Met vloeiende bewegingen liepen de kamelen de laatste heuvel op. Vergenoegd draaide ik me om in het zadel om de gezichtsuitdrukking van de vrienden die achter me redden, te zien. Verbaasd kregen zij de eerste verre bergtoppen in de Hoge Negev in de gaten. Ook ik genoot zoals elke keer opnieuw van het uitzicht dat zich groots voor ons uitstrekte.
De brede vallei die we over zouden steken, was door de schaduwen van de wolken donker gevlekt . Ruig en massief tekenden de bergen aan weerszijden zich af. Nog nooit heb ik de woestijn vanaf dit punt, hetzelfde gezien.
Als een slinger daalden we naar het laagste punt. De kamelen zochten zelfstandig de beste plaats voor hun poten. Als zij op een steen stapten, legde hun zachte voetzool zich als een soort gevulde waterzak, er om heaen. We lieten de centrale wadi achter ons en bogen af naar een smallere vallei. Ik wist de jonge accasiaboom verborgen in een bocht op een half uur afstand rijden; maar daar hadden onze vrienden geen weet van. Naar aanleiding van hun gezichtsuitdrukking was het hard nodig dat we even af zouden stijgen!
Onder de groene boom sprokkelde ik hout, maakte een kampvuur om zoete sterke thee te zetten. We hadden het over de zwervende stammen die ooit vergroeid waren met een kamelenzadel. De namiddagwind woei verkoelend door de takken heen. De vegetatie in deze smalle vallei was nog relatief groen, ontdanks de weinige regen die laatste winter gevallen was. Dit was een prachtige plek voor de gehele kudde om te komen grazen.
Toen de zon lager stond sloegen we ons kamp op in een verborgen kom tussen twee heuveltoppen. De kamelen graasden, wij kookten op het kampvuur en het bedoeïenenbrood kwam warm onder de kolen vandaan. Het was doodstil om ons heen; de duizenden sterrren flonkerden majestueus. Geen enkel geluid van de rumoerige samenleving was hier te horen. Zoals het altijd was geweest hier; enkel de Schepper en Zijn schepping. Van verwondering in deze schoonheid vielen we eigenlijk stil, praten hoefde niet meer. Langzaam kroop de een na de ander de slaapzak in.
Met een enorme knal die ons overeind deed schieten was deze rust verleden tijd. Met wijd opengesperde ogen staarden we elkaar over het kampvuur heen, aan. De grond onder de slaapzakken trilde van de dreun. Kogels vloten met lichtsporen van links naar rechts. Lichtbommentjes daalden langzaam naar beneden en verlichten de omgeving helder als de zon. Donker rolden de echo’s van de tankkanonnen over de heuvels heen.
Het benzinevat dat zij hadden geraakt was het beginschot geweest voor een van de nachtelijke oefeningen van het leger. Waar wij niet middenin, maar vlak naast zaten. Jonge jongens trainden nu dodelijk serieus hun vaardigheden.
Nadat wij hadden begrepen dat we op een veilige plek zaten maar ons beter niet moesten verroeren, en de kamelen hadden gecontroleerd, lachten we e rom het hardst om. Zouden wij even een rustige kamelentocht maken…
Woestijn; ongerepte schepping en geheim oefenterrein. Israël: land van uitersten.
