We zijn hier aardig wat gewend, maar toen het Joods Agentschap ons vroeg om een zwaar zieke man en zijn vrouw van het ziekenhuis naar het vliegveld te brengen, fronsten we toch even de wenkbrauwen.
Alexander Boeber had al jaren suikerziekte en kon bijna niet meer lopen. Het ging zienderogen achteruit met zijn gezondheid. De ouders van Alexander waren begin jaren ‘90 al vertrokken naar Israël en Alexander verlangde ernaar nu het kon bij zijn familie te zijn.
Enfin, we hadden het toegezegd aan het Joods Agentschap, dus midden in de nacht haalden we Alexander en zijn vrouw Ludmilla op. De ziekenhuizen hier geven je altijd een onprettig gevoel, om dan nog niet van de geuren te spreken. Het duurde erg lang voordat Alexander, met hulp van mij en een extra opgetrommelde medewerker in het busje zat. In stilte baden we en hoopten dat er onderweg geen complicaties zouden zijn.
Vertrekken in vrede
Wonder boven wonder ging de rit veel beter dan we hadden kunnen hopen. Ludmilla getuigde: “Het is alsof we worden gedragen op weg naar het Beloofde Land”. Vertrekken in vrede (al ben je ziek) zonder opgejaagd te worden, zonder bang te zijn, is bijzonder voor alle olim die zijn vertrokken uit het Noorderland de laatste jaren, en we hopen dat dit zo mag blijven.
De Heere reist mee
In Kiev ontmoetten we de dochters van Alexander, die daar wonen. Ook zij waren verbaasd om hun vader zo vredevol te zien vlak voor vertrek. “De Heere gaat mee met Zijn volk,” vertelden we hen en we raadden hen aan om goed na te denken over de alija.
Enkele weken na vertrek vertelde een van de dochters dat haar vader nu heel goed verzorgd wordt in een ziekenhuis en hij zelfs al zonder hulp een beetje alleen kan rondlopen. Hij had haar gevraagd om ons nog eens extra te bedanken voor onze hulp.
