Home | Actueel | Artikelen | Artikelen | Wie is onze God? De God van Israël!

Wie is onze God? De God van Israël!

Dinsdag, 11 April 2006 17:36
Klik voor ware grootte

Tijdens een symposium op de Vrije Universiteit te Amsterdam kreeg dhr. Gijs Lammerts van Bueren de gelegenheid om te reageren op het boek 'Wie is onze God' van Bernhard Reitsma. Zijn lezing vindt u hieronder weergegeven.

De Near East Ministry (de NEM), is meer dan 40 jaar actief in de bediening van verzoening in Israël en de omliggende Arabische landen. Sinds 1996 geef ik leiding aan deze organisatie die momenteel 60 mensen heeft uitgezonden. Deze NEM’ers dienen Jood én Arabier in de naam van Jezus. ‘Handen uit de mouwen en de handen gevouwen’ is ons devies. Mijn bijdrage vanmiddag is gevoed uit deze ervaringen en ons voortgaand Bijbelonderzoek.

‘Wie is onze God’ is een bijzonder knap boek. Waardering en herkenning heb ik voor de solidariteit met christen Arabieren. Waardering ook voor de (soms) openlijke worsteling. Wij zijn er inderdaad nog niet en het gesprek op theologisch niveau is nog jong. Vandaag nemen wij weer een stap in het voortgaande gesprek! Ons vertrekpunt is dezelfde: het geloof in Christus en het gezag van de Bijbel. Met dit boek heeft BR initiatief genomen. Wij reageren daar nu op. Dat laatste is gemakkelijker dan het eerste.

A. Israël als vijand
Het eerste deel van het boek begint met een heftige veelzeggende titel: ‘De God van mijn vijand’. Daarmee verwoordt BR het gevoel van sommige Arabische christenen die geconfronteerd worden met christenzionistische uitspraken. Zo schrijft BR over Tony, een Palestijns christen: “Door de zesdaagse oorlog was hij van het ene op het andere moment alles kwijt. Wat hem als christen nog het meeste raakte was dat vele geloofsgenoten in het Westen dit zagen als de vervulling van Gods beloften uit het OT en de volvoering van zijn plannen. Sindsdien heeft hij deze God en het christendom dat hij vertegenwoordigt de rug toegekeerd.”  De zienswijze uit het Westen die Tony ter ore kwam zijn mij niet onbekend. Maar ik ken persoonlijk geen christenzionist die op déze wijze Tony persoonlijk de les durft te lezen. Vele christenen zullen de spanning tussen theologische overtuiging en de pastorale praktijk laten staan, maar helaas is niet bij allen die moed aanwezig. Dat Tony afvallig is geworden van het christelijk geloof, moet christenzionisten tot schaamte en bescheidenheid brengen, maar vervolgens is de afval toch ook zijn eigen verantwoordelijkheid. Gebruiken niet anderen de zonden van de kerk als excuus voor hun eigen ongeloof in Christus?

Het brengt mij echter bij het algemene vijandsbeeld dat BR in zijn boek schildert van Arabische christenen ten opzichte van Israël. Het is onze indruk dat de Arabische christenen waarvan BR een spreekbuis wil zijn, vooral onder de druk van de heersende Islam een anti-Israël houding aannemen. Het Israëlisch geweld waar zij onder lijden is vooral een tragisch gevolg van de strijd om te overleven in een Arabische wereld die uit is op de vernietiging van Israël. En in onze ervaring zijn er vele Arabische christenen die dat ook erkennen. Om drie voorbeelden te noemen:
•    Elke 2 jaar organiseert de NEM een zogenaamde veldwerkersconferentie voor al onze werkers uit Israël en de Arabische landen. Voor die gelegenheid nodigen wij meestal sprekers uit Jezus Messiasbelijdende Joodse en christen Arabische kring. Het kost ons weinig moeite om inleiders te vinden die de weg van verzoening zoeken en Gods hand zien in de oprichting van de staat Israël. Eén van die sprekers – het was 2002 – vertelde hoe hij tijdens een lange busrit in Israël naast een Jood zat en hem hartelijk bedankte. Toen de verbaasde reisgenoot hem vroeg wat voor goeds hij dan gedaan had, antwoordde hij: ‘wij hebben de Bijbel van jullie Joden gehad en zelfs de Messias die mijn leven radicaal veranderd heeft. Dank je wel!’ Van het vervolg van dat gesprek was ik graag getuige geweest.
•    Onlangs was er in Nederland een conferentie georganiseerd door de stichting Cornerstone uit Soest, waarbij vele christen Arabieren met liefde over Israël spraken en ondanks dreiging, eenzelfde houding in het Midden Oosten aannemen.
•    Jaren geleden was ik door een bevriende Libanese evangelische voorganger uitgenodigd voor een maaltijd in een restaurant in Beirut. Hij is een moedige leider die openlijk het evangelie verkondigt in de Islamitische wereld en al diverse gemeenten in het Midden Oosten heeft gesticht. Toen ik hem vroeg naar zijn visie op Israël maande hij mij echter tot het dempen van mijn stem. Want, zo zei hij, de muren hebben oren en alleen het woord Israël maakt de waakhonden wakker. Tot mijn verbazing vervolgde hij echter met een vurig pleidooi voor de groot Israël gedachte. ‘Dit alles hier in Libanon’, zei hij, ‘komt spoedig allemaal onder de regering van dat land.’ Het verbaasde hem dat ik verbaasd was.

