'En Jozef zei tegen zijn broeders, “Ik ben Jozef, leeft mijn vader nog?” (Genesis 45:3) Waarom herkenden de broers Jozef niet eerder? Het mag waar zijn, hij had nu een baard. Hij bevond zich ook in een volkomen onverwachte omgeving en status. Maar zijn ogen waren toch hetzelfde en zijn manier van spreken?
Herkenning
Zou u uw broer niet herkennen op een oude foto van de kleuterschool? De broers waren niet dom, ze stonden oog in oog met hem, spraken met hem en toch was er niemand die dacht: wat gebeurt hier? Die man die doet me aan iemand denken.
Niets. En waarom niet? Omdat Jozef in hun hart niet langer hun broeder was. Op het moment dat zij Jozef in de put wierpen, begroeven zij hun relatie met hem. Ook al keken zij hem recht in zijn gezicht, zij herkenden hem niet omdat zij hem uit hun bewustzijn weggedaan hadden.
Voorwaarden
Wat verandert alles? Er zijn twee voorwaarden: ten eerste moet Jozef een leider worden. In plaats van dat zijn lot in de handen van de broers is, moet hun lot in zijn handen zijn. Maar dat is niet genoeg. De tweede conditie is dat Jozef hen herinnert aan hun gemeenschappelijke wortels, in dit geval, hun vader.
Jozef vraagt onmiddellijk na zijn onthulling: “Leeft mijn vader nog?” Dat is een rare vraag. Voortdurend hebben de broers immers over hun vader gesproken. Natuurlijk leeft hij nog. Hij stelt de vraag dan ook niet aan zijn broers maar aan zichzelf. Leeft mijn vader nog steeds in mij? Ben ik na al deze jaren van verwijdering en pijn nog steeds in staat om een zoon te zijn van dezelfde vader als deze mannen? Heb ik de kracht in mijzelf om deel uit te maken van deze familie - een broeder voor de mensen die mij zo gekwetst hebben?
Wat me raakt is dat deze toelichting bij de wekelijkse Thoralezing geschreven is door Moshe Feiglin, misschien wel de volgende premier van Israël. Het is een stukje om te overpeinzen. Zeker als je in Jozef een profetische gestalte ziet. Om na te denken ook hoe dicht Israël en wij elkaar genaderd zijn.

1 Reactie(s) RSS
RSS lijst met reacties op dit artikel