Deze dag heeft diepe indruk achtergelaten. Kan verdriet nog dichterbij komen dan in Auschwitz? Daar waar tienduizenden tranen vloeiden, en evenzovelen werden vermoord?
Daar in Auschwitz hoorde ik dat zojuist de president van Polen, zijn vrouw en hooggeplaatste personen in Polen, waaronder het leger, door een vliegtuigongeval om het leven zijn gekomen.
De gids die ons begeleidt in Auschwitz is zichtbaar aangeslagen. Hij leidt ons rond door het kamp en weet veel te vertellen. Hij weet niet alleen de feiten, maar vertelt oprecht over Auschwitz, zodat het je raakt. Maar ik zie de onrust op zijn gezicht over het verschrikkelijke nieuws van vandaag: zijn president is er niet meer.
In de middag bezoeken we Birkenau, het tweede Auschwitzkamp. Dit is het grote kamp waar de trein binnen reed. Een eindeloos groot terrein, bijna zover als ik kan zien. En wat ik zie zijn restanten van barakken: De funderingen staan er nog en de schoorstenen. Achteraan in het kamp liggen de crematoria in puin. En overal staan hekken met prikkeldraad. Verwoesting, eenzaamheid, vervlogen hoop, dat is wat ik hier ervaar.
Ik zie ook de efficiëntie, structuur, ordening, hiërarchie, autoriteit en fabrieksmatigheid. Al deze middelen zijn hier op grote schaal toegepast. Juist deze middelen maakten het mogelijk dat de nazi’s miljoenen Joden konden vermoorden, terwijl wij vandaag de dag structuur en efficiëntie inzetten om geld en tijd te besparen. Maar staan we daar ooit bij stil? Realiseren we ons dat je het ook kan gebruiken tegen mensen?
Wanneer we midden in het kamp staan, naast de spoorrails en een veewagon gebeurd er iets bijzonders. Onze Poolse reisleiders, christenen, vragen ons om samen te bidden, te bidden voor Polen. Ik zie verslagenheid en verdriet op hun gezichten. We lezen samen Psalm 121: “Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar komt mijn hulp? Mijn hulp is van de Here.” Om zo op deze trieste dag en op deze plek van immens lijden juist deze psalm te lezen raakt mij diep. Deze woorden zeggen alles.