Toch weer terug naar Tony en de anderen die van ons een eerlijk antwoord willen horen. Zit onze God achter de oprichting van de staat Israël op zodanige wijze dat Hij de vlucht van Tony c.s. en het verlies van hun goederen heeft gewild? In het eerste deel van zijn boek lijkt BR die vraag ontkennend te beantwoorden omdat onze God rechtvaardig is en opkomt voor de zwakke. Ik zelf zou echter op die vraag zó geen antwoord durven geven. Natuurlijk is God rechtvaardig en geeft Hij voorrang aan de zwakken. Zo heeft Israël Hem leren kennen en zo hebben wij van Hem gehoord. In dat geloof dient de NEM Jood én Arabier in het Midden Oosten. Maar aan de andere kant zien wij gebeurtenissen die voorzegd zijn in de Bijbel en herkennen wij Gods hand in de ontwikkelingen van deze wereld. Om het in de woorden van de oude berijmde Psalm 118 te zeggen: ‘wij zien het maar doorgronden ’t niet.’

De auteur beschouwt de aanwezigheid van Israël in het Midden Oosten als een hindernis voor het evangelie. Wij echter geloven dat vooral het omgekeerde gezegd kan worden. Wijzen op het bestaan van Israël benadrukt Gods trouw en concrete bemoeienis met deze wereld en bevestigt dat het evangelie meer is dan een goede levensfilosofie.

Nog een enkele opmerking over het OT en de Arabische christenen. Volgens BR hebben velen het gevoel dat het OT van hen is afgepakt sinds de oprichting van de staat Israël . David was ooit hun held en met het volk van God kon de christen Arabier zich eeuwenlang vereenzelvigen. Nu, het gevoel van die Arabische christenen kan ik natuurlijk niet ontkennen. Ook het verband met de oprichting van de staat Israël wil ik laten staan. Zoveel zaken zijn scherp komen te staan sinds 1948. Toch vind ik een eenzijdig oorzakelijk verband dat hier gesuggereerd wordt, niet terecht. Het antisemitisme is namelijk ook een probleem in het Midden Oosten van voor 1948. Niet alleen binnen Islamitische gemeenschappen, maar juist ook in de kerken waar het OT al lang in onmin geraakt was . Een zondag na de recente verkiezingen in de Palestijnse gebieden, sprak ik in een evangelische gemeente in Nederland en stelde dat Israël als enige natie ter wereld officieel in haar bestaan bedreigd wordt met vernietiging. Na afloop kwam een Soedanese vrouw naar mij toe. Zij vertelde mij hoe in de orthodoxe kerk waarin zij was grootgebracht, de haat tegenover de Joden continue gevoed wordt. De Islam heeft vanaf de profeet Mohammed al een gespreid bedje gevonden in de kerk voor het antisemitisme. Aldus haar getuigenis.
Het vermoeden is dat Arabische christenen, die zeggen zich vroeger eenvoudig te hebben geïdentificeerd met het volk van God, dat deden vanuit de visie dat de kerk de plaats van Israël had overgenomen. In dat licht is identificatie niet meer dan erkenning van genealogische verbondenheid van de gevierde zoon met het zwarte schaap van de familie: Israël. Met schaamte herkennen wij hetzelfde denken bij vele christenen in het westen.

