Klik voor ware grootteWinter in Oekraïne. | Foto: CvI Regelmatig komen wij in het plaatsje Tulchin. In de eerste plaats voor het alijawerk, maar ook voor bezoeken bij Joodse families thuis, voor de voedselpakkettenactie en als er een Oekraïnereis is. Dan doen we ook dit stadje aan evenals het kleine dorpje Pechora, 40 km verderop, waar vlakbij in een bos een enorm groot Joods massagraf is.
Rita Schweibes (verantwoordelijke voor de Joodse gemeenschap en Holocaustoverlevende) vroeg of wij een eenvoudige maaltijd konden sponseren voor vijftien Holocaustoverlevenden met hun kinderen en kleinkinderen, ongeveer veertig mensen in totaal op Holocaustherinneringsdag.
Rita sprak de mensen toe en ook ik kreeg de gelegenheid om nog eens uitvoerig te vertellen over ons werk in Oekraïne. Ook las ik een brief voor van een van de deelnemers aan een Oekraïnereis gericht aan Rita en de Joodse gemeenschap in Tulchin. De mensen werden geraakt door de brief die vanuit het hart was geschreven.
Rechtover mij zat Raya Chernova geboren in 1934. Wij kennen haar al enkele jaren. We hebben onder meer haar kleinzoon naar de luchthaven in Kiev gebracht voor immigratie naar Israël. Ook vergezelt Raya ons altijd als we naar Pechora gaan, maar ze wil zelden iets kwijt wat ze daar als kind heeft meegemaakt. Toch vroeg ik Raya of ze deze keer op deze herinneringsdag een uitzondering wilde maken en of ze onder vier ogen een paar vragen wilde beantwoorden. Ze ging akkoord en begon te vertellen.
De zevenjarige Raya, haar moeder, grootmoeder, andere familieleden samen met honderden Joodse inwoners van Tulchin wandelden op 7 december 1941 te voet eerst naar Torka, een klein dorpje waar ze allen de nacht moesten doorbrengen in een paardenstal. De angst en het gehuil van de baby's en kinderen is niet te beschrijven.
Velen stierven al onderweg door de honger en de kou en toen de moeder van Raya haar vermoeide dochter op paard en wagen wilde zetten werd ze halfblind geslagen. Ook die nacht stierven er mensen door de vreselijke omstandigheden. (de bouwvallige stallen staan er nu nog).
De volgende dag ging de voettocht/dodentocht door naar het concentratiekamp in Pechora (nu een ziekenhuis). Dit stond onder Roemeens bevel.
"We werden per zestig personen samengepropt in kleine kamers en dat was onze verblijfplaats. Zonder verwarming, eten,drinken en dekens werden we aan ons lot overgelaten. Het overlevingsinstinct van mijn moeder trad in werking. Vóór de oorlog werkte ze als opzichtster in een naaifabriek. Elke nacht (ze kroop door een verborgen gat in de stenen muur en omheining) ging ze bij de mensen thuis in het dorpje kleren maken van de stoffen die ze hadden en daar kreeg ze eten voor, dat ze stiekem terug binnensmokkelde voor haar dochter en moeder."
"Ook de lokale mensen gooiden eten over de muur en vlakbij het concentratiekamp stroomde een rivier vanwaar we water haalden. Velen stierven door uithongering, ziekten en werden gedumpt in een massagraf in een bos vijf kilometer verderop."
Raya zucht en krijgt het moeilijk. Toch vertelt ze verder: "Ook ik kreeg tyfus en lag ziek op een natte vloer. Moeder deed al het mogelijke maar er waren weinig middelen om te helpen. Het kamp stond onder bevel van de Roemenen en aan de andere kant van de rivier waren de Duitsers. Die schoten voor de lol de kinderen dood die water kwamen halen. Ook werd er met baby's gevoetbald tot ze dood waren."
"Van onze familie zijn in totaal 22 mensen in Pechora gestorven en hun namen zijn bekend in Yad Vashem in Jeruzalem. We konden onze ogen niet geloven toen op 14 maart 1944 de Russen ons kwamen bevrijden."
27 januari betekent voor Raya Chernova "niets anders dan tranen".

1 Reactie(s) RSS
De enige die kan troosten is de God van Abraham,Izak en Jakob.
Alleen Hij geeft Zijn volk veel kracht om door te gaan!
RSS lijst met reacties op dit artikel