fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Ik heb niets met Israël

    Ds. Henk Poot - 30 oktober 2009

    indifference.jpg

    Na de zangavond vertelde ze me dat haar gemeente een nieuwe dominee had: “Hij kan mooi preken. Dat is waar, maar hij bidt nooit voor Israël en toen ik hem daar op aansprak, keek hij me verbaasd aan, haalde zijn schouders op en zei: ‘Maar ik heb helemaal niets met Israël’. Ik snap er niets van, hoe zou dat nu komen?”

    Ik vraag het mezelf de laatste tijd ook steeds meer af: Hoe komt het dat sommige christenen Israël op hun hart dragen en het anderen niets zegt? Zou het misschien te maken hebben met het beeld dat mensen van Gods koninkrijk hebben? Ik bedoel dit: Wij geloven dat we na dit leven worden opgenomen in Gods heerlijkheid. We mogen Hem zien van aangezicht tot Aangezicht (1 Korintiërs 13). Niet op grond van onze verdiensten maar door het offer van Christus.

    Maar stel je voor dat je aanneemt dat de hemel het eindpunt is: Opstanding der doden en een eeuwig leven, in de hemel. Dan kan ik me voorstellen dat je zegt: ‘Israël? Ik snap niets van die aparte aandacht: Joden moeten gewoon in Jezus geloven net als iedereen en dan komen zij ook in de hemel. Punt!’

    Wij geloven echter dat de hemel niet het eindpunt is maar dat het koninkrijk op aarde zal aanbreken, dat God in de heilsgeschiedenis de aarde niet kwijtraakt of afstoot, maar dat Hij op weg is naar het herstel van de schepping. En wij geloven dat Hij dat doet door de geschiedenis van Israël heen. De profetieën, de toekomst die God Zijn volk beloofd heeft, het wordt werkelijkheid.

    Het Oude Testament blijft de horizon van het Nieuwe Testament. Jezus is niet het eindpunt van Gods beloften aan Israël, maar de bekroning en de bevestiging ervan. En eens zal Jezus met al Gods kinderen afdalen naar Sion. Ik denk dat dat een van de redenen is waarom wij zoveel met Israël hebben. Maar er zijn er meer…

    Ik heb niets met Israël (2)
    Volgens mij heeft het ook alles te maken met je gedachten over de trouw van God. Hoever gaat die? Het is duidelijk dat God Israël niet uitgekozen heeft omdat zij zo sterk en groot was of dat ze meer aanleg voor geloof aan de dag legde. In tegendeel: De verkiezing van God is volkomen gebaseerd op zijn liefde en op zijn trouw (zie Deuteronomium 7:7 en 8).

    Keer op keer benadrukt God dat zijn verkiezing van Israël niet stopt. Bekend zijn de woorden uit Jeremia 31 “Als de hemel boven te meten is en de fundamenten van de aarde beneden na te speuren zijn, dan zal ik heel het nageslacht van Israël verwerpen om al hetgeen zij gedaan hebben, luidt het woord des Heren” (vers 37).

    Dat wil niet zeggen, en dit vers van Jeremia laat dat ook zien, dat Israël niet zondigt. De zonden en de goddeloosheid van zijn volk krenken God en de Here kan reageren met straf en oordelen. Israël gaat zelfs in ballingschap in de hoop dat ze daar gelouterd en vernieuwd uitkomt. Maar altijd is daar toch weer de trouw van God.

    In Ezechiël zegt God dat Hij zijn volk zal bijstaan en verlossen terwille van zijn eigen naam, zijn reputatie staat op het spel in de volkerenwereld omdat zijn naam en eer verbonden is met het lot van Israël (Hoofdstuk 36:22 v.v.). In het Nieuwe Testament horen we dat Christus de beloften van God bevestigd door zijn verzoenend lijden en sterven (Romeinen 15:8). Jezus is dus Gods ultieme geschenk om zijn trouw aan Israël vol te houden en door te zetten. En de aartsvaders. Ook die spelen een rol van betekenis. Dat wil zeggen: Altijd opnieuw komt God terug op wat Hij Abraham, Izaäk en Jakob beloofd heeft. (Lucas 1:55, 72,73).

    De miskenning van Jezus als Messias is een groot probleem. Paulus worstelt ermee en we zien daar iets van in Romeinen 9-11. En hij legt zelf dan ook de vraag op tafel die veel mensen in dit verband stellen:”Ik vraag dan: God heeft zijn volk toch niet verstoten?” En dan is het antwoord: “Volstrekt niet […] God heeft zijn volk niet verstoten dat Hij tevoren gekend heeft.”(11:1,2).

