De woordvoerder van de Joodse gemeenschap in Hebron z'n telefoon gaat. De beltoon is een deuntje uit The Sound of Music 'My Favorite Things'. Hij houdt z'n hand op met de vingers samengeknepen naar boven. Het universele gebaar in deze regio om mensen te laten weten dat ze even geduld moeten hebben.
We zijn kort hiervoor in een beveiligde bus naar Hebron gekomen. Via een steile weg tussen rommelige huizen door, langs securityposten en hekken op de weg. Deze Joodse wijk zelf lijkt in opzet op de Joodse wijk van de Oude Stad in Jeruzalem.
Hier zijn in 1929 de Joden verdreven door de Arabieren. Nu wonen ze er weer, maar het is nog geen happy ending. Omgeven door Arabieren, continu beveiligd door Israëlische soldaten.
Hebron is omstreden. Wat ik erover heb gelezen is niet altijd positief over de Joden die er wonen. Ze zouden de Arabieren pesten en geweld tegen hen uitlokken. Hebron wordt dan ook vaak model gesteld voor de gemiddelde settler.
De woordvoerder komt wat somber over. Hij voelt een stijgende lijn in de de vijandigheden. De laatste weken worden er steeds meer en steeds vaker stenen gegooid, brandende banden naar beneden gerold.
Een Joods jongetje was onlangs in elkaar geslagen door Arabische jongeren. Toen de politie werd gewaarschuwd hadden die van de Arabieren gehoord dat het jongetje op de Arabieren had willen inrijden met z'n fiets.
Wie was er begonnen? Die vraag lijkt hier telkens in de lucht te hangen. De tegenstanders van Israël weten het wel.
In de auto op weg terug doe ik verslag aan onze beveiliger. De Joden in Hebron ervaren dat het leger dat hen moet beschermen hen strenger lijkt aan te pakken dan de Arabieren die hen bedreigen. De beveiliger antwoord met typisch Israëlische droogheid: “Als een jongetje in de klas goed kan leren, is de leraar ook strenger voor hem...”
