De betrekkelijk duistere afkomst van de graftegels zou wel eens kunnen veranderen als onderzoeken aangeven dat zij uit de eerste eeuw stammen ...
Van een serie van 66 stenen tegels, bekend als de ‘Ezechiël grafplaten’, wordt aangenomen dat zij uit de traditionele graftombe van de profeet Ezechiël in Irak komen. Deze graftombe ligt aan de oever van de rivier de Eufraat. Op dit moment wordt met behulp van moderne technologische methoden onderzocht of deze grafplaten op eenzelfde lijn met de Jesaja rol beschouwd moeten worden: als behorend tot de oudst bestaande Bijbelteksten ooit gevonden.
Al een poosje loopt er een tentoonstelling van deze grafplaten in het Yad Ben-Zwi Instituut in de Jeruzalemse wijk Rechavia. De tentoonstelling is er echter niet in geslaagd die aantallen bezoekers te trekken zoals bij het indrukwekkende perkament dat het complete Bijbelboek Jesaja bevat. (De Jesaja rol wordt gehuisvest in de Shrine of the Book bij het Israël Museum.)
Gedeeltelijk heeft het ermee te maken dat het instituut gevestigd is in een smalle zijstraat in een woonwijk die weinig toegankelijk is voor publiek. De tegels hebben ook niet velen in de archeologische wereld overtuigd dat zij dateren uit de oudheid.
Maar deze kwestie kan binnenkort opgehelderd zijn, nu twee van de grafplaten/tegels aan het Israël Museum overhandigd zijn om datering testen te ondergaan. De resultaten daarvan worden spoedig verwacht, en de conclusies kunnen vereisen dat de unieke collectie verhuisd wordt naar een onderkomen in Jeruzalem dat hen een meer prominente tentoonstellingsruimte biedt.
De Ezechiël grafplaten zijn nu al een wonder te noemen. Zowel wat betreft de tekst die er op staat als wel de manier waarop ze blijkbaar voor de dag gekomen zijn.
Ten eerste is iedere marmeren of zwart basalten tegel ongeveer 30 en ½ cm in het vierkant, en bevat letters in reliëf in een oud Hebreeuws handschrift, zonder ruimte tussen de woorden. Voorbeelden van dergelijke reliëf lettertekens zijn bekend uit het verre verleden, hoewel de meeste oude stenen tabletten letters hebben die in de steen gegraveerd of geëtst zijn.
Het werken aan deze bijzondere bas reliëf tegels zou erg eentonig geweest zijn en grote vakbekwaamheid vereist hebben. Maar David Zwebner, van wie de schoonouders de fondsen verstrekt hebben de tegels voor het publiek ten toon te stellen in het Yad Ben-Zvi instituut, zegt dat er een gemakkelijker en zeer precieze methode van was en bijtend zuur gebruikt kan zijn die in de oudheid bekend was, waarbij de steen rondom de letters ‘weg gegeten’ werd en de reliëf letters overbleven.
Hoe dan ook ontstaan, de serie van 66 stenen tegels bevat bij elkaar het gehele boek Ezechiël, met slechts een paar opmerkelijke verschillen in woordkeus vergeleken met de huidige aanvaarde Hebreeuwse tekst.
Deze verschillen veranderen op geen enkele wijze de boodschap van de profeet. Volgens Zwebner zouden zij voor Joodse geleerden verborgen hints kunnen zijn die verwijzen naar geheimen rond de persoon van de profeet. En hij voegt er aan toe: “De afwezigheid van echte verschillen kon ook wel eens de authenticiteit van dit ongelooflijke boek benadrukken, dat zowel door Joden als christenen gedeeld wordt.”
Het is ook nog een vraag of de tegels authentiek zijn, want van zowel de tijd en de vindplaats als ook van degenen die ze in bewaring hebben gehad, is geen documentatie voorhanden die geleerden vereisen om authenticiteit geaccepteerd te krijgen.
In de afgelopen tientallen jaren is een aantal vervalsingen het veld van Bijbelse archeologie binnengedrongen, waardoor de standaard voor bewijzen van echtheid opgehoogd is.