Waarom worden de Arabische beschuldigingen op Israël zo kritiekloos overgenomen? Het spreekt vanzelf dat wij niet bepaald in de positie staan om de christen Arabieren de les te leren over Israël. Binnen de NEM nemen wij ook een andere houding aan, waarvan ik in mijn nawoord een voorbeeld zal geven. Maar de Arabische beschuldigingen kritiekloos overnemen is het andere uiterste die in dit boek niet past. De titel van het boek luidt: ‘Wie is onze God?’ Hier, in dit verband, in het westen waar de kerk in meerderheid nog steeds lijdt aan de ziekte van antizionisme en anti-judaïsme, antwoord ik hardop: Israël’s God is onze God. En daar schaam ik mij absoluut niet voor. Ja, de politiek van Israël is duidelijk niet conform de idealen van het Koninkrijk van God. In die zin is Israël geen haar beter of slechter dan Nederland of een Arabisch land.
Of misschien toch wel?
Het enorme contrast tussen het onderwijs op scholen in Israël en Arabische scholen in het Midden Oosten is schokkend. Het onlangs verschenen boek van dr. Hans Jansen ‘Van Jodenhaat naar zelfmoordterrorisme’  toont aan dat vredelievendheid grotendeels van één kant komt. De suggestie van de auteur dat het boek Jozua verplichte literatuur is op alle scholen in Israël  om daarmee de groot Israël gedachte of de agressie jegens de Palestijnen te rechtvaardigen staat haaks op onze eigen ervaringen. Afgelopen weken heb ik deze suggestie voorgelegd aan 2 jongeren, kinderen van onze werkers die allen een Hebreeuwse middelbare school in Jeruzalem hebben doorlopen. Zij verzekerden mij dat delen van het boek Jozua in het kader van Tenach studie inderdaad aan de orde zijn gekomen. Maar geenszins om agressie of de groot Israël gedachte te voeden. In tegendeel, haat zaaien, ook tegen Palestijnen, is strafbaar op vele scholen. En, zo vertelden ze mij, daar werd vooral na een aanslag nauwlettend toezicht op gehouden.
In sommige opzichten is Israël daarom een licht in het Midden Oosten. Maar dat is niet mijn reden om te belijden: ‘Israël’s God is onze God’. De reden daarvoor is theologisch.

B. Op weg naar een Bijbelse theologie over Israël
In dit tweede deel van mijn reactie op het boek ‘Wie is onze God?’ van BR concentreer ik mij op zijn theologie over Israël. BR bestrijdt de aanklacht dat hij een vervangingsleer verdedigt. Hij hoopt de aanklacht aan zijn adres te ontzenuwen door zich positief uit te spreken in de belijdenis dat ‘de gemeente van Christus is de heilshistorische consequentie van de verkiezing van Israël . Maar de gevreesde angel zit er nog steeds: zowel in de opbouw van de zin als in het woord consequentie.

Maar laten wij bij het begin van zijn theologische zoektocht beginnen: een zoektocht naar de betekenis van het Jood-zijn van Jezus. Van harte deel ik de mening van BR dat het Jood-zijn uitermate belangrijk is omdat daarin de historiciteit van Jezus besloten ligt. Maar als vervolgens de moderne religieuze Joodse cultuur en godsdienst om de hoek komt kijken, lijkt hij onder druk van Arabische christenen afstand te nemen van een al te Joodse Jezus. Hij gaat zelfs zover om de cultuur van Jezus eerder in de huidige Arabische wereld te herkennen dan in het Talmoedisch Jodendom. Mijns inziens hoeft hij die concessie niet te doen, om trouw te blijven aan de NT belijdenis van Jezus. De theologische kern van zijn betoog is echter de relativering van het Jood-zijn van Jezus als heilsnoodzakelijkheid voor Arabieren. Jezus als zoon van God en middelaar overstijgt zijn Jood-zijn. Het Jood-zijn is dan niet meer beslissend. Uiteindelijk, zo bepleit BR, ‘zijn schilderijen van Jezus als Palestijn, als Afrikaan of als Aziaat even correct als incorrect. Jezus komt inderdaad in onze eigen cultuur. Tegelijk wordt Hij nooit eigendom van die cultuur, zelfs niet van de Joodse cultuur.’  In lijn met deze redenering vindt BR dat anti-semitisme niet past in het christelijk geloof omdat Jezus ons oproept onze naaste lief te hebben, van welke kleur en ras ook, en zelfs voor onze vijanden te bidden. Het Jood-zijn van Jezus wil hij hier niet als argument gebruiken om een correcte houding van de kerk t.a.v. het Joodse volk te stimuleren .
Waarom deze zgn. cross-culturele neutraliteit? Waarom ontkennen dat Joden – vanuit de christelijke invalshoek – familie van ons zijn? Elders in zijn boek bevestigt BR deze relatie voluit. Natuurlijk past racisme niet in de navolging van Christus. Maar anti-semitisme als onderdeel van racisme moet altijd speciale aandacht van de kerk vragen vanwege familieverplichtingen. De kerk waartoe de auteur zelf behoort - de PKN -, heeft zich dan ook openlijk uitgesproken dat zij zich geroepen weet ‘het inzicht in en bestrijding van antisemitisme te bevorderen’ .
Nog even terug naar Jezus en de Talmoedische traditie. Daar is de laatste eeuw veel meer over duidelijk geworden. Toch vooral dat de huidige Joodse godsdienstige cultuur veel van het NT onderwijs van Rabbi Yeshua verduidelijkt. In die zin hebben wij veel meer aan kennis van het moderne Jodendom dan van de Arabische cultuur. En als het gaat om een cultuur te beoordelen op Bijbelse waarden is de modern Arabische bepaald niet beter dan de modern Joodse.
Maar het belang van Jezus’ Jood-zijn ligt toch vooral in het feit dat God daarin trouw is aan zijn verbondsvolk Israël én Israël tot zijn bestemming brengt. Jezus is als Jood vertegenwoordiger van Israël. Hij én Israël zijn de Knecht des HEREN. Mijns inziens is dat weldegelijk beslissend voor het heil. De nadruk van BR op het overstijgen van het Jood-zijn van Jezus, wil de pijn wegnemen van de confrontatie met het lijden dat Arabieren van Israël ondervinden. Maar dat lijkt ten koste te gaan van de aanbidding van de historische Jezus die voor altijd verbonden is met zijn volk. En die prijs betalen, zo begrijp ik BR elders in zijn boek, dat is het laatste wat hij zou willen.

