Net na zonsondergang liep ze nog even met haar jongere zusje naar de gestapelde stenen omheining toe. Ze wilde de kudde geiten nog even controleren voor de nacht. Vader was al een paar dagen weg met een groep mannen, ze wist niet waarheen. Moeder was druk met de jongere kinderen en moest ook nog deeg maken voor het brood dat zij morgenvroeg weer mee zouden nemen het veld in. Als vanzelf had ze nu de zorg voor de kudde op zich genomen.
Alle jonge geitjes die na de winter geboren waren, zagen er al sterk uit en sprongen op en over hun moeders heen. Ze hoefde dus niet special op te letten of er een werpen moest. Ze hield er van om zo in de schemer naar de rustig herkauwende geiten te luisteren.
Samen leunden ze tegen de omheining van de stukken valleisteen aan. Deze gloeiden nog van de warmte. De zon had er weer lange tijd op staan schijnen vandaag. Dat was haar zusje ook opgevallen. Ze legde haar handen op een grote gladde steen en zei plotseling: “We kunnen deze steen wel bewaren voor als het weer zo koud is, dan leg ik hem onder mijn deken!” Samen lachten ze om het goede idee. Ze zag haar zusje wat langs de muur rommelen en warme stenen zoeken die ze in haar handen hield en tegen haar wangen drukte. De kudde lag rustig binnen de omheining.
Ineens, tegelijk met dat enkele geiten snel omhoog kwamen en onrustig mekkerden, kreeg ze overal kippenvel. Getraind als ze was door het leven in het veld, voelde ze onraad, net als de kudde. Bliksemsnel zocht ze met haar ogen de ruimte af binnen de omheining, maar zag niets bijzonders. Maar ze wist dat ze altijd af kon gaan op het gedrag van de kudde. Waar zagen ze gevaar?
Ineens zoog ze scherp haar adem in van schrik. Donker afgetekend tegen de lichte stenen zag ze een jakhals op zijn buik langs de omheining sluipen. Haar zusje! Met grote passen was ze bij haar – haar zusje had niets in de gaten – en smeet haar bijna de muur over, tussen de geiten in! Tegelijkertijd floot ze schel en doordringend om de honden, en sprong zelf bovenop de stenen muur. Terwijl ze nog floot, kwamen de honden al aangerend en begonnen woest te blaffen toen zij de geur van de jakhals opsnoven. Wat een lawaai en een paniek!
Alle geiten mekkerden wild door elkaar heen en de jonge geitjes gilden hoog om hun moeders. De hele kudde trappelde wild door elkaar heen en wolken stof dwarrelden omhoog. Haar kleine zusje stond met wijd opengesperde ogen luidkeels te brullen van schrik, die niets begreep van de plotselinge onrust. De honden huilden als wolven en joegen gezamenlijk achter de jakhals aan, die allang de benen had genomen!
Later, veilig in de hut, lachten ze om het avontuur. Maar ze had toch een glimp van trots in vaders ogen gezien, toen hij hoorde hoe ze gereageerd had!
Meer verhalen lezen van Fraidzjah over de nabatese periode? Klik dan hier.