Men veronderstelt dat de tegels meer dan 100 jaren geleden gevonden zijn toen bezoekers van de traditionele graftombe van Ezechiël in het Irakese stadje Kfar al-Kafil, ongeveer 80 km ten zuiden van Baghdad, zagen dat een stenen tegel afgevallen was van de binnenkant van de grafkamer. De achterkant van de tegel, die tegen de muur had gezeten, bevatte vreemd genoeg een oud handschrift dat opzettelijk verborgen was geweest. Andere tegels waren verwijderd en op de achterkant waren ook daar soortgelijke inscripties aangetroffen.
Daarna werd de hele serie ‘Ezechiël grafplaten’ naar Libanon gebracht, waar tientallen jaren later een Arabische christen weduwe, door een priester geadviseerd, de tegels in Joodse handen wilde geven voordat zij naar Frankrijk verhuisde. In 1947 verkocht zij de tegels voor amper twee pond sterling per stuk aan zakenman David Hacohen.
Die smokkelde in 1953 de grafplaten naar Israël. Uiteindelijk werden ze aangeworven door Yitzchak Ben-Zwi, Israëls tweede president en een bekend historicus, die de tegels als waardevol nationaal erfgoed beschouwde.
Na de dood van Ben-Zwi kwamen de ‘Ezechiël grafplaten’ in bezit van het te zijner ere opgerichte Yad Ben-Zwi Instituut in Jeruzalem. Hier waren ze opgeslagen totdat Zwebner de ouders van zijn vrouw, Max en Lombi Landau, overtuigde financieel bij te dragen in een publieke tentoonstelling van de tegels. De geringe aandacht die tot nu toe besteed is aan de tegels door het publiek en ook door archeologen, zou kunnen veranderen als de onderzoekstesten uitwijzen dat ze dateren van omstreeks de eerste eeuw.
Schattingen van hun ouderdom lopen erg uiteen. Volgens het Britse Museum van Oudheden kunnen ze tussen 300 en 2000 jaren oud zijn. De ervaren Israëlische archeoloog Dan Bahat van de Bar-Ilan universiteit – hoewel geen expert op het gebied van artefacten uit Mesopotamië - vertelde dat het handschrift overeenkomt met dat wat hij gezien heeft uit de 7de of 8ste eeuw.
Dr. Stephen Pfann, hoofd van de University of the Holy Land en een geleerde op het gebied van de Dode Zee Rollen suggereerde ook dat het bestuderen van het handschrift – paleografie – waarschijnlijk een betere manier van dateren is bij zulke stenen objecten dan het carbon dateren en andere onderzoekstesten.
Nog altijd is er een Talmoed traditie die zegt dat de profeten van Israël en andere grote wijzen vaak begraven werden met kopieën van hun geschriften. Een zo’n Talmoedlegende geeft aan dat het originele boek Ezechiël samen met de profeet in zijn graf begraven was, en daar was gebleven om openbaar gemaakt te worden in de laatste dagen.
Of deze legende wel of niet op waarheid berust, doet niets af aan het feit dat Ezechiël de meest geheimzinnige van de Hebreeuwse profeten blijft. Zijn geschrift – met beschrijvingen van vreemde vliegende voorwerpen en andere zeldzame ‘visioenen van God’- is bij strikt praktiserende orthodoxe Joden alleen voorbehouden aan de meest geleerden onder hen.
Na de grote uittocht van de Joden uit Irak in 1951 is de graftombe van Ezechiël intussen van een belangrijk pelgrimsoord voor Joden en christenen vervallen tot een verwaarloosd heiligdom.
Te midden van de onrust en conflicten die volgden op de door de Amerikanen geleide invasie van Irak in 2003, hebben Joodse leiders hun zorg geuit over ontwijding van de graftombe. Maar de Irakese overheid heeft recent verzekerd dat de tombe bewaard blijft.
Dit artikel van David Parsons en Florence Bache verscheen in The Jerusalem Post Christian Edition mei 2011. | Vertaling: Evelien van Dis

1 Reactie(s) RSS
Velen zullen permanent verblindt blijven.
RSS lijst met reacties op dit artikel