Elke christelijke Israël theologie moet Romeinen 9-11 meenemen in de ontdekking van de bouwtekening. Ook BR concentreert zich in hoge mate op deze beroemde hoofdstukken van Paulus. Nu, de uitleg van Romeinen 9-11 in zijn boek ‘Wie is onze God?’ is helder en met goede exegese onderbouwd. Zo ben ik heel blij met zijn expositie over de rest van Israël ,  zijn vertaling en exegese van Rom.11:15 (vooral in het licht van de misleidende NBV vertaling in deze ) en ben ik onder de indruk van zijn creatieve en degelijke zoektocht naar de betekenis van ‘gans Israël’ in Rom.11:26 . Menigeen kan hier zijn voordeel mee doen. Zeker binnen de kringen van de NEM. Ook zijn expositie van Romeinen 10:4 over Christus, het einde van de wet, is eerlijk, inclusief tegenstrijdigheden.
Het belangrijkste bezwaar waar ik echter tegenaan loop is de logica van zijn betoog. En dat betreft dan met name de visie op de landsbelofte in deze hoofdstukken. Heel kort samengevat is de stelling van BR: de landsbelofte aan Israël is onderdeel van de wet. De wet is vervuld in Christus. Een ieder die zich in Christus een erfgenaam weet van de beloften, heeft recht op het land, ja eigenlijk op de aarde . Tja, zo lijkt de angel gehaald uit het nationalisme in het algemeen en het zionisme in het bijzonder. Alleen heeft de niet-christelijke wereld daar nog geen boodschap aan. Maar ook theologisch is deze boodschap m.i. niet houdbaar. De logische redenering vanuit de wet kan aankomen bij deze universalisering van de landsbelofte voor Israël, maar dan moet het OT wel vergeestelijkt worden. Gelukkig heeft logica niet het laatste woord bij God. Augustinus heeft ooit gezegd dat de mens die de leer van de Drie-eenheid kan uitleggen, een dwaalleer heeft . Mijns inziens kan hetzelfde gezegd worden over degene die Gods weg met Israël kan uitleggen. BR beweegt zich wat dat betreft in de gevarenzone.
M.i. overschat de auteur ook de openbaarheid van de geheimen Gods sinds de komst van Christus. Als Paulus het woord musthrion gebruikt in Romeinen, maar ook in de andere brieven , doet hij dat om vooral de verbazing, de verrassing en de grootsheid van Gods heil te benadrukken. Niet om aan te geven dat alles nu helder en duidelijk is hoe het gaat gebeuren. In die zin blijft nog veel verborgen en ondoorgrondelijk.

