Onder de bomen in het laantje achter het huis kwamen we Israël tegen, of eigenlijk kwam Israël ons tegen, want hij schreeuwde nogal hard of we toch niet even naast hem wilden komen zitten. Israël leest je handpalm en vertelt je alles over jezelf, de eerste keer gratis, en als je meer wilt weten moet je betalen.
Meer weblogs van Suzanne van Colmjon
De folder klonk veelbelovend: “‘Eeuwig Geluk’. Nieuwe supermarkt…
Maak plaats, maak plaats, maak plaats... wie ken…
Twee keer per dag zeggen religieuze Joden tijdens…
Terwijl Nederland nog tot de enkels in de…
“Je weet dat ik het beste met je…
RoutineLater werd ik veel geroutineerde en passeerde ik…
Het was pas veel later dat ik me realiseerde dat hij tegen iedereen precies hetzelfde zegt, maar hij doet het met zoveel charme, dat je het hem vergeeft. Van het geld koopt Israël zijn sigaretten, die hij de een na de ander opsteekt in zijn tandenloze mond, of hij vergokt het met een spelletje backgammon.
Israël laat een foto zien van toen hij nog jong en gezond was, niet eens zoveel jaar geleden. “1,84 m. was ik”, zegt hij trots, en ik moet treurig constateren dat er van die lange knappe man nog maar heel weinig over is. Spierdystrofie is een gemene ziekte.
De dag erna brengen we Israël een kop koffie, de week erna neem ik hem mee naar de film en diezelfde maand nog naar een doktersafspraak. Al snel staat ‘een rondje Israël’ synoniem voor een bezoekje aan de man die tevreden constateert dat de meisjes hem écht aardig vinden.
Dochter Eden zegt me: “Ik weet wel waarom wij Israël helpen, dat is omdat niemand anders voor hem kan zorgen, dus daarom doen wij dat gewoon”. Ik ben blij dat het voor haar zo vanzelfsprekend is dat we die oude knorrepot overal naar toe rijden in zijn rolstoel. “Geen zorgen mam”, zegt mijn lieve schat, “als jij straks in een rolstoel zit dan heb je gelukkig óns nog om je rond te rijden”.