Dat Israël dit jaar haar zestigste verjaardag viert is voor allen die Israël liefhebben een bijzondere gebeurtenis. Zowel voor de nieuwe immigranten die plannen om in de maand mei voorgoed naar het Beloofde Land zullen vertrekken, alsook voor de chauffeurs die daarbij betrokken zijn.
Op zondag 13 april had ik s'middags een afspraak met enkele mensen, maar tot mijn ergernis startte mijn busje niet. Op het eerste gezicht leek alles in orde met de accu, dus moest het wel de starter zijn. Op zondag kan je hier nergens terecht voor een reparatie dus dan moest het maar maandag worden.
Minpuntje was dat er op maandagmorgen om vier uur een rit gepland was met een Joodse familie naar het consulaat. Gelukkig hebben we hier door de jaren heen heel wat contacten opgebouwd, zodat een andere christen die rit op maandag zou doen.
Maandag trokken we met een andere wagen mijn busje op gang en kwamen we terecht bij een garage die was opgericht door een baptist. Hij kon wel horen aan mijn Russisch accent dat ik een buitenlander was, maar hij beloofde het busje te herstellen, zodat ik op dinsdagnacht de volgende rit met familie kon doen.
's Avonds om zeven uur was het busje hersteld en daar het toch einde van de werkdag voor hem was, konden we een praatje maken en hem meer vertellen waarom ik hier woonde. Ik wees naar het busje en zei: "dit voertuig heeft al honderden Joodse mensen geholpen op weg naar het Beloofde Land".
Zijn ogen lichtten op en hij zei: "dan is het zeker een gezegend busje". Ik betaalde de rekening en gaf hem een Oekraïense vertaling van het boek Why Israel? als geschenk. Hij nam het dankbaar aan en beloofde het te lezen.
Koen Carlier