Maar laat ik proberen mijn eigen theologische nek uit te steken in plaats van alleen de – in mijn optiek – al te logische theologie van BR te bekritiseren. Hij daagt uit en redeneert vanuit de Schrift. En dat mogen wij niet zomaar naast ons neerleggen. Een poging:
De terugkeer van het Joodse volk in de tijd van Ezra en Nehemia kan niet de volledige vervulling zijn van de profetieën over terugkeer in Jesaja, Jeremia en Ezechiël. Om dat wel zo te kunnen interpreteren is óf vergeestelijking nodig (door BR terecht afgewezen) – óf een enorme relativering van het Schriftwoord. Met dat laatste bedoel ik: als er staat geschreven dat van oost, west, noord en zuid  het volk teruggebracht zal worden, moet Israël dan genoegen nemen met de enkele en geringe terugkeer uit de Babylonische ballingschap? Daarbij heb ik – in tegenstelling tot BR – weinig moeite met de herkenning van Gods hand in de terugkeer van het zgn. ‘onbekeerde’ Joodse volk naar het land. Aan de ene kant is wonen in het land in de Torah altijd gekoppeld aan gehoorzaamheid van het volk. Aan de andere kant lijkt de genade van de Torah nog sterker. Vooral de profeten, die toch de wet onderwijzen, spreken van onvoorwaardelijke terugkeer en vervolgens – zo lezen wij – een door God bewerkte verandering van het hart, zodat Israël de wet gaat gehoorzamen . Deze volgorde herken ik in het evangelie: Christus stierf voor ons toen wij nog zondaren waren . Ik herken die ook in de vroege geschiedenis van Israël: eerst werd Israël verlost uit Egypte en pas daarna gaf Hij de wet en werd het verbond gesloten. Het is een geheim van de genade die verrassend tot ons heidenen gekomen is en opnieuw verrassend Israël zal bereiken.
Maar wáárom zou terugkeer nodig zijn? Dat blijft toch de typisch christelijke vraag. Moet de tempel herbouwd worden? Ik deel de mening van de auteur dat vanuit het evangelie van Jezus Christus gezien, geen verder heil van een derde tempel is te verwachten. Voor de religieuze Jood is de herbouw van de tempel echter wel het hoogste doel van de terugkeer. Wat zouden Gods bedoelingen dan kunnen zijn met de oprichting van de staat Israël en de terugkeer van de Joden? BR citeert Colin Chapman die vragenderwijs vier mogelijkheden noemt . De belangrijkste vergeet hij echter: Gods trouw aan Zijn Woord en de vervulling van profetieën. In de eerste plaats zal de Messias temidden van zijn volk op de Olijfberg verschijnen . Maar ook andere vervullingen van profetieën zullen ons verrassen. Is Joel 2: 28 en 29 geheel en al vervuld in Handelingen 2? Het OT vergezicht en dat van Openbaring spreekt van volken en regeringen. Zouden die bereikt kunnen worden door wat zij zien gebeuren in Israël? Is dat ook niet waar het ten diepste over gaat in de kortste Psalm van de Bijbel: 117? De dispensationalisten voorzien een opwekking van Israël na de opname van de gemeente. Maar misschien komt er wel een opwekking voor die tijd. Misschien wordt nu eindelijk de jaloezie waar Mozes over profeteerde in Deuteronomium 32 door God in deze tijd gewekt. Niet zozeer door een steeds mooier wordende kerk van Christus waar alle Joden wel lid van zouden willen worden. Maar wel door genade, die landt in een periode dat schuld beleden wordt door de kerk en waarin relaties hersteld worden door verzoenend en dienend werk. Dan zijn het niet zozeer Arabische christenen die ervaren dat Israël het OT van hen heeft afgepakt, maar Israël zelf dat jaloers op zijn strepen gaat staan en vindt dat heidenen met hun Tenach er vandoor zijn gegaan.

Nawoord
Wie is onze God, zo luidt de titel van het nieuwe boek van BR. Ons antwoord is helder: ‘Israël’s God is onze God’ . Wij realiseren ons echter dat dit antwoord niet zomaar aan christen Arabieren gegeven kan worden. Ons past bescheidenheid. Die houding van BR delen wij van harte binnen de Near East Ministry. In de Arabische landen komen wij niet binnen met Davidsterretjes in onze ogen. Los van het feit dat wij eenvoudig het land uitgezet zouden worden, missen wij met een dergelijke houding de navolging van Christus. Een betere weg wil ik illustreren met een gebeurtenis in een Arabisch land met één van onze werkers. Zij spreekt Arabisch, houdt van het volk en dient hen met de zorg voor ouderen in een grote stad. Op een dag vertelde zij dat zij naar Israël zou gaan voor een christelijke conferentie. Haar collega’s en de bewoners smeekten haar niet te gaan, want zij zou niet levend terugkomen uit dat land vol zionistische terroristen. De NEM’ster maakte die angst niet belachelijk, wetende wat via de Arabische media dagelijks tot hen komt. Toen zij uiteindelijk ging en later gezond weer terugkwam met de verhalen dat Joden gewone mensen zijn en dat zij ook een Arabische voorganger had gehoord die van Israël houdt, waren ze allemaal stomverbaasd en blij. Of zij die man eens hier kon uitnodigen. En dat hebben wij dan ook gedaan.

Zo getuigen wij onder de Arabieren: dienend, biddend, wachtend met het delen van onze beperkte inzichten tot de Geest de tijd rijp acht.

En wellicht dat tegen die tijd de inzichten weer zijn veranderd. Want met Paulus, belijden wij van de God van Israël: ‘hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen.’

7 Reactie(s) RSS

 
  #7
door Bijbelonderzoek vrijdag, 25 februari 2011 10:36
kijk even op de site: http://bijbelonderzoek.wordpress.com. Daar staat een goed artikel aangaande de vervangingsleer .
Beantwoord reactie
 
