Klik voor ware grootte Met verbijstering heeft stichting Christenen voor Israël kennis genomen van de inhoud van de brief die namens de PKN overhandigd is aan de regering van Israël.
Opnieuw vervalt het leiderschap van de grootste protestantse kerk in Nederland in de eeuwenoude zonde om op arrogante wijze het Joodse volk de les te lezen.
Alle vriendelijke woorden in de inleiding van de betreffende brief ten spijt, wij kunnen slechts concluderen dat zij meer gebezigd worden om een deel van de kerk gerust te stellen dan om Israël werkelijk met liefde tegemoet te treden. Het "onopgeefbaar verbonden", is niet meer dan een krachteloos cliché, gezien het vervolg van de brief. Waar de opsteller van de brief met de ene hand een gebaar van liefde en begrip lijkt te maken, slaat hij met de andere hand Israël onverholen in het gezicht.
Misleidende propaganda
Christenen voor Israel constateert met verbijstering dat de kerk er blijk van geeft zich te laten influisteren met valse informatie en misleidende propaganda. Als zij hoor en wederhoor zou toepassen, zou zij bij voorbeeld anders spreken over de situatie in Oost-Jeruzalem. Bovendien laat de brief zien, dat men geen inzicht heeft in het werkelijke internationale recht, waar men zo vaak mee schermt.
De gerechtigheid waar het moderamen voortdurend over spreekt, is een vermeende gerechtigheid en het onrecht waar zij Israël op aanspreekt, is het onrecht zoals dat geformuleerd wordt door de anti-Israël lobby.
Eeuwige beloften
Afgezien daarvan vindt Christenen voor Israel dat het spreken en belijden van de kerk over Israël gefundeerd dient te worden in de eeuwige beloften van God en niet in de democratie van de volkeren, waarvan velen Israël niet eens erkennen. Het misstaat de PKN om daarover te zwijgen.
De volkeren van de wereld halen hun schouders op over Israël of miskennen haar bestaansrecht. Degenen die dat laatste niet doen, in Europa en de Verenigde Staten, vormen de laatste muur die de vijanden van het Joodse volk proberen te slechten. De kerken zijn daarbij een belangrijk doelwit. De PKN zou dat moeten onderkennen.
Op de bres
Wat de kerk zou moeten doen, is voor Israël op de bres staan nu het antisemitisme voortwoekert. Wat de kerk zou moeten doen is een dam op werpen tegen de demonizering van Israël. Waar de wereld Israël aanklaagt en isoleert zou zij de advocaat van Israël moeten zijn.
Het is verder wrang om te moeten merken dat er wel een brief op het bureau van de Israëlische ambassadeur gedeponeerd wordt, maar dat de brievenbussen van dictaturen waar nota bene christenen vervolgd worden, inclusief de gebieden waar Hamas en de Palestijnse Autoriteit (P.A.) regeren, leeg blijven.
Bruuskeren
Door het overhandigen van deze boodschap bruskeert de leiding van de kerk vele christenen, niet in het minst in haar eigen gemeenschap. Men matigt zich aan te spreken namens het geheel van de kerk. Dat doet zij alleen in formele zin. In de praktijk vervreemdt zij opnieuw een groot deel van haar leden. Velen zijn door dit optreden met schaamte vervuld jegens Israël, jegens de Joodse gemeenschap in ons land en jegens het hoofd van de kerk, Jezus Christus, de koning der Joden.
Opnieuw roepen wij het huidige leiderschap van de kerk op met liefde om Israël heen te staan en de kritiek aan de wereld over te laten. Opnieuw roepen wij het moderamen van de PKN op zich niet meer te laten inpraten door diegenen die het geloof in Gods beloften aan Israël al lang verloren hebben. Opnieuw roepen wij de PKN-leiding op nu eens eindelijk de stem te verwoorden van hen die Israël zegenen en liefhebben. Zij vormen een aanzienlijk deel van de PKN en een aanzienlijk deel van de achterban van Christenen voor Israel.
