De Britse journalist Peter Hitchens publiceerde onlangs een artikel over zijn bezoek aan Gaza en de Westelijke Jordaanoever.
In dat artikel schreef hij het volgende: “ In feite is de werkelijke situatie in de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever zo vol met paradoxen en verrassingen dat de meeste berichtgeving zich gemakshalve concentreert op het vanzelfsprekende.
Het was een van de spaarzame eerlijke artikelen die de laatste jaren over het Midden-Oostenconflict in de reguliere media werden gepubliceerd. De strekking van het artikel werd volledig bevestigd door drie ervaringen die ik deze week had.
Een gesprek met de Palestijnse correspondent van The Jerusalem Post, Khaled Abu Toameh was een van deze gebeurtenissen en vormde het ultieme bewijs van Hitchens’ woorden. Wanneer het om nieuws gaat dat niet vanuit een anti-Israëlhoek kan worden gerapporteerd zwijgen de media, aldus Toameh. Het gevolg is een volledig verwrongen beeldvorming over Israël.
Palestijnse maffia
De eerste keer dat ik deze week moest terugdenken aan de woorden van Hitchens, was tijdens een gesprek met een bevriende Palestijnse ondernemer in de buurt van Bethlehem. De man informeerde naar de mogelijkheid om naar Nederland te emigreren. Mijn eerste gedachte was dat hij wilde vertrekken vanwege het stuklopen van de onlangs gestarte vredesbesprekingen. Maar dit bleek niet het geval.
Hij vertelde dat de maffiapraktijken die de Palestijnse elite in de Westelijke Jordaanoever er op na houdt, de reden was dat hij weg wilde. Middenstanders en beginnende bedrijven worden door deze elite, waaronder Fatahbonzen, zodanig afgeknepen dat overleven het maximaal haalbare blijkt.
Een poos geleden vertelde hij een soortgelijk verhaal over de betaling van ziekenhuisbehandeling in Israël voor gewone Palestijnen. Die wordt bijna altijd door de Palestijnse Autoriteit geweigerd, terwijl dat niet het geval is bij de families van deze elite. Het emigratie idee liet hij overigens snel vallen nadat ik hem had geïnformeerd over de problemen met moslims in Nederland en het klimaat daar.
Precious Life
De documentaire Precious Life die ik deze week zag in Jeruzalem, gaat over dezelfde paradoxen in het leven van Palestijnen en Israëli’s. De film begint met een soortgelijk verhaal over de wijze waarop de PA de humanitaire noden van haar onderdanen negeert.
Een Palestijns gezin in Gaza heeft een kind dat aan een dodelijke erfelijke ziekte lijdt. Het echtpaar vertelt dat twee oudere kinderen al stierven aan de ziekte en dat de PA weigerde te betalen voor de behandeling van een derde kind in een Israëlisch ziekenhuis .
Uiteindelijk werd de behandeling betaald door een anonieme Joods Israëlische donor die slechts meldde dat hij een kind had verloren in een recente oorlog.
De film laat vervolgens zien hoe vooral de moeder van het kind worstelt met haar beeld over Israël. De “kindermoordenaars” die zij zag op Hamas TV blijken opeens te vechten voor het leven van haar kind. De meest dramatische scene in de film is echter de dialoog tussen Shlomi Eldar (maker van de film) en de Palestijnse moeder over het verschil tussen de cultuur van de dood in Gaza en die van het leven in Israël.
De moeder zegt dat de waarde die Israëli’s hechten aan het leven een zwakheid is. Zij verklaart uiteindelijk dat haar zieke kind martelaar (shahid) moet worden voor de strijd om Jeruzalem. Eldar vertelde later dat hij toen overwoog het werk aan de film te staken.
Khaled Abu Toameh
De derde keer dat het stereotype beeld over Israël en de Palestijnen aan flarden ging, was afgelopen woensdag in de oude stad van Jeruzalem. De bekende Palestijnse journalist Khaled Abu Toameh kwam daar praten over zijn visie op het Midden Oosten conflict.
Toameh werkte een aanzienlijk deel van zijn leven voor de PLO, maar besloot later dat hij “een echte journalist” wilde zijn. Hij schrijft nu voor de Israëlische krant The Jerusalem Post, maar werkt ook voor een aantal buitenlandse media.
