De nu volgende brief werd door onze zoon Aron aan ons geschreven tijdens het vervullen van zijn reserve dienstplicht in het Israëlische leger aan de grens met Egypte.
Mijn naam is Aron Adler. Ik ben 25 jaren oud, werd in Brooklyn New York geboren en groeide op in Efrat, Israël. Ik zie mijn leven niet als buitengewoon. Het grootste gedeelte van de tijd ben ik net als ieder ander gewoon burger van Israël. Overdag werk ik als verpleger bij Magen David Adom, Israëls nationale hulpdienst. ’s Avonds studeer ik rechten, ik zit in mijn eerste jaar. Afgelopen maand oktober ben ik getrouwd en ik ben aan een nieuw hoofdstuk in mijn leven begonnen samen met mijn fantastische vrouw Shulamit.
15 tot 20 dagen per jaar word ik door het Israëlische leger opgeroepen om mijn reserve dienstplicht te vervullen. Ik doe dienst als verpleger in een paratroepereenheid van de IDF. Mijn ploeg bestaat uit anderen net als ik: mensen die een normaal leven leiden en die opkomen om te dienen als de verantwoordelijkheid daarvoor een feit is. De oudste in mijn ploeg is 58, vader van vier meisjes en grootvader van twee; er zijn twee bankiers, een holistische genezer, en mijn 24 jarige commandant die nog steeds erachter aan het komen is wat hij met zijn leven wil. Het grootste gedeelte van het jaar zijn wij gewoon normale mensen die ons leven leiden, maar die 15 tot 20 dagen per jaar zijn wij soldaten aan de frontlijn en bereiden we ons voor op een oorlog waarvan wij hopen dat we die nooit behoeven te voeren.
Dit jaar was onze reserve eenheid gestationeerd aan de grens tussen Israël, Egypte en de Gazastrook, in een gebied dat ‘Kerem Shalom’ heet. Naast de gewone typische dingen waarvoor we trainen – oorlog, terrorisme, infiltratie, enz. – kregen we dit jaar te maken met een nieuwe uitdaging. Een paar jaren geleden was een trend begonnen waarbij Afrikaanse vluchtelingen vanuit de Sinaï de grens met Egypte overstaken en in Israël asiel zochten vanwege de gruwelijke praktijken in Darfur.
Wat begon met een klein aantal mannen, vrouwen en kinderen op de vlucht voor de kapmessen van de Janjaweed en gewelddadige fundamentalisten om elders een beter leven te vinden, groeide uit tot een georganiseerde ‘industrie van mensenhandel’. In ruil voor hoge geldbedragen, soms spaargeld van een heel leven, beloven de Bedoeïen ‘gidsen’ de vluchtelingen dat zij van Soedan, Eritrea en ander Afrikaanse landen door Egypte en de Sinaï woestijn naar het veilige Israël gebracht zullen worden.
Wij horen echter steeds meer gruwelverhalen van wreedheden die de vluchtelingen onderweg naar vrijheid ondergaan: ze zijn onderworpen aan en slachtoffers van afpersing, verkrachting, moord en zelfs orgaandiefstal, waarbij hun verminkte lichamen in de woestijn blijven liggen en wegrotten. Daarna, als zij geluk hebben deze gruwelijke ervaringen te overleven – waarvan de prijs v r ij h e i d is – en als alleen een prikkeldraadversperring hen van Israël en hun doel scheidt, dan moeten zij de eindsprint door ‘doodsgebied’ nog maken: proberen de kogels van de Egyptische soldaten die de grens moeten bewaken, te vermijden. Egyptische soldaten hebben het bevel iedereen die de grens vanuit Egypte naar Israël probeert over te gaan, dood te schieten. Dit gebeurt bijna iedere nacht.
Voor hen wie het uiteindelijk gelukt is de grens over te komen, zijn Israëlische soldaten, mensen zoals ik en de anderen van mijn eenheid, de eerste mensen die zij tegenkomen. Mensen die als belangrijkste taak hebben het leven van Israëli’s te beschermen. Aan de ene kant van de grens schieten soldaten om te doden. Aan de andere kant – en dat weten de vluchtelingen – zullen ze met meer respect behandeld worden dan in welk ander land ook waar zij tot dusver doorheen trokken.
Het gebied waar dit alles gebeurt, is zeer ‘gevoelig en riskant’ vanuit veiligheidsoogpunt. Een gebied waar terreur zo maar kan toeslaan. Het ligt maar enkele kilometers zuidelijker verwijderd van de plaats waar Gilad Shalit gekidnapt werd.
