Poeriem wordt in Jeruzalem een dag later gevierd dan in de rest van het land en de wereld. Jeruzalem, een ommuurde stad in de dagen van Jehoshua (Jozua) viert dat vreugdefeest op de dag toen ook de hoofdstad van het Perzische rijk, Susa ("Shushan" in de Esther-rol) zich had bevrijd van een vreselijke dreiging; een fataal bedoelde aanslag op de Joden in de landen van koning Xerxes ("Achashverosh" in de Estherrol) en feestelijkheden wanhoop verdreven.
In ons jaar der wereld, een 2250 jaren na genoemd drama blijft het verhaal boeiend, aktueel. Een adembenemend scenario waar de hoofdrollen worden bezet door de in-slechte Haman, de nobele Mordechai en Esther en de lichtelijk pathetische, hulpeloze speelbal der conventies en bijbehorende raadgevers, Zijne Majesteit Achashverosh. Of is het misschien het lijdend voorwerp, het Joodse volk dat de hoofdrol vervult?
Levend in ballingschap, uitgeleverd aan de luimen van elkander opvolgende machthebbers wordt het ter dood veroordeeld op instignatie van wie het oor der koning heeft en daarin laster fluistert die de koning braaf slikt, niet beseffend dat er tussen zijn eigen koninklijke lakens een dochter van datzelfde volk des nachts uitrust van de vermoeienissen ener Koninklijke loopbaan. Esther vertelde nimmer over haar volk en land, zij was een schoonheidskoningin wier kroon haar door Achashverosh zelf op het charmante maar verre van lege hoofdje werd gedrukt. Een handeling die haar verhief tot zijn eigen majesteitelijke gade.
Met al haar schoonheid en de liefde van haar vorstelijke gemaal kon Esther toch de klok niet terugdraaien, het door Haman gesuggereerde decreet tot uitroeiing van zichzelf met geheel haar volk niet ongedaan maken want aldus zijn de dwaze en aanmatigende wetten van Medie en Perzie waar een koninklijke verspreking opweegt tegen al de normen en waarden van Sinai. Wat kan worden gedaan wordt echter gedaan door het kleine koninkje, krampachtig heersend over een gigantisch territorium. De Joden behoeven zich niet passief te laten afslachten, ze mogen zich verdedigen.
In de geschiedenis van Israël is dit verre van een bagatel. Van toestemming tot verdediging van lijf en goed was geen sprake in de dagen van diverse vervolgingen. Zelfs anno nu, in de dagen van Israëls hernieuwde onafhankelijkheid gonst de wereld van afkeurende kreten wanneer de Staat Israël een groter of kleiner leger inzet om zichzelf te verdedigen, daar waar wordt gewerkt aan Israëls totale ondergang.
Wat dat betreft was Achashverosh zijn tijd dus verre, ja meer dan 2250 jaren vooruit. Verdedigen mocht. Israël het volk hoefde zich niet in te laten pekelen door de verwaande Haman. Kom daar maar eens om te dezen tijde, waar die andere Pers zo hard werkt om de wensen van zijn voorganger alsnog in vervulling te doen gaan. Doet de wereld Achmadinejad de handboeien om? Welnee. Bij voorbaat schreeuwt men alreeds luide in protest tegen een vooralsnog niet uitgevoerde aanval van Israël op datgene wat Hamannen tegenwoordig gebruiken om het oude ideaal te verwezenlijken.
De essentie van het Poeriem-gebeuren is een "na'afochoe'" een omkeren van wat boze geesten beraamden. Niet Mordechai wordt aan de galg gehesen maar Haman. De Joden weten zich niet enkel te handhaven, zij winnen aan invloed in hun ballingschapsland. De bekwame Mordechai brengt het tot onderkoning, Esther en hij stellen een voor alle geslachten geldende verplichting in om van jaar tot jaar in Israëls gemeenten de Estherrol voor te lezen opdat de wonderbaarlijke gebeurtenissen nimmer vergeten zullen worden, ja mee zullen worden gedragen als geestelijke bagage wanneer de tijd zal komen voor de terugtocht naar Jeruzalem en Judea.
