Dinsdag 28 september mocht ik op een bijeenkomst in Genève spreken voor het gebouw van Rode Kruis. De bijeenkomst werd georganiseerd met als doel te pleiten voor de vrijlating van Gilad Shalit. Namens de christenen in Europa heb ik mijn steun aan Israël en Gilad Shalit uitgesproken. Ik heb de familie van Gilad Shalit die ook bij deze bijeenkomst waren, mogen bemoedigen en ze verteld dat ze er niet alleen voor staan.
Israël's gevecht is ons gevecht. Zolang Gilad Shalit niet vrij is, zijn wij ook niet vrij. Het was ontroerend daar namens de christenen te staan. Tegelijkertijd moest ik mij schamen voor het feit dat de christenen in Europa Galit in de steek hebben gelaten. Ook deze keer weer moest ik tot mijn teleurstelling constateren dat de meeste mensen die de bijeenkomst bijwoonden Joden waren.
Het lijkt alsof de wereld Gilad is vergeten. Gilad Shalit wordt al vier jaar door Hamas ergens in Gaza vastgehouden. Volgens Hamas leeft hij nog, maar zijn familie heeft al maanden niets van hem gehoord. Zijn vader staat dagelijks voor het huis van Minister President Netanyahu in Jeruzalem, waar hij probeert aandacht voor zijn zoon te krijgen.
De regering van Israël staat voor een onmogelijke keuze. Hamas eist vrijlating van Palestijnse terroristen die in de gevangenis zitten in Israël voordat zij Galit zullen vrijlaten. Voor het doorgeven van een brief van Galit vragen zij vrijlating van twintig terroristen, voor een filmpje vijftig terroristen.
Het Rode Kruis zet zich vrijwel niet in voor de vrijlating van Gilad Shalit, terwijl ze vorige week bescherming hebben aangeboden aan een aantal Hamasleden. Waar zijn ze mee bezig? Het is de omgekeerde wereld waarin de terrorist wordt beschermd en het slachtoffer wordt vergeten. Zal het Rode Kruis haar koers veranderen? Het lijkt alsof Europa haar christelijke identiteit volledig is kwijtgeraakt.
Meer dan ooit heeft de familie van Gilad Shalit en de andere inwoners van Israël onze woorden nodig gesproken in Ruth 1:16-17:
"Waar u gaat, zal ik gaan, uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. Waar u sterft, zal ook ik sterven, en daar zal ik begraven worden. De HEER is mijn getuige: alleen de dood zal mij van u scheiden!’
Lees ook de toespraak.