Toch komen de Israëlische soldaten die met deze vluchtelingen geconfronteerd worden, niet met geweren in de aanslag op hen af. Nee, met een open hart bieden zij de helpende hand. De vluchtelingen worden naar de dichtstbijzijnde legerbasis gebracht waar zij schone kleren krijgen, iets warms te drinken, eten en medische verzorging. Uiteindelijk zijn zij nu in veiligheid.
Hoewel ik zelf in Israël woon en ik via de verslagen in de media weet wat er aan de grens met Egypte gebeurt, begreep ik nooit de intensiteit en de complexiteit van het hele scenario totdat ik het zelf aan den lijve ervoer.
In de loop van de laatste paar nachten heb ik veel gezien. Om 21.00u gisteravond kwamen de eerste meldingen binnen van geweerschoten die gehoord waren aan de Egyptische grens. Enkele minuten later kregen IDF verkenners kleine groepjes mensen in het oog die de grens probeerden over te steken. In een tijdsbestek van ongeveer een uur pikten wij 13 mannen op – koud, blootsvoets, uitgedroogd, sommigen alleen in onderbroek. Hun lichamen waren overdekt met verminkingen en andere wonden. Wij brachten ze naar een ruimte waar zij dekens kregen en thee, en wij verzorgden hun wonden. Ik spreek geen woord van hun taal, maar de uitdrukking op hun gezichten zei genoeg, en herinnerde mij er weer aan waarom ik zo trots ben een Jood en een Israëli te zijn. Helaas werd later duidelijk dat de geweerschoten die we hoorden, dodelijk waren: drie anderen waren op hun vlucht naar vrijheid doodgeschoten.
Tijdens de 350 dagen van het jaar wanneer ik niet in actieve dienst ben maar gewoon iemand die iets van het leven probeert te maken, zijn de mensen die dit verbazingwekkende werk doen en deze ingrijpende dingen meemaken, meestal jonge Israëlische soldaten die net de middelbare school hebben afgerond en hun verplichte tijd in het leger doorbrengen. Sommigen zijn nog maar 18 jaren oud.
De vluchtelingen die Israël binnenstromen, vormen een zware belasting voor ons kleine land. Meer dan 100.000 vluchtelingen zijn op deze manier binnengekomen, en elke maand steken honderden meer de grens over. De sociale, economische en humanitaire gevolgen die deze vluchtelingeninstroom met zich mee brengt, zijn immens. Het heeft ook serieuze consequenties voor Israëls veiligheid. De toevloed van Afrikaanse vluchtelingen brengt een crisis voor Israël teweeg. Israël moet nog oplossingen weten te bedenken om deze crisis effectief aan te kunnen en een balans te vinden tussen enerzijds de gevoelige sociale, economische en veiligheidsaspecten en anderzijds de zorg voor de vluchtelingen.
Ik heb geen antwoorden op deze complexe problematiek, die zeer urgent aangepakt moet worden. Ik schrijf deze woorden niet met de intentie van een politiek of een doordacht standpunt ten aanzien van deze kwestie.
Ik schrijf om jullie en de hele wereld te laten weten wat er feitelijk gebeurt hier aan de Israëlische - Egyptische grens. En om jullie te vertellen dat ondanks al de ernstige problemen die door deze nationale crisis teweeggebracht zijn, deze vluchtelingen geen reden hebben bang voor ons te zijn. Omdat z ij weten - wat de hele wereld moet weten - dat Israël niet de ogen gesloten heeft voor hun lijden en pijn. Israël heeft niet ‘de andere kant op gekeken’.
De staat Israël heeft politiek aan de kant geschoven om het ethische en menswaardige pad in te slaan. Zoals Israël zo vaak eerder heeft gedaan wanneer en waar ook ter wereld, het moment van menselijk lijden en natuurrampen aanbrak. Wij Joden weten al te goed wat lijden en pijn inhouden. Het Joodse volk is daar geweest. Wij zijn de vluchtelingen en de vervolgden geweest. Zo heel veel keren en al duizenden jaren lang, en over de hele wereld.
Vandaag, wanneer veel Afrikaanse vluchtelingen onze grenzen overgaan op zoek naar vrijheid en een beter leven, en soms omdat zij vrezen voor hun leven, is het in het bijzonder opmerkenswaardig hoe Israël met hen omgaat. Ondanks de enorme druk die dit op zoveel verschillende gebieden op ons land legt. Onze jonge en welvarende Joodse natie, opgebouwd op de as van de Holocaust, keert het menselijk ras niet de rug toe.
Hoewel ik het al wist, heb ik dit van de week weer uit de eerste hand ervaren. Ik ben overstelpt door gevoelens en geweldig trots tot deze natie te behoren.
Met liefde van Israël,
Aron Adler, schrijvend vanaf de Israëlische/Egyptische grens bij Gaza.
(Vertaling: Evelien van Dis)
