Nieuws

Interview met Henk Binnendijk

1 december 2009

henkbinnendijk.jpg
Henk Binnendijk (75) maakte jarenlang met Pim van der Hoff bijbelstudieprogramma’s voor de EO en is nog altijd druk als spreker. Ook reist hij jaarlijks met jongeren naar Israël. Langs een smal tuinpad, door de herfstbladeren, kom je achterin de tuin bij zijn werkhuisje. In de rustige omgeving van de naar hout geurende blokhut vertelt hij over zijn liefde voor Israël.

Hoe komt u aan die liefde voor Israël?
“Wanneer je tot geloof komt, gebeuren er geleidelijk een aantal dingen. Een van die dingen is dat de Bijbel voor je open gaat. Ik ontdekte bijvoorbeeld dat ik veel van dezelfde dingen meemaakte die Abraham meemaakte. Ik heb ook veel achter me gelaten en heb veel opgegeven. Ik heb dezelfde teleurstellingen als Abraham meegemaakt, maar heb ook dezelfde voorzieningen van God mogen ervaren.”

“Als je tot geloof komt, krijg je iets met het Joodse volk. En dan kom je ook heel dichtbij alles te staan wat dat volk heeft meegemaakt, alle goeie dingen, maar ook alle moeilijke dingen, de ballingschap, ’40-’45. Zo heb ik mogen ontdekken dat Psalm 23 niet van ons is, maar van hen. Vroeger dacht ik: da’s een christelijke psalm: ‘De Here is mijn Herder, mij ontbreekt niets’. Maar dat is een Joodse psalm. Dat die wortels zo enorm Joods zijn, dat vind ik heel kostbaar. Daar bouw je op verder.”

“Ik ben heel blij met de geschiedenis van Israël. Pas had ik het in mijn gebedsleven. Dan zeg je vaak ‘Heer, U bent schepper van het heelal’. En op een gegeven moment merk je dat zulke kreten een beetje hol kunnen worden, ze verliezen inhoud. Toen kwam bij mij de gedachte op dat Hij ook de God is van de geschiedenis. ‘Heer u bent de God van de geschiedenis. Van Abraham, van Isaak, van Mozes, van Israël’. En dan kun je de lijn van Israël trekken tot nu toe. Dat is een geweldige steun in je eigen geestelijke leven.”

Toch zijn er veel christenen die helemaal niet zoveel met Israël hebben. Die passen de Bijbel vooral toe op zichzelf.
“Ja. Ik verbaas me daarover. Ik heb daar verdriet over, zeker als het om de kerken gaat. Ik begrijp het ook niet. Als wij bijvoorbeeld een Israëlzondag hebben, dan gaat het amper over Israël, soms helemaal niet. En het gebeurt ook wel eens dat ik ergens kom en dan bid voor Israël, dat er achteraf iemand naar me toe komt en zegt: ‘u zegt dat allemaal wel, maar ze hebben wel de Christus gekruisigd’.”

“Ik verbaas me erover en ik begrijp het niet dat zoveel mensen die christen zijn of zich zo noemen zo weinig hebben met Israël en vooral ook altijd klaarstaan met kritiek op Israël. Ik zeg ook altijd: als jij je informatie vooral haalt uit de media, dan loop je sterk het gevaar dat je straks tegenover Israël komt te staan, want dan wordt je eenzijdig beïnvloed. Maar je moet je vooral laten beïnvloeden door de Bijbel. Dan zie je dat God degene is die maar één volk echt uitkoos: Israël. En dat houdt Hij vol en daar heeft Hij geweldige plannen mee.”

“Ik vind dat we als kerk veel te weinig achter Israël staan en altijd maar weer klaarstaan met van ‘je moet vooral niet alles goedkeuren van wat Israël doet.’ Wat hebben wij daar nou mee te maken? Het is toch niet aan ons om die beoordeling te maken? We moeten juist leren dat het Gods volk is, Gods oogappel en dat we achter ze moeten gaan staan. Daar zijn we erg arm in. Dat betreur ik.”

U gaat dit jaar voor de negende keer voor Christenen voor Israël met een groep jongeren naar Israël. Waarom doet u dat?
“Omdat ik het heel belangrijk vind om jonge mensen in contact te brengen met Israël, waarbij je hoopt – en dat gebeurt overduidelijk – dat ze ook liefde voor Israël krijgen. Ze zien Israël, ze gaan mensen ontmoeten, het doet ze iets en als ze terug in Nederland zijn, denken ze als ‘t goed is heel anders over veel dingen. Zo’n bezoek aan Israël is een grote hulp bij het lezen van de Bijbel. Je gaat de plaatsen kennen. Je kunt je veel gemakkelijker een voorstelling maken van Jeruzalem, het Meer van Genesaret, de woeste gebieden, de Negevwoestijn.”

“Ik kom dolgraag in de Negev in het huis waar David Ben Goerion zich jarenlang teruggetrokken heeft in Sde Boker. De groepen hebben dat meestal gauw gezien, maar ik zou uren daar kunnen zijn. Dat inspireert mij enorm.”

“Ik heb in mijn werkhuisje een poster van Ben Goerion. Die heb ik een jaar of dertig geleden ontzettend mijn best voor moeten doen om die te krijgen. Ik wist dat hij bestond, maar hij was nergens meer te krijgen. Toen ben ik in Tel Aviv naar het museum over Ben Goerion gegaan en daar hadden ze er nog maar vier, maar ze vertelden me dat ze die absoluut niet konden verkopen.Ik was toen nog een jonge vent, dus ik had toen nog charmes, en die heb ik allemaal moeten inzetten om dat meisje te bewegen om me die poster te verkopen