Afrikaanse landen grenzend aan de Sahara met hun groeiende economieën en immens grote behoeften aan ontwikkeling op diverse gebieden, vertegenwoordigen een reusachtig grote markt.
Theodor Herzl, de vader van de Zionistische beweging, onthulde in zijn boek Altneuland (Oud nieuw land) dat hij niet alleen in zijn hart verlangde een Joodse staat te stichten, maar dat hij ook een hart voor Afrika had.
“Er bestaat nog een vraagstuk dat oprijst uit de catastrofe der volken, dat tot op de dag van vandaag onopgelost bleef, en waarvan de diepe tragedie alleen een Jood kan peilen. Dat is het Afrikaanse vraagstuk,” schreef Herzl. “Wanneer ik getuige geweest ben van de verlossing van de Joden, mijn eigen volk, heb ik de wens mee te werken aan de verlossing van de Afrikaners.“
Toen Israël in 1948 onafhankelijkheid verkreeg, werd door een paar van Israëls eerste leiders Herzl’s visioen het lot van Afrika te verbeteren, in zekere mate uitgevoerd. De belangrijkste onder hen was Golda Meir, die in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw de drijfkracht was achter het aanknopen van betrekkingen met Afrikaanse landen grenzend aan de Sahara.
Maar in de nasleep van de Zesdaagse Oorlog in 1967 probeerden Arabische heersers voor hun verlies op het slachtveld wraak te nemen door Afrikaanse landen te dwingen hun diplomatieke banden met Israël te verbreken. Op aandringen van Egypte aanvaardde de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (vandaag: Afrikaanse Unie) een resolutie waarin Israël veroordeeld werd voor het bezetten van het Sinaï Schiereiland, de Golan Hoogvlakte, de Westoever en de Gazastrook. Om Afrikaanse steun voor deze resolutie binnen te halen, beloofden de Arabische staten de nieuwe onafhankelijke Afrikaanse landen te voorzien van goedkope olie en financiële hulp – beloften die nooit werden waargemaakt.
Ondertussen heeft Israël in de loop der jaren zich er op toegelegd de breuk in de relaties met Afrikaanse landen langzaamaan te herstellen. Maar nu voelen velen aan beide kanten van de balans dat de tijd voor Afrika aangebroken is weer volledig aansluiting te zoeken met Israël.
“In de komende jaren zal Afrika een forse speler in de internationale arena zijn. Wij moeten het continent tot ontwikkeling brengen. Wij hebben een nieuw soort partnerschap [met Israël] nodig dat gebaseerd is op wederzijds profijt, een ‘win-win’ partnerschap,” zei Bruno Itoua, de Congolese minister van Energie en Hydraulica afgelopen december tijdens een speciale bijeenkomst van Israëlische diplomaten en een groep Afrikaanse ambassadeurs, gestationeerd in Tel Aviv.
Itoua was in Israël om een Israëlische- Congolese samenwerkingsovereenkomst van de grond te krijgen om Congo’s waterproblemen te helpen oplossen. Zoals in zoveel Afrikaanse landen heeft ook Congo moeilijkheden ondervonden bij het opzetten van een noodzakelijke infrastructuur de groeiende bevolking duurzaam van schoon drinkwater te voorzien.
Tijdens zijn bezoek aan Israël woonde Itoua ook de jaarlijkse WATEC conferentie bij, een jaarlijkse tentoonstelling van Israëlische watertechnologieën. (WATEC: Water Technologies, Renewable Energy & Environmental Control). De bijeenkomst werd bijgewoond door meer dan 30 staatshoofden en regeringsleiders vanuit de hele wereld, en had tot doel een presentatie te geven van Israëls vele baanbrekende ontwikkelingen in waterzuivering, - behoud en water recyclingmethoden.
Sinds de geboorte van de huidige staat in 1948, is Israël te voorschijn gekomen als een van de meest ontwikkelde naties ter wereld op technisch gebied. Door hun vindingrijkheid, intelligentie en hard werken zijn de Israëli’s er zelfs in geslaagd de woestijn te laten bloeien, zoals in de Schrift voorzegd is (Jesaja 35:1). In feite loopt Israël voorop met z’n druppelirrigatiesystemen en ontzouting installaties die overal ter wereld te vinden zijn.
