Het is al weer ruim een maand geleden, maar ik vind het toch wel leuk om mijn eerste bijdrage aan de weblog nog even aan Pesach te besteden. Want ik vierde Pesach dit jaar op een toch wel bijzondere locatie, namelijk bij mijn buren op de berg Sion, de Diaspora Yeshiva. De tafel was gedekt in de ruimte naast het graf van David. In hetzelfde gebouw bevindt zich een verdieping hoger de zogenoemde Opperzaal (foto), de zaal van het Laatste Avondmaal.
Meer weblogs van Kees de Vreugd
Alle groepen hebben hun eigen gewoonten en tradities,…
Wat is het dat zo blijft trekken? Wat…
Maar wie zou hij dan gaan bezoeken? De…
Als de agent dan terugkomt en zegt: ik…
Natuurlijk moet je altijd een beetje voorzichtig zijn met ‘heilige plaatsen’. Was het daar wel of was het daar niet? Het gebouw zoals het er nu staat, was het uiteraard zeker niet, want dat is uit de kruisvaardersperiode. De locatie is op zichzelf niet ondenkbaar, al houden de Syrisch-Orthodoxen aan de rand van de Joodse wijk hun eigen Opperzaal in ere. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit.
Het is toch een eigenaardige gewaarwording om Pesach te vieren op de plaats waar volgens een oude christelijke traditie ook de laatste Sederavond van de Here Jezus herdacht wordt. En daar mocht ik ook zitten, samen met Joodse leerlingen en leraren.
Rabbijn Goldstein van de Yeshiva leidde de Seder. Hoewel Seder ‘orde’ betekent, maakte de aanwezige kinderschaar van hem en zijn broer dat er aanvankelijk van orde weinig te bekennen viel. Maar toen iedereen eenmaal gezeten was en het allemaal begonnen was, zat de stemming er goed in. De kinderen zongen om het hardst ‘ma nisjtana’ – waarom is deze avond anders dan alle andere. Iedereen las of reciteerde een stukje uit de Haggada. Ook ik kreeg mijn deel, wat ik in dit gezelschap een hele eer vond.
Iedere familie en iedere groep heeft zo haar eigen gebruiken bij de Seder. Altijd zijn de kinderen er helemaal bij betrokken. Rabbijn Goldstein speelde – een gewoonte in zijn familie – een vermoeide en zwaar beladen reiziger.
‘Reiziger, waar ga je naar toe?’ riepen de kinderen. ‘Naar Jeruzalem!’ En ineens was zijn last licht en zijn gang opgewekt. En alle kinderen deden hem na.
‘Volgend jaar in Jeruzalem’. Ook in het hart van Zion wordt het gezegd. Want de heilige plaats wekt de verwachting van wat komt.