De boze wolf uit het verhaal, hij lijkt een stramien waarop "beeltenissen" van opvolgers werden geborduurd. De verslindende haat als aanleiding tot genocide; op den duur het einde van de haters. Zij worden doorgaans "gehangen", soms letterlijk. Hoe onwaarschijnlijk dit aanvankelijk ook mocht zijn geweest, het gold voor Hitler, voor Saddam Hoessein om maar wat recente voorbeelden op te vissen.
Het geldt ook voor de deugnieten spelend in een lagere klasse. De aartsterroristen op het oorlogspad tegen Israël kunnen er welhaast zeker van zijn dat boze pad gekruist te zullen zien door hen die zich wensen te verdedigen tegen terreur. De wereld lijkt niet groot genoeg voor hen, nergens vinden zij een nis waar zij veilig zijn voor Israël's heilige verontwaardiging. De vergezellende verhalen, deels waarheid, deels fictie – voorbeelden: Eichmann, Entebbe, Dubai – bevatten elementen van hun prototype, de Rol van Esther. Crime did not pay, de wereld heeft een Rechter.
Waarom dan trekken de boze Hamannen geen lering uit de zo welgevulde bron van leering ende vermaeck? Zo onbedwingbaar is hun aandrang tot de vernietiging, dat zij wel voor hun hartstochten bezwijken moeten, alle consekwenties daargelaten. Ze kunnen eenvoudig niet anders, ze zijn de gangbare menselijke remmen kwijt, verloren die in de verwoestende genetische "oplossing" van het Bijbelse Amalek waartoe Haman ben Hammedatha de Agagiet behoorde.
Een volk met onbedwingbare aandrang tot zelfmoord, vaag verwijzend (die aandrang) naar de zelfmoordenaars die we thans zo door en door leerden kennen. Verwarrende wezens, bereid zichzelf aan duizend snippers te bombarderen, allemaal voor datzelfde verrukkelijke doel: het einde van Israël.
Een dag of wat terug kwam een onheilig driemanschap samen in het Bijbelse Damascus, thans de hoofdstad van Syrie. Was het niet treffend hen daar bijeen te zien, drie Hamannen, uit op Israëls vernietiging, zo kort voor het Poeriemfeest? Daar zat een Assad, Hafez' zoon Bashar, daar zat Hassan Nashrallah, de brallende Hezbollahhoofdman, voor even uit zijn Libanonbunker gekropen om zich te voegen bij zijn samenzweerders waartoe vanzelf ook de Pers Ahmadinejad behoorde, de mond vol opruiende kreten als gewoonlijk.
Wanneer wij de New York Times mogen geloven dan had de man alle redenen tot zelfverzekerdheid. Zijn land, Iran/Perzië balanceert op de rand van Het Grote Geheime Wapen, de atoombom. Nog even wat uranium verrijking en de dagen van Hiroshima kunnen terugkeren.
Vanzelf gingen de gesprekken over het "onwettige Israël" hetgeen vooral inzake Hezbollah (vooruitgeschoven kaders der Perzen) geestig te noemen is. De terreurbende immers had volgens een VN-resolutie (nr 1701) moeten ontwapenen na de oorlog met Israël in 2006. Het spreekt vanzelf dat precies het tegendeel gebeurde. De tienduizenden raketten opgeslagen in de grotten en schuilkelders van Libanon getuigen daarvan.
Achmadinejad steunt op dat vooruitgeschoven leger. In Teheran immers loopt een vijfde colonne rond die hem heel goed de das om kan doen tijdens een oorlog tegen zijn persoonlijke vijanden. De man is duidelijk niet populair in eigen huis. Het is voor hem beter om anderen de kastanjes uit het vuur te doen halen, Israël te beoorlogen.
Het was bijna Poeriem terwijl zij om de tafel zaten te zinnen op veel kwaads en, zij hanteerden het Poeriembegrip van "na'afochoe", op hun eigen manier. Niet zij, oh nee, niet zij bezondigden zich aan misdaden tegen al wat maar menselijk heet, Israël deed dat. Niet zij, niet zij beoefenden terreur waarvan vooral maar niet enkel Israël het slachtoffer werd. Het was Israël dat 'de hele wereld terroriseerde' en het driemanschap gaf leiding aan 'Verzet' tegen Israël waarvan het bestaan een 'belediging voor de mensheid' werd genoemd door Achmadinejad, geestelijke nazaat van Haman die immers ook zo diep gebelgd werd door Mordechai en zijn volk.
Intussen slaan de Joden, thans thuis in Jeruzalem geenszins alle waarschuwingen in de wind hetgeen in die Stad doorgaans ook nauwelijks vol te houden is vanwege de acute aard der gebeurtenissen. Op de Tempelberg wordt gevochten door wat men altijd "de jongeren" noemt. Moslimjeugd die de Israëlische politie bekogelt met al wat maar geworpen kan worden.
Waarom zij dat (weer) doen? Omdat "de Joden liegen". Wat liegen zij dan wel? Zij stellen dat hun, ja hun geschiedenis verbonden is met de Machpela-grafkelder in Chevron (Hebron) en dat hun, nee zeg, hun Aartsmoeder begraven ligt in haar graf bij Bethlechem. Ook beweren zij schaamteloos dat de Tempelberg iets te maken zou hebben met hun, ja hun geschiedenis.
Teneinde de liegende Joden de wind uit de zeilen te nemen dienen sporen van Joodse aanwezigheid te worden uitgewist, waartoe vooral begraafplaatsen terdege schoongeschrobd moeten worden. Weg met Joodse lijken en bijbehorende grafzerken. Het is hemeltergend de ravage te zien op de Jeruzalemse dodenakker op Har Hazeitiem (de Olijfberg). De geschonden, de verbrande graven aldaar, de tot splinters geslagen zerken waar blaffende zwerfhonden ronddolen.
Zittend achter mijn computer in Jeruzalem hoor ik het feestgedruis van de jeugd op deze Poeriemdag. Liederen, luidkeels gezongen, gewagen van het grootse wonder, de redding in het oude Perzie van na de Babylonische ballingschap en de verwoesting van de Eerste Tempel.
Telkens wordt muziek en zang overstemd door sirenes van voertuigen die zich spoeden naar de haarden van onlust, allemaal in en om deze zelfde Stad die al zo heel erg veel aanvallen op haar legitimiteit doorstond.
Israëli's vernamen deze dagen dat zij zullen worden getrakteerd op geheel vernieuwde gasmaskers, de man een masker. Opdat men, indien niet het hoofd dan toch die filter kan bieden aan dreigende gevaren, sommige ervan althans.
Waar in de dagen van Esther snelle ruiters op puike paarden 's Konings toestemming tot gewapende bescherming tegen door Haman geëiste aanvallen proclameerden over gans het Koninkrijk, zich uitstrekkend van Hodoe (India) tot aan Koesh (Afrika) daar namen thans de Posterijen met hun voertuigen de taak van een andere distributie over. Die van de gasmaskers.
Deze bescherming is vanzelf niet alles wat Israël aanwendt om te blijven bestaan. Het is geen geheim dat men aan de Middellandse Zee alles in het werk stelt om niet zonder slag of stoot de strijd op te geven. Israël rammelt niet met atoomwapens, men legt zich aldaar toe op science fiction-achtige uitvindingen, gevleugelde en andere robotten die een deel der lasten zullen kunnen overnemen van de menselijke strijders.
Op dit Poeriemfeest kan worden gesteld dat de Perzische Haman niet vergeten werd, integendeel ("na'afochoe") nog ten voorbeeld dient voor hen die elke herinnering aan Israël willen uitwissen. Om te voorkomen dat Israël's Bijbelse plicht tot het tegenovergestelde ("na'afochoe"), het uitwissen van elke herinnering aan Amalek's roeping bewaarheid worden zal.
Wiesje de Lange
