De folder klonk veelbelovend: “‘Eeuwig Geluk’. Nieuwe supermarkt van, voor en door het orthodoxe publiek. De grootste in de omgeving. Ongekende prijzen en een enorm assortiment.” Tijd voor een bezoekje aan Bnei Brak.
Ze hebben niets teveel gezegd, de supermarkt is gigantisch in afmeting. Zelfs de karretjes zijn bovenmaats maar dat kan ook zijn omdat sommige mensen er vier kinderen in willen plaatsen. Het is hier allemaal afgestemd op de doelgroep, chassidische muziek klinkt zachtjes door de ruimte, de reclameposters zijn zonder uitzondering met afbeeldingen van hardstuderende orthodoxe jongetjes die wel een kommetje cornflakes verdiend hebben.
Vakkenvullers dragen hier een klassieke pofbroek met witte kousen en caissières een lange rok. Ineens wordt er omgeroepen;”Minjan voor het middaggebed nu in de sjoel”, en hop, daar verlaten heel wat heren prompt hun winkelwagen voor hun dagelijkse verplichtingen.
Via de schappen met keppels in alle soorten en maten, kniekousen, en Sjabbatskaarsen, kom ik bij de vleesafdeling. Hier is alles in de aanbieding; vier kilo voor honderd shekel. “Maar ik wil maar een kilo, en eigenlijk het liefst verdeeld in drie”, verontschuldig ik me. De bebaarde meneer kijkt me zuchtend aan en ik voel me verplicht te vermelden dat ik ‘maar’ twee kinderen heb. Hij lacht; “maidele, wat niet is kan nog komen”.
Als ik eenmaal afgerekend heb en mijn voorraad voor de komende maanden in de auto mag hijsen (vier pakken rijst voor tien shekel, dat laat je niet liggen), kan ik tevreden concluderen dat ik hier van nu af aan mijn boodschapjes kom doen. Vanwege de sfeer, vanwege de prijzen en vanwege de g limlach op mijn gezicht bij het zien van het kleine bordje bij de sokken; “nieuw! Gegarandeerd geen sha’atnetz!*”
* 'sha'atnetz' is het gebod dat je geen wol en linnen door elkaar mag dragen, maar wordt ook gebruikt als uitdrukking voor als iets 'vloekt', niet bij elkaar past.

2 Reactie(s) RSS
De messen worden al weer geslepen voor de volgende grote oorlog.
RSS lijst met reacties op dit artikel