Hij begon zijn betoog met de opmerking dat de huidige puinhoop te danken is aan de Osloakkoorden. De ideeën waren leuk maar de wijze waarop ze uitgevoerd werden was een drama, zei hij. Als voorbeeld noemde hij de wijze waarop de PA met geld en wapens werd ondersteund door de VS en de EU. Men had kunnen weten dat Arafat dat geld niet aan de opbouw van een staat zou besteden en de wapens uiteindelijk zou gebruiken om een oorlog tegen Israël te beginnen.
De Tweede Intifada was een doordachte poging om de aandacht af te leiden van de groeiende kritiek op de PA onder de Palestijnse bevolking. Corruptie en de ophitsingcampagne die de PA tegen Israël voerde, zorgden er uiteindelijk voor dat de Palestijnen in 2006 kozen voor Hamas. Hamas ging namelijk met een programma van hervormingen de verkiezingen in. Men wist heel goed wat er leefde onder de Palestijnse bevolking, aldus Toameh.
Onderhandelingen zinloos
De PA heeft geen enkel mandaat om de onderhandelingen met Israël te voeren, zei hij. Als er al een akkoord voortkomt uit die besprekingen, dan zal de PA dat akkoord niet kunnen en willen uitvoeren. Volgens Toameh is de enige reden dat de clan van Abu Mazen vanuit Ramallah kan regeren, de aanwezigheid van Israël op de Westelijke Jordaanoever.
Terugtrekking van de IDF uit de Westelijke Jordaanoever zal ontaarden in een tweede burgeroorlog onder de Palestijnen. Wanneer het gaat over de strijd tussen Hamas en Fatah kun je slechts spreken over “bad guys and bad guys”, aldus Taomeh.
Rol media
Toameh zei verder dat hij uitermate teleurgesteld is in de wijze waarop de internationale media verslag doen over het conflict. Hij noemde de berichtgeving “niet eerlijk” en beschuldigde buitenlandse journalisten ervan consequent het nieuws vanuit één invalshoek te belichten.
Angst voor intimidatie door de PA, bij de buitenlandse correspondenten, was een van de redenen die hij aanvoerde voor dit gedrag.
Volgens Toameh was een andere reden hypocrisie. Hij wees op het feit dat de buitenlandse correspondenten bijna allemaal in Tel Aviv wonen, waar ze genieten van onbeperkte vrijheid. Dezelfde journalisten beschuldigen Israël bijna dagelijks van het schenden van vrijheden en doen hun ogen dicht voor wat het Palestijnse leiderschap doet met haar eigen onderdanen.
Gaza
Tot slot gaf hij commentaar op de situatie in Gaza. Hij merkte op dat tijdens de coup door Hamas in 2007, Israël het enige land in de regio was dat Fatahleden hielp tijdens de moordpartijen. Egypte hield de grens toen dicht. Het land speelt ook op ander gebied een kwalijke rol. Hij noemde de smokkel van wapens naar Gaza, die mogelijk wordt gemaakt door corruptie in de Egyptische overheid.
Hij wees op de gebeurtenissen in Gaza na de Israëlische terugtrekking in 2005 en waarschuwde dat een eventuele Israëlische terugtrekking uit de Westelijke Jordaanoever opnieuw tot chaos en bloedbaden onder de Palestijnen zal leiden. Verder merkte hij op dat de humanitaire situatie in Gaza beter is dan in vele andere landen in het Midden Oosten en Afrika, en zei dat in Gaza meer hulporganisaties werkzaam zijn dan in tien Afrikaanse probleemlanden samen.
Pro feiten
Toameh omschreef zichzelf als Arabisch-Israëlisch-Palestijnse moslim en zei dat hij niet pro-Israël is maar pro-feiten. Vanwege deze opstelling moet hij vrezen voor zijn leven als hij in de Westelijke Jordaanoever werkt en kan om de zelfde reden niet naar de meeste Arabische landen. Hij had kritiek op de behandeling van Arabieren in Israël, maar voegde daaraan toe dat de meeste Arabieren in Israël niet onder Arabisch bestuur willen leven.
Paradoxen
Het verhaal van Toameh veroorzaakte uitpuilende ogen en open zakkende monden bij sommige van zijn Nederlandse toehoorders. De paradoxen en verrassingen in Khaled’s verslag waren voor hen nieuw. Mij deed het opnieuw terugdenken aan Hitchens’ artikel. Die citeerde een uitspraak van een andere Arabische Israëli die met heimwee terugkeek op "de goede oude tijd voordat er vrede was".
Yochanan Visser is onderzoeker voor Missing Peace Informatie.
