Wat ziet Bileam als hij dat Messiaanse visioen ontvangt?
‘Een ster gaat op uit Jakob, …’ (Numeri 24: 17)
Wat is de betekenis van Joods geloof in een Messias, en waarom is het Messiaanse visioen aan Bileam, een heidense profeet gegeven?
Tot besluit van de morgengebeden vermelden de meeste Orthodoxe gebedenboeken de Dertien Geloofsartikelen, door Maimonides opgesteld. Daar staat ook de volgende verklaring bij: “Ik geloof met volmaakt geloof in de komst van de Messias; en zelfs al vertoeft hij te komen, zo zal ik niettegenstaande elke dag verlangend naar hem uitzien.”
Ondanks onze geschiedenis van ballingschappen en vervolgingen, blijft het geloof in de Messias een van onze diepste bronnen van nationale veerkracht. De wijzen van de Midrasj geven op zeer poëtische wijze daaraan uitdrukking: “De Messias was op Tisha B’Av geboren [het jaarlijkse vasten voor de verwoesting van beide Tempels], en zijn naam is Trooster [Menachem].”
Onze wijzen onderstrepen de gemeenplaats dat we iets wat we hebben, pas waarderen als wij het kwijt zijn geraakt. Ons diep verlangen naar de Messias en naar nationale wedergeboorte (Joodse soevereiniteit over het Land van Israël en de herstelde Heilige Tempel in Jeruzalem) werden pas bij de vernietiging van onze Tempel pilaren van Joods gebed.
Bovendien voorkwam met name ons geloof dat wanhoop ons terneer zou slaan. Geloof in de uiteindelijke rechtvaardiging van onze opdracht de wereld lichter te maken door bewogen gerechtigheid, moraliteit en vrede,.
Het optimisme van ons geloof in een volmaakte mensheid aan het eind der dagen staat in sterk contrast met het Griekse - Romeinse pessimisme dat de mythe van Sisyphus belicht en dat terug te vinden is in de Freudiaanse psychologie en ook wel in het Christendom. Ons geloof is een van de grootste geschenken die het Judaïsme de wereld gegeven heeft.
Op slechts drie plaatsen in de Thora zijn uitgesproken bronnen van messianisme te vinden: Gods verkiezing van Abraham, Jakobs laatste zegen voor zijn zoons, en misschien wel het meest specifiek in de woorden van de heidense profeet Bileam.
Bileam was door koning Balak van Moab ingehuurd om de ‘onoverwinnelijke’ Israëlieten te vervloeken. Maar Bileam kan degenen die door God gezegend zijn, niet vervloeken (Numeri 24:9). Dan verklaart Bileam aan Balak wat Israël aan Moab zal doen ‘in het laatste der dagen’ Numeri 24:17: “… Een ster komt op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël, en verbrijzelt de flanken van Moab, en het gebied van Seth slaat hij neer.” Numeri 24:20: “Eerste der volken is Amalek, maar zijn einde zal eeuwige ondergang zijn.”
Wat bijzonder opmerkelijk is aan Bileam’s profetie is dat het voorafgegaan wordt door zijn beoordeling van het Israëlitische kamp: “Hoe goed zijn uw tenten, o Jakob, uw woningen, o Israël!” (Numeri 24:5,6) Hij ziet duidelijk hun zindelijkheid, eenvoudigheid en onschendbaarheid. Zo lang als zij zó zijn, moeten zij gezegend zijn door God; dit is de niet mis te verstane boodschap van Bileam aan zowel Balak als aan de latere wereldgeschiedenis.
Hij ziet ook niet onmiddellijk de Messiasster verschijnen. Eerder het tegenovergestelde. “Ik zie hem, maar niet nu; ik beschouw hem, maar niet van nabij; een ster gaat op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël; het verbrijzelt de grensgebieden van Moab, en het gebied van Seth. Dan zal Edom tot veroverd gebied worden en Seir zal tot veroverd gebied van hun vijanden worden. Maar Israël zal kracht oefenen, en hij zal heersen uit Jakob, en de vluchtelingen uit de stad verderven.” (Numeri 24: 17-20)
Het wezen van ons geloof in de Messias is onze nauwgezette verlangende hoop op zijn komst. Door ons voor te bereiden, maken we onszelf waardig voor die komst. Dit is de strekking van de formulering van Maimonides zoals aan het begin is weergegeven.
Men zegt dat op naam van mijn onderscheiden vriend, de opperrabbijn van Engeland Jonathan Sacks, de uitspraak staat dat de kapitein op een schip door een ster geleid wordt, zelfs als hij desondanks weet dat hij daardoor nooit de bestemming helemaal zal bereiken. Een ding is zeker: wij kunnen niet hopen een koninkrijk van priesters - leraars te zijn totdat wij zelf een heilige natie geworden zijn.
Waarom is dan het Messiaanse visioen van de Thora het meest uitvoerig verwoord door een heiden? Misschien omdat alleen als de heidenen werkelijk kunnen zeggen ‘Hoe goed zijn uw tenten, Jakob’, dat zij dan van ons willen leren.
Dit artikel van Shlomo Riskin verscheen in The Jerusalem Post Christian Edition, augustus 2011. Shlomo Riskin is de oprichter en leider van Ohr Torah Stone Colleges and Graduate Programs en opperrabbijn van Efrat.

3 Reactie(s) RSS
hij is hoogbegaafd en autistisch.heeft een ontzettend groot en vrijgevig hart.denkt alleen aan anderen en niet aan zich zelf.
Het hart openstellen voor onze zoon is voor veel kinderen moeilijk.
welk verband is er?
Ten eerste is het Mozes die zegt (Deuteronomium 32:21): Ik zal u tot jaloersheid verwekken door wat geen volk is; door een onverstandig volk zal Ik u tot toorn verwekken.
En Jesaja (65:1) durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen.
Dat bleek ook toen de Magoi uit het rijk van de Parthen (om maar eens wat heidenen te noemen) gehoor gaven aan de profetie van Bileam (die uit Numeri 24:17), door acht te slaan op de opgekomen ster, de Koning der Joden kwamen te aanbidden en te eren met geschenken (Mattheüs 2:1-11). Hoe goed waren de tenten van Jakob toen? En hoe goed zijn uw woningen nu? Is er wel ruimte om de Messias te ontvangen, ruimte in uw hart?
Met het oog op Israël zegt God via Jesaja (65:2,3) echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk.
Maar voor een ieder die zich bekeert tot de door God gegeven Messias, die al uit de doden is opgestaan, namelijk Jezus van Nazareth, die gesteld is tot de Zoon van God, voor iedereen die dat doet en zich aan Hem toevertrouwt, is er vergeving van zonden, rechtvaardiging uit genade en de gave van de beloofde Heilige Geest. (Handelingen 2 en 13)
Ja, uit geloof zeg ik, als heiden tot de Joden, de woorden van David na: De Heere heeft gesproken tot mijn Heere: zit aan Mijn rechterhand (Psalm 110:1).
Vertrouw op Hem, die uit de doden is opgestaan en uit de hemelen zal komen, uw Messias. En ontvang Hem nu al in uw harten!
RSS lijst met reacties op dit artikel