Dit is alweer de derde week dat ik hier ben. Het is vandaag twee maart de dag waarop we Boris naar de luchthaven van Kiev brengen. Boris is geboren in 1934 in een klein plaatsje in de Oekraine. Hij was zes jaar toen de tweede wereldoorlog uitbrak. Hij is door ‘Rechtvaardigen uit de Natiën’ vier jaar verborgen geweest in het ghetto. Aan het einde van de oorlog bleek de rest van zijn familie te zijn uitgemoord.
Toen we langs het stadje reden, kwamen de nare herinneringen in hem op en hij vertelde ons dat het vier jaar spookte in zijn hoofd of hij het er levend vanaf zou brengen. Later is Boris getrouwd met een Joodse vrouw. Zij kregen twee dochters. Twintig jaar geleden overleed zijn vrouw. Zijn dochters maakten alija naar Israël en stellen het uitstekend.
Boris is inmiddels grootvader geworden en hij vertekt voorgoed. Hij gaat wonen bij een van zijn dochters in Netanya. We halen hem op van huis en nemen een van de vaarwelzeggers mee in onze bus. Toch wel nerveus, maar recht op zijn doel af, naar Israël! Naar zijn kinderen. Hij is nu zesenzeventig jaar.
Er is veel in de ogen van deze man te lezen. Zo lang alleen in Oekraïne. Hij bedankte ons voor het wegbrengen naar de luchthaven. We hebben in de bus met hem gebeden en de Here gevraagd of Boris eenmaal in Israël meer zal verstaan van de profetische tijden waarin we nu leven.
We bidden dat God hem daar met zijn familie een mooie avond van zijn leven zal geven. Een traan. Ja zij zullen komen onder geween staat in Jeremia 31: 9. Die avond vertrekt hij met een groep emigranten naar het beloofde land!
Wordt vervolgd