 
  #6
door Roeline dinsdag, 13 januari 2009 11:00
Wie begrijpt dat met de komst van Jezus de Messias in het grieks Christus werd genoemd, zal begrijpen dat de heidenen nu in het gelovig Israel inbegrepen zijn. Wat zo mooi begon toen Gods genade voor het volk onder Petrus nog open stond voor Israel – denk aan de toedtreding van de heidenen en hoe God ook hen de Geest schonk – is met de afwijzing van Jezus definitief omgedraaid. Niet de heidenen voegen zich bij de Joden, maar de gelovige Jood voegt zich bij dat dwaze volk van de heidenen, waardoor God hen beschaamd zal maken. Want laten wij 21ste eeuwse christen ons niets verbeelden: Gods woord noemst ons heidenen, vroeger onverstandig en dwaas. En inderdaad: Gods geheimenis bestaat hieruit - o, diepte van rijdom, roept Paulus uit, hoe onnaspeurlijk zijn Uw wegen! – dat God Jood en heiden samenvoegt onder één Hoofd, namelijk Christus. Lees de Efezebrief er maar op na: de vroegere scheidsmuur is weggehaald en in de geestelijke tempel van Christus en de gemeente is er geen voorhof der heidenen meer. Kollosenzen gaat verder in op het geheimenius met betrekking tot dat Hoofd, Christus. Gods redding rijkt nu tot aan de einden van de aarde ipv alleen Israel. Het dwaze volk, de heidenen, mogen er nu ook bij horen. Ging het bij Israel om een leven vanaf en voor de aarde, bij de gemeente van Jood en heiden gaat het om een leven vanuit de hemel. Een hemels Koninkrijk dat op een dag de aarde zal vervullen vanuit de hemel. Er is wel degelijk een geestelijk inzicht nodig om dit te begrijpen. De wet en de profeten hebben een geestelijke vervulling en invulling gekregen, waarbij God eigenlijk een stap over heeft geslagen: de wet werkt liefde uit, liefde is de vervulling van de wet. Geen mens kon de wet volbrengen, Christus wel. Nu is de liefde door de Heilige Geest in onze harten uitgestort. God heeft het principe omgekeerd, er is een stap overgeslagen: liefde van God is de drijfveer. Nu mogen we leven uit liefde voor God, door Jezus Christus, in de kracht van de Heilige Geest.

Maar toch is er nog een probleempje voor iedereen die alles wil vergeestelijken . Er is wel degelijk een terugkeer van het fiesieke volk Israel naar hun land. Ook dit is nodig. Maar laat je geen zand in de ogen strooien: net zoals de Joden vroeger hoopten op een aardse messias, zo is dat nog steeds bij sommigen vandaag de dag. Maar niet alleen bij Joden leeft deze wens, ook onder Christenen wordt deze gedachte onbewust gevonden. Waar blijft die sterke man, die ons welvaart kan geven. De vraag is: zullen wij deze man als christenen met open armen ontvangen? Nee, zegt iedereen. Ik zeg: hoe erg moet het nog worden? Het zal nog veel erger worden met de geloofsafval. Kijken met je aardse ogen naar de dingen is een vleselijke houding om het hier uiteindelijk goed te hebben en met een gesust geweten je zondige begeerten te kunnen uitleven op aarde. Hebzucht is tenslotte afgoderij. En die afgod zal zich zetten in de tempel – in een aardse tempel die nog zal worden gebouwd in Jeruzalem? Nee! De tempel van God dat zijn jullie, zegt Paulus. En die mens der zonde zal zich volledig kunnen ontplooien op het moment dat heel veel gelovigen het niet meer zo nauw zullen nemen met de wet – wat zeg je nu? De wet van Christus! De wet door deheilige Geest geschreven op de tafels van het hart van de gelovige. Wetsverachting doet de liefde door God in ons hart gegeven verkillen. Geloofsafval als voorbereiding op de antichrist voor een vleselijke Joodse natie en een vleselijk onheilig christendom. De vele vormen van welvaartsevange lie sluiten daar nauw bij aan. Iedere dwaalleer heeft maar één doel: de komst van de aardse antichrist voorbereiden. Er moet nog een grote afval van het geloof komen, zo die al niet bezig is. De schriften moeten ook in dit opzicht nog worden vervuld. Een rest zal behouden worden. Jazeker, een rest uit Israel, maar ook uit de gemeente. Dan in het moeilijkste uur van de grote verdrukking zullen Jood en heiden elkaar weer harder nodig hebben dan ooit. Samen zullen zij vasthouden aan het geloof in Jezus of zo u wilt Yeshua. De vijgeboom, een beeld van Israel, is vervloekt. Dit is iets wat veel mensen trachten te ontkennen. Vooral mensen die heel hun leven voor Israel naar het vlees in de weer zijn geweest, zonder hen het evangelie te vertellen. Die vervloeking van de vijgeboom door Jezus wil zeggen dat Israel naar het vlees nooit meer vrucht zal dragen. Nee? In ons vlees, ons menselijk vlees dat vijandig staat tegenover God, woont geen goed en dat geld voor een Nederlander, maar ook voor een Jood. Toch zijn er meer dan ooit aardsgezinde 'gelovigen', zowel in alle delen van de Joodse en christelijke gezindtes. Hun god is de buik. Ze proberen wetten te volbrengen, of dat nu de tien geboden zijn of welke wetten dan ook door mensen gemaakt. De wet geeft voeding aan het vlees, waardoor uiteindelijk begeerten worden opgewekt. Zo hoop je zonde op zonde en begeerte op begeerte. Want de wet versterkt de zonde in zondige mensen juist te meer. Hun god is de buik. En toch, tussen al deze naam-christelijke-belijders kent de Heer degenen die van Hem zijn. Dat zijn degenen die breken met de ongerechtigheid . Want de wet is niet afgeschaft, dat zeker niet! Ze is vervuld en zal worden vervuld door de kracht van de heilige Geest in hem of haar die gelooft. En dan maakt het niet meer uit of je Arabier bent, of Jood, of Belg of Nederlander, of Noor.
Als je maar niet vergeet dat je niet meer laat verleiden door met je aardse ogen naar de Bijbel te kijken: er is een geestelijke verlichting door de Heilige Geest voor nodig om te bergijpen dat met de komst van Jezus en met de afwijzing van Jezus door het aardse volk Israel – er iets nieuws is begonnen, wat God al lang had voorzegd in de profeten: Israel zou een nieuw hart krijgen en een vaste geest, de Heer zou rein water over hen heengieten – en daarmee is het probleem van Isaäk en Ismael wat betreft deze aarde voorbij. Zodra 'Ismael' de Arabier of wie dan ook – tot bekering komt, mag hij ook bij Jezus horen. In Op22:14 staat het zo treffend in de TR: 'Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan de boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.' Het gaat wel degelijk om geboden doen. In andere handschriften is dat veranderd. Daar staat: 'Zalig zij, die hun gewaden wassen…' Het gaat wel degelijk om geboden doen. Iedereen die de werken van Abraham doet, is een zoon of een kind van Abraham en deelt in zijn 'erfenis', die een geestelijke perspectief krijgt in de stad uit de hemel waarvan God de ontwerper en bouwopzichter is. Kijk maar: Joh8:39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zeide tot hen: Indien gij kinderen van Abraham zijt, doet dan de werken van Abraham. En dat 'werk' is dat een Jood, Arabier of Nederlander gelooft in Jezus, die God heeft gezonden. De landsbelofte is inderdaad een geestelijk vergezicht. De zachtmoedigen zullen de aarde beërven. Maar wel een aarde waarop Gods Koninkrijk is gekomen, vanuit de hemel. Dat is het begin voor iemand die gelooft in Jezus, na Zijn komst op aarde. En dat geloof is in pincipe een Werk van God. 'Werk' waarin werken uit geloof weer samenkomen, zonder wetsverachting maar ook zonder wetticisme.