Dus Israël zou een belangrijke rol kunnen spelen in de ontwikkeling van Afrika door zijn ervaringen op cruciale terreinen als water, landbouw, geneeskunde en veiligheid.
In zijn openingstoespraak op de WATEC conferentie verzekerde Danny Ayalon, Israëls plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken, dat “Israël bij de leidinggevende landen van de wereld behoort op het gebied van watertechnologieën, en dat Israël deze kennis wil delen met andere landen, zodat wij kunnen voorzien in de toenemende noden van de steeds maar groeiende wereldbevolking.”
Onder de deelnemende Afrikaanse delegaties aan de conferentie was ook de Keniase premier Raida Odinga. Hij maakte van de gelegenheid gebruik een overeenkomst te ondertekenen waarbij Israël toezegt te zullen helpen met het ten volle benutten van alle waterbronnen in Kenya. Eerder in 2011 sloot Israël eenzelfde soort overeenkomst met de regering van Oeganda, om de waterinfrastructuur van dat land te ontwikkelen en eventueel 11 dammen en reservoirs te bouwen waardoor twee miljoen Oegandezen van water worden voorzien.
Idoua gaf eveneens aan dat hij hoopt dat zijn pogingen een samenwerkingsverband tussen Israël en Congo op water en energiegebied te sluiten, een voorbeeld zal zijn dat door regeringsinstanties van andere landen gevolgd wordt.
Vanuit Israëls standpunt gezien, zijn de mogelijkheden tot uitbreiding van zaken doen en handel drijven met Afrika, enorm.
Begin december 2011 berichtte The Economist dat de Afrikaanse landen grenzend aan de Sahara de laatste acht jaren sneller in ontwikkeling vooruitgegaan zijn dan landen in Oost Azië. Ondertussen verkondigde de Wereld Bank onlangs dat “Afrika op het punt zou kunnen staan van een snelle economische groei, te vergelijken met wat China zo’n 30 jaren geleden meemaakte en India 20 jaren geleden.”
In 2010 had de Republiek van Congo een van de snelst groeiende economieën van de wereld, met een groeitempo van meer dan 10 procent. Volgens het Internationale Monetaire Fonds wordt geschat dat het Afrikaanse continent als geheel gedurende 2012 een groei van 6% zal meemaken, terwijl andere voorspellingen aangeven dat Afrika dit jaar tot zes van de twaalf snelst groeiende economieën ter wereld zal herbergen.
Premier Benyamin Netanyahu, die deze enorme economische mogelijkheden onderkent, heeft onlangs aangekondigd dat Israël wereldwijd nieuwe strategische verdragen hoopt te ontwikkelen; in dit initiatief past zeker een nieuwe dienstverlening aan Afrika.
Afrikaanse landen grenzend aan de Sahara met hun groeiende economieën en immens grote behoeften aan ontwikkeling op diverse gebieden, vertegenwoordigen een reusachtig grote markt voor Israëlische ondernemingen die met hun geavanceerde technologieën Afrika zouden kunnen versterken de vele uitdagingen aan te gaan.
Om deze campagne serieus van start te laten gaan, maakte Netanyahu pas bekend dat hij van plan is begin 2012 een historische reis te maken naar een aantal Afrikaanse landen grenzend aan de Sahara. Ook Oeganda zit erbij, waar Netanyahu zijn broer Yonathan verloor tijdens de beroemde overval op Entebbe in 1976.
Veel van deze mogelijke nieuwe bondgenoten op het continent Afrika, zoals Kenya en Nigeria, hebben ook te maken met bedreigingen door radicale moslim terreurgroepen.
Dus ook de uitwisseling van militaire deskundigheid en de knowhow van geheime inlichtingen zou wederzijds nuttige vruchten kunnen afwerpen.
Dit artikel is geschreven door Emanuel Mfoukou en verscheen in het januarinummer 2012 van The Jerusalem Post Christian Edition. | Vertaling: Evelien van Dis
