Wat eerst een groene waas was geweest, was daarna een groene deken geworden, op de bodem van de vallei. De regens van een maand geleden hadden de rivier laten stromen en al het zaad was ontkiemd in de natte zandlaag. Ze waadden nu tot hun knieen door het groene gras!
Pluimen, Grotere gele bloemen, kleinere rode, roze en blauwe in zo veel soorten en kleuren dat hij er duizelig van werd. Wat prachtig was hun vallei nu! Alles rook zoet.
Vader had hun kudde geiten vanmorgen voor het eerst na de regens mee naar buiten genomen. Twee weken lang had hij bij de kudde geslapen omdat dit de tijd van het werpen was. Er waren veel jonge geitjes geboren zonder te veel problemen.
Nu waren de jongen iets groter gegroeid en vanmorgen had vader hen apart gezet van de moedergeiten. Wat was dat een gemekker geweest! Z'n oren tuuten er nog van. Hij zelf had wel even op z'n lip moeten bijten bij het zien van het bange onbegrip van de kleintjes. Zo jong, zacht en nog zo afhankelijk van hun moeders. Maar deze moesten vitaminen van de zon en het groenvoer ontvangen!
Hij had met z'n vrienden de afgelopen weken groen gesneden voor hen, maar nu graasden zij weer vol overgave zelf; de honden hoefden hen niet eens bij elkaar te houden.
Een zacht gemekker viel hem op, iets achter hem. Naast een bloeiende bremstruik lag een geit en hij zag een klein nat geitje haar koppie schudden. Snel zorgde hij dat het neusje schoon was. Verrukt riep hij vader en hielpen haar naar de uier toe.
Later droeg hij het in z'n armen terug, met de bezorgde moeder blatend en botsend tegen z'n benen. En dacht na over een naam voor dit speciale geitje.
Bekijk hier alle columns van Fraidzjah
