Het was conditionering. De honden van Pavlov gingen op het geluid van een belletje kwijlen, omdat ze hadden geleerd dat bij het belgeluid eten zou komen. Zo had Gilad zich aangeleerd om bij elke dreun zich op te maken om zijn redders te ontvangen.
Een speciale eenheid van de IDF die hem kwam bevrijden uit de klauwen van Hamas. Misschien zaten er wel een paar oude makkers van hem bij. Of...
Hoeveel dagen, hoeveel weken zat hij hier al? Hij was de tel kwijtgeraakt. Elke dreun bleek valse hoop. Het geweld boven de grond ging altijd door. Hoeveel oorlogen had hij gemist? Maar hier beneden was het altijd oorlog. Stille oorlog. En terwijl zijn hart nog in zijn keel klopte, ging Gilad weer liggen en sloot zijn ogen. De hoop op zijn redders vervlogen.
Wat voor jaargetijde was het? De lucht was niet meer zo verstikkend heet. Zou het winter zijn? Hij meende een paar dagen geleden het geluid van stromend water te hebben gehoord. Regen?
De straten zijn nat. Plassen ontwijkend ren ik door een oer-Hollandse winkelstraat naar de volgende winkel. Rondom mij haasten mensen zich om niet te nat te hoeven worden. De harde wind maakt een paraplu niet zo’n goed idee.
Wat zullen we eens eten met Kerst? Iets met room. Lekker! Straks hangen we de lichtjes op en maken we het huis gezellig. Lekker sfeervol met veel kaarsen...
En terwijl ik met mijn boodschappentassen vol naar de auto ren, hum ik een kerstliedje. “...Vrede op aarde...”