Amen?
Beantwoord reactie
 
 
  #5
door Brahma en Sarasvati maandag, 7 augustus 2006 12:40
Abraham= Ibrahim =Avraham =
Avram= Abram =Bram = Brahma.

Clearchus of Soli wrote, "The Jews descend from the philosophers of India. The philosophers are called in India Calanians and in Syria Jews. The name of their capital is very difficult to pronounce. It is called 'Jerusalem.'"

Wie was de God van Abraham?
terug naar je tekentafel.
Beantwoord reactie
 
 
  #4
door Silvia Videler woensdag, 31 mei 2006 19:08
Een moeilijk onderwerp voor mij althans. De eerlijkheid gebied te zeggen dat mijn sympathie bij Israël ligt, hoewel ze zeker fouten maken en soms grote ook. En langs de andere kant als mens moet ik toegeven dat ik, na veel reiservaringen, erg veel moeite heb met Arabieren. Maar toch, het zijn allen kinderen van de Schepper.
Bij zowel Joden als Arabieren zijn de meesten de weg helemaal kwijt. Zo ook bij ons. En laten wij in spanning en genade afwachten wat HIJ gaat doen in de landen. Wij weten vanuit het Woord waarheen het uiteindelijk zal leiden. Tot Zijn totale overwinning! Maar hoe, wat, wanneer en volgens welke time table, oef, er zijn al zovelen geweest die de plank hebben misgeslagen!
Beantwoord reactie
 
 
  #3
door Mr. Betty Jansen vrijdag, 28 april 2006 16:29
Hierbij wil ik mijn verontrusting over het boek van de heer Reitsma uitspreken. Ik zou hier pagina's kunnen vol schrijven met commentaar, maar laat ik mij beperken tot een gedeelte uit het boek. De heer Reitsma vindt dat de kerk alle reden heeft om het feest van de vreugde der wet, Simchat Torah, niet te vieren. De ware Simchat Torah zou op het Pinksterfeest moeten worden gevierd, daar de vreugde over het nieuwe leven in Christus de vreugde over de wet doet verbleken. "De heerlijkheid van het oude verbond valt in het niet bij de overtreffende schoonheid van het nieuwe verbond", zo vervolgt de heer Reitsma. Dat de Joden dit niet zien is de tragiek van Israel, zo vindt hij. Elders in het boek legt hij hierbij de link naar het huidige volk dat in Israel woont: het is nog maar de vraag of zij wel het bijbelse Israel vertegenwoordig en en bovendien, zij leven God nog gebod na.

Het boek van de heer Reitsma zou ik willen karaktiseren als anti-Israel, anti-Joods en anti-zionistisch.

"Waar Israel in de theologie een grotere plaats inneemt, komt de uniciteit van Christus onder druk te staan", kopt Reitsma in het hoofdstuk "Jezus de Jood". Dit is weliswaar een citaat van een christen-Arabier, maar in de daarop volgende hoofdstukken laat Reitsma er geen twijfel over bestaan: Israel krijgt sinds 1948 een veel te grote plaats binnen de theologie.

De heer Reitsma is momenteel verbonden met de organisatie Open Doors. Hij geeft daar leiding aan de afdeling "Kerk & Islam". Wat mij betreft begeeft Open Doors zich nu op glad ijs, nu ze iemand hebben binnen gehaald die een dergelijk onbijbelse visie op het volk en de staat Israel heeft. Hij heeft immers toegang tot de Arabische wereld in het algemeen en de Arabisch-christelijke wereld in het bijzonder. Het is mijn mening dat hij op deze wijze geen positieve invloed kan uitoefenen op de worstelende Arabisch-christelijke gemeenschap aangaande het vraagstuk Israel. Het boek van Reitsma sterkt de Arabieren in hun mening dat het oude volk Israel heeft afgedaan en dat de staat Israel geen bijbelse grondslag heeft voor haar bestaan.
Beantwoord reactie
 
 
  #2
door Jet dinsdag, 18 april 2006 17:14
Abraham is vader van Ismaël en Isaäk, Israël kreeg de Zegen en de stam van Israël -Mozes (Israël > David) en > Maria : werd Jezus door God's Geest geboren: God's Zoon!
Geboren voor alle volkeren!
Gekruisigd en opgestaan!
Om teredden. Allen die Hem aanroepen." Jezus Leeft > en zal wederkomen op de wolken des hemels. Gezegend Paasfeest
Beantwoord reactie
 
 
  #1
door Anton van Wamelen woensdag, 12 april 2006 12:33
Het is nu eenmaal zo dat Avram (Abraham) door Sarah naar de dienstmaagd werd verwezen daar zijzelf onvruchtbaar bleek. Avram was nogal beducht om zijn huwelijksverbon d met Sarah te overschrijden en ging hiermee naar Jaweh (de Zoon van G_d). Pas toen hij toelating had van Hem is hij ermee doorgegaan. Dus Ismael is een halfbroer van Jacob en daarmee is alles gezegd. Er zal een tijd komen (de wederkomst van Yeshua) dat alle problemen over de erfenis van Avram, nu Vader van vele volkeren genaamd, zullen zijn opgelost. Einde discussie.
Beantwoord reactie
 

Plaats reactie

U bent van harte welkom om te reageren. Let s.v.p. even op de [+] volgende zaken .

  • Uw E-mail adres is verplicht maar wordt nooit getoond op de website.
  • Het kan even duren voordat uw reactie op de website zichtbaar wordt.
  • Indien u wilt reageren op een andere reactie dan kunt u de Beantwoord reactie knop gebruiken.
    De tekst van de reactie waarop u reageert verschijnt dan omgeven door [quote] [/quote] tags in het reactie veld. U kunt de tekst tussen de [quote] [/quote] ook bewerken als u enkel een zin wilt uitlichten.
  • Indien u bericht wilt ontvangen bij opvolgende reacties vink dan onderstaande 'Nieuwe reacties per e-mail ontvangen' aan.


Doneer nu eenvoudig, veilig en snel online.

Meer Artikelen »

Retoriek drijft Iran-crisis verder op de spits 07 Feb

De crisis rond het Iraanse nucleaire programma werd…

Israël gaat een spannend jaar tegemoet 06 Feb

Israël en andere landen in het Midden-Oosten gaan…

EU kiest partij in M.O.-conflict 30 Jan

UPDATE: Naar aanleiding van de publicatie van het

'Ik blijf dus Jood' 26 Jan

Dit artikel is deel 1 uit een nieuwe

De lijdende knecht des Heeren 20 Jan

Vanuit onze gunstige positie in Jeruzalem lijkt het…

Een Algerijnse pastor in Israël 20 Jan

Als antwoord op de moderne wedergeboorte van de…

Sjabbat, een ‘proefje’ van het Paradijs 17 Jan

Om het ‘hoe’ te waarderen, moeten we nooit…

Israël zoekt mogelijkheden om banden aan te halen met Afrika 07 Jan

Afrikaanse landen grenzend aan de Sahara met hun…

Brief van een Israëlische reservist 07 Jan

De nu volgende brief werd door onze zoon

Bedrog als strategie 02 Jan

Achttien jaar zijn gepasseerd sinds de ondertekening van…