Eèn woordje kan een groot verschil maken. In het verhaal van de twaalf verspieders (Num. 13) is dat heel duidelijk. Het woordje ‘maar’ maakt hun hele verslag tot een negatief advies, waarmee zij ook de grenzen van hun opdracht overschrijden, zegt een van de klassieke Joodse commentatoren uit Spanje, Isaac Arama:
Je kunt het vergelijken met een man die tegen zijn agent zegt: ga naar de winkel en kijk eens naar een tallit (gebedsmantel) die de koopman in voorraad heeft. Onderzoek hem nauwkeurig op de kwaliteit van de wol en het linnen, de maat, hoe hij er uitziet, en de prijs, en laat me dat weten, want ik wil hem kopen.
Als de agent dan terugkomt en zegt: ik heb er naar gekeken en de wol is zuiver, hij is lang en breed, groenig en roodachtig van kleur en de prijs is honderd goudstukken, dan heeft hij zijn missie correct volbracht.
Maar zou hij zeggen: ik heb er naar gekeken, de wol is zuiver, hij is lang en breed, maar hij is groenig en roodachtig van kleur en erg duur geprijsd, wel honderd goudstukken; dan zou hij de grenzen van zijn missie overschreden hebben en in plaats daarvan een adviseur geworden zijn. Dit is het gevolg van het invoegen van het woordje ‘maar’, dat een kwalificatie inhoudt.
Kees de Vreugd

1 Reactie(s) RSS
Dat doet me dan toch weer denken aan
"waarheid maakt vrij".
Een fijne dag
RSS lijst met reacties op dit artikel