Ongeduldig stonden hij en zijn vrienden te wachten naast de groep kamelen. De vroege zon speelde met de dauwdruppels. Gelukkig was het nog helemaal niet warm. Waarschijnlijk zou hij niet op de zonnehitte gelet hebben, gezien zijn opwinding. Innerlijk gespannen en blij stond hij om zich heen te kijken.
Hij herinnerde zich een zelfde soort wachten, twee dagen geleden. Dezelfde groep mannen die nu naast een hoop zadeltuig stonden, hadden daar toen net zo gestaan. Ze hadden met elkaar besproken of de goede tijd was gekomen om te vertrekken. Hij had staan wachten op zijn vader, om toestemming te vragen om dit jaar mee te mogen. En het was gelukt! Al dagen kon hij van opwinding niet ophouden er over na te denken. Eindelijk werd hij voor voldoende aangezien mee te reizen om te oogsten.
De kamelen waren al opgezadeld, een uur geleden. Ze lagen geduldig in het zand te wachten. Het touw dat om hun koppen als hoofdstel diende, was aan het uiteinde om hun geknielde voorpoten geknoopt. Hij herinnerde zich dat hij als kleine jongen zijn vader dit voor de eerste keer zag doen. En ook zijn grote verbazing over zijn knappe vader. Wat slim!
Als de kameel nu op zou willen staan, zou hij zelf zijn kop naar beneden trekken en op dit aangeleerde sein, weer gaan zitten! Nog steeds vond hij het erg handig en had langzaam alle gebruiken geleerd hoe je het beste met de kudde om moest gaan. Ze waren een deel van de familie' s die hier in de vallei woonden. De kamelen waren hun benen en hun ruggen, realiseerde hij zich plotseling. Zoals ze nu de oogstreis zouden beginnen; zouden ze niets kunnen doen zonder hun kudde!
Geschrokken hoorde hij ineens een van de mannen hun richting opschreeuwen. Of ze soms vergeten waren wat ze moesten doen? Of ze dachten dat ze zo ooit weg konden? Gehaast schoot hij als eerste naar voren. Alles was nieuw voor hem, maar nu moest hij natuurlijk wel uitkijken dat hij de mannen en zijn vader niet boos maakte!
Hij zag dat de jongens die vorig jaar al mee waren geweest, naar de hoop zadeltassen liep. Snel wilde hij beginnen met deze om de zadels te hangen aan weerszijden van de kamelen, maar zijn vriend hield hem tegen. "We moeten alles eerst goed controleren. Als er iets niet in orde is, gaan we niet eerder weg voordat het gemaakt is" , zei hij zachtjes.
Dat kon hij begrijpen, stel je voor dat een klein stukje leren riem zou breken, als iemand op zou stijgen bijvoorbeeld. Of als ze de tassen gevuld zouden zijn met zware last. Hij had al verhalen gehoord van kamelen die hierdoor plotseling uit balans waren geraakt op een smal dierenpaadje dat langs een ravijn liep. Of de verhalen klopten of niet, hij huiverde bij de gedachte dat dit hun zou kunnen overkomen! Ingespannen controleerde hij de zadeltas.
Wordt vervolgd…
