven doen. Maar zolang Irans hete adem in de nek gevoeld wordt en blijft dreigen, samen met Hamas en Hezbollah, iedereen te doden die concessies doet, zal geen enkele gematigde Arabier ooit een overeenkomst met Israël durven sluiten. Toameh zegt:
“Ik sluit zelfs militaire actie tegen hen niet uit, omdat dat de enige taal is die deze figuren verstaan. Met hen praten en concessies doen is zelfs nog gevaarlijker.”
3. “Wij kunnen geen vooruitgang boeken als er niet een duidelijke, sterke, betrouwbare en geloofwaardige partner is aan de Palestijnse kant,” zegt Toameh. Volgens hem “is Abbas geen partner. Hij en Fayyad kunnen aardige lui zijn met goede bedoelingen – maar zij kunnen geen daden stellen. Dus de Palestijnse Autoriteit is geen partner omdat ze er niet toe in staat is, en Hamas levert ook geen partner omdat de wil ontbreekt.”
Toen de kwestie ter sprake kwam of er aan de Israëlische kant een duidelijke en geloofwaardige partner was, zei Toameh:
“Het kan me niet schelen wie de regering van Israël uitmaakt. Er is een partner. En mijn partner is het Joodse volk. Waarom? Omdat een meerderheid van de Joden allang een tweestaten oplossing aanvaard heeft. Ik zie een meerderheid van Joden die niet meer om Gaza geeft. Ik zie een meerderheid van Joden die zich los wil maken van de Palestijnen. In de laatste 15 jaren zie ik een meerderheid van Joden opschuiven in de richting van gematigdheid en pragmatisme. Ik weet niet of er vandaag nog één Joodse moeder is die haar zoon wil terugsturen naar de straten van Ramallah of Gaza. Ik ken geen enkele Jood die toezicht wil houden op de levens van de Palestijnen en die hun onderwijs- en gezondheidssysteem wil regelen. Verdrietig genoeg blijft aan de Arabische kant de boodschap nee, nee en nog eens nee, terwijl het Joodse publiek opgeschoven is richting pragmatisme, werkelijkheidszin en gematigdheid.”
Het was voor mij misschien de meest ondubbelzinnige uitspraak die Toameh deed in een zeer openhartig gesprek, toen ik hem vroeg – zou je liever verder gaan als een lid van een minderheid in Israël of naar een ander Arabisch land verhuizen? Toameh’s antwoord was eenvoudig, eerlijk en veelzeggend:
“Israël is een vrij en open, democratisch land. Ik ben blij hier te wonen en ik zou liever een tweederangs burger zijn in Israël, wat ik niet ben, dan een eerste klas burger in welk Arabisch land ook.”
In een wereld waarin zo gemakkelijk aan moed voorbijgegaan wordt, is Khaled Abu Toameh een welkome frisse wind. Een man die echt toegewijd is aan vrede, en die door velen als een verrader gezien wordt en die onverschrokken elke dag z’n leven op het spel zet.
Zijn eigen woorden zeggen het nog het beste: “Ik ben niet pro-Israël, ik ben niet pro-Palestijns en niet pro-Amerikaans. Maar als journalist ben ik voor de feiten en voor de waarheid.”
Arsen Ostrovsky is advocaat en voorvechter van mensenrechten.
Vertaling: Evelien van Dis

2 Reactie(s) RSS
Zelfs de VS, VN en de EU, om er zo maar een paar te noemen, kunnen hier nog wat van leren zodat hun standpunten meer in balans zouden komen. Het is nu te vaak éénrichtingsver keer.
Toameh is een geweldige man die durft te zeggen waar het op staat met gevaar voor eigen leven.
Dirk G de Wilde
Rijssen
Slechts 11% van de inwoners zou deel willen uitmaken van een Palestijnse staat. Maar liefst 83% wilde liever dat hun stad bij Israel zou blijven horen.
En bij een opiniepeiling in 2006 bleek dat 77% van de Arabische inwoners Israel beter vindt dan andere landen. Dit is wereldwijd gezien een zeer hoog percentage door een minderheidsgroe p. Maar liefst 82% van de respondenten zei dat ze liever burger van Israel wilden zijn dan van welk ander land dan ook.
Ook een onderzoek in 2010 onder de 270.000 Arabieren in 'bezet' Oost-Jeruzalem liet zien dat slechts 30 procent de voorkeur er aan gaf om staatsburgers te worden van Palestina, als gevolg van een toekomstige twee-staten-oplossing.
Een grotere groep van 35 procent gaf aan dat ze het Israelische staatsburgersch ap verkozen. (De rest zei dat ze het niet weten of weigerden te antwoorden.)
Veertig procent zou zelfs overwegen te verhuizen om Israelisch staatsburger te worden.
Voor de kenner van het Midden-Oosten is het niet verassend.
Je woont toch liever in vrijheid in een Joodse staat - zeker als vrouw, homo, christen of Druze - dan in een Arabische dictatuur?
RSS lijst met reacties op dit artikel