Door Suzanne Jaacov-van Colmjon. Yael de makelaar garandeert me dat ze iets geweldigs voor me heeft gevonden, een ge-wel-dig buitenkansje.
“Je weet dat ik het beste met je voor heb!” “De huisbaas is een schat van een vent, echt waar, gouden man, heeft alles tip top in orde gemaakt.” “Nee, blijf daar nou gewoon wachten, ik ben om de hoek, help me even uit de modder trekken wil je?”
Even later tasten we ons een weg in het pikkedonker, en ik mag nu kennismaken met echt, Israëlisch makelaarsjargon: “Uniek! Landelijk! Knus! Rustiek!”, wat zich uiteraard laat vertalen naar: Je zit hier helemaal alleen, midden in de rimboe, er is geen bestraatte weg naar je huis, het is klein en er loopt water onder je deur door zodra het regent. “Nee, natuurlijk wordt er hier nog schoongemaakt voordat je erin trekt, maar je moet wel snel beslissen, want ik heb nog meer kapers op de kust!”
De huisbaas komt binnen, volgens Yael: “Uniek! Wat een man! Heel bijzonder! Aardig!” Wat zich laat vertalen naar: kleine, ondermaatse boekhouder met geld over voor een bouwprojectje en verder een huisbaas zoals ieder ander: zolang je netjes betaalt en er niks kapot gaat, is er geen probleem.
Ik wil mijn mond opentrekken om iets te zeggen, maar Yael maakt een handgebaar en begint haar monoloog: “Ik ken Suzanne al ja-ren, wat is het? Vijf? Zes? Haar kinderen zitten bij mijn kinderen in de klas. Beste vriendinnen. Wat zeg ik? Meer dan dat! Goud! Goud! Ik zeg je, een góúden meid! Ik breng je alleen gouden mensen dat weet je onderhand van me. Ze komt echt uit een hele goede familie. Hollanders, dan weet je het natuurlijk wel. Afijn, jij bent natuurlijk ook een fantástische man, je weet dat ik van je houdt, anders hadden we nu geen zaken gedaan. De prijs? Wie heeft het over geld? Kwaliteit van leven, daar gaat het om. Nee lieve schatten, jullie zijn allebei echt gewéldige mensen, en ik wil alleen maar het beste voor jullie allebei.”
“3500 per maand zeg je? Nee Suzanne ik weet dat jij 3200 had gehoord, maar laten we het niet over geld hebben. Slaap er allebei nog even een nachtje over, we spreken elkaar morgen weer. Het belangrijkste is dat we goed met elkaar overweg kunnen hier, en dat we elkaar vertrouwen! Vertrouwen, dát is waar het om draait in het leven!”
“Lieve mensen, laten we er allemaal nog eens rustig over nadenken. Morgen bellen we elkaar weer, en nu moet ik er echt, echt vandoor, want is ben al te laat voor een familieaangelegenheid. Nee, geeft niks, mijn vader geeft een feestje, hij krijgt de Nationale Prijs van Israël. Gekregen omdat hij al veertig jaar met mijn moeder getrouwd is. Help je me even achteruitsteken? Straks rijd ik nog ergens tegenaan in het donker.”
