Gezamenlijk klauterden de Nabateese jongens de heuvel op en boven aangekomen overzagen zij de vallei. Over de uitgestrekte vallei lag een groene deken, wat vorige week nog een groene waas was geweest. Het was zo raar en mooi tegelijk, dat ze opgewonden lachten. Moet je zien hoe snel de vegetatie opkomt!
Na zo lang alleen maar geelbruin en stof gezien te hebben, moesten ze even omschakelen. Maar de regen en overstromingen van twee weken geleden had de vallei vernieuwd. Het was hen opgevallen dat er opeens geen stof meer was. Alles was schoon en helder. Ze hadden de grootste lol gehad in de achtergebleven plassen water. De klei was moeilijk uit hun oren te krijgen, na ontelbare moddergevechten.
Ook hadden ze de veranderingen bij hun ouders gezien. Die was zorgelijk geweest, na lange tijd zonder regen. Dat was normaal, maar de vorige winter was ook al zo droog geweest; bijna geen vegetatie voor de kudden. Nu lachte hun moeders, en zij sjouwden voor hen kan na kan water naar hun voorraadplaats.
Hun vaders hadden ze weinig gezien; waren de hele dag bij de kudden. Zelfs ‘s nachts sliepen zij daar. In deze tijd wierpen de geiten hun jongen. Er was onophoudelijk een zacht gemekker te horen van de jongen die wiebelig naar hun moeders zochten. Hun lange oortjes waren zo zacht als bloesemblaadjes.
Af en toe werd er wat melk mee naar huis genomen en moeder maakte er zachte brokkelkaasjes van, die ze door toevoeging van het zout bewaren kon. De jongens stonden te springen om wat melk te proeven! De brutaalsten onder hen trokken wel eens een paar keer aan de spenen en snoepten van de zoete melk uit hun handpalm. Maar vooralsnog verbood vader dit hun.
Enthousiast dolden ze wat op de heuvelrug en daalden iets voorzichtiger naar de volgende vallei. Ze waadden verbaasd door het groen dat tot hun knieën kwam! De warme zon deed het omhoog schieten. Ze waren al aan het einde van de winter; wat een geluk dat de regen toch nog was gekomen!
Op deze plek hadden ze al een paar dagen groen gesneden voor de geiten. De mannen namen nu niet het risico de kudden mee naar buiten te nemen. Dus sneden en verzamelden de jongens hele dagen groenvoer en smeten het de kooi binnen. De geiten wisten niet was ze zagen en waren niet te houden voordat het op was!
Maar vanm
orgen hadden zij een andere opdracht gekregen. Weer waren ze op weg met messen en zakken, maar nu op zoek naar een soort groente voor hun familie. Choebezah noemden ze deze groene bladeren die enorm veel ijzer schenen te bevatten. Hun moeders legden dit te drogen in ondiepe kuilen, afgeschermd met palmboombladeren tegen het zonlicht.
Plof. Daar lag een van hen languit tussen groene zachte bladeren en werd er door de anderen gelijk weer uitgesleurd. “Hé joh! Gaat ‘ie in z’n avondeten liggen!” Beduusd wreef hij een blad uit z’n nek en hielp hen armen vol te plukken. Spinazievoorraad voor de droge zomer.
Bekijk hier alle columns van Fraidzjah