    Wat hier speelt is de verhouding tussen het geloof van ons aan de ene kant en Gods verkiezing aan de andere kant. Als je allebei evenveel gewicht geeft, dan moet je zeggen dat Gods liefde en trouw afhankelijk zijn van onze gehoorzaamheid en onze keuze voor God. En dan zou je ook kunnen zeggen dat buiten het geloof in Jezus om er voor een bijzondere plaats van Israël geen ruimte is. Alleen zo ligt het niet. Het is een misvatting dat ons geloof zoveel waarde heeft. Dat is veel te hoog van de toren geblazen. Gods trouw is de dragende kracht van ons leven. God draagt ons daarom ook door perioden van ongeloof en twijfel heen. De kracht van Gods trouw is zo sterk dat ze dat wel hebben kan. Vandaar ook dat Paulus zegt: “Zij zijn wel vijanden van het evangelie, maar nog steeds Gods geliefden om der vaderen wil, want Gods genadegaven en Gods roeping zijn onberouwelijk.”(Romeinen 11:28,29).

    Ik heb niets met Israël (3)
    Maar er is nog iets. We leven in een emo-cultuur en misschien is dat een van de redenen dat we het geloof hebben opgesloten in de besloten ruimte van onze relatie met God. Het gaat om ervaring en beleving en om de oecumene van het hart. We streven naar heiliging en volmaking van ons leven met God en dat is ook goed, maar het is me teveel achter gesloten deuren, teveel met een boekje in een hoekje, het is me veel te individualistisch.

    En natuurlijk, dat weet ik ook wel. Dat is de plaats die de wereld ons wijst! We mogen best geloven als we het maar voor ons zelf houden of voor een of twee buren. Geloven is privé en wat er buiten de kring van ons persoonlijke leven is, daar gaan anderen over. Dat is een zaak van wetenschap en economie en politiek en daar hebben we als christenen geen verstand van. En daarom ook staat Israël en zeker de staat Israël buiten het gezichtsveld van sommige christenen. We doen nu eenmaal niet aan politiek! Maar ook dat is een misvatting!

    Ik woonde onlangs in Utrecht een lezing bij waar een bisschop en een rabbijn visie gaven op de kredietcrisis en de bisschop, monseigneur de Korte, zei o.a dit: “Er is een scheiding in ons land tussen kerk en staat. Hoewel niet eens officieel. Maar er is geen scheiding tussen geloof en politiek.” En ik denk dat hij volkomen gelijk had. De Bijbel gaat over heel het leven, gaat dus ook over de wereldpolitiek. God is de koning van hemel en aarde en Jezus wordt genoemd: De overste van de koningen der aarde.

    Wij laten ons niet wijsmaken dat het spreken over Israël ons niet toekomt. Dat roept de linkse kerk. Als wij de staat Israël verdedigen, kramen ze uit dat de kerk alles wat met de staat Israël te maken heeft aan de Verenigde Naties over moet laten.. Terwijl ze ondertussen met een verongelijkt gezicht steeds meer ruimte opeisen voor de palestijnse zaak. Maar dat even terzijde.

    Ik moet denken aan wat Jesaja 40 zegt: Het volk Israël zit als een klein hoopje in elkaar in het verre Babel, terwijl de grootmachten van de wereld hun spel spelen: Egypte roert zich, Medië heeft de halve wereld veroverd en Perzië marcheert naar Babel. En dan is de eerste reactie: Dit gaat volslagen over onze hoofden heen. Wie ziet ons nog. Ja, onze weg is voor de Here verborgen. Met andere woorden: het enige wat we nog kunnen doen is bezig zijn met onze ziel en voor de rest hopen dat alles voorbij gaat. Maar dan zegt God: De volken zijn een stofje aan een weegschaal en een druppeltje aan een emmer. Jullie weg gaat niet aan Mij voorbij en jullie worden niet vermorzeld door het geweld van de supermachten. Alles draait nu juist om jullie. Heel de wereldpolitiek gaat om jullie. Het is allemaal in Mijn handen.

    En dat is vandaag niet anders. Het draait in de wereld om Israël. Er is maar één soort geschiedenis en dat is de heilsgeschiedenis. En daarom doen wij uitspraken over Israël, en daarom halen we onze schouders niet op bij de staat Israël en laten wij het lot van Israël niet over aan het de VN en aan het internationale recht, wat niet anders is dan het recht van de volken. Israël zal nooit bestaan bij de gratie en de gunst van de volken. In tegendeel: De volken bestaan bij de gratie en de gunst en de zegen van Israël. Het is door de bedding van Israël heen dat God op weg is naar het aanbreken van een nieuwe wereld. En het laatste wat de kerk moet doen is daarbij zijn mond houden.

    Over de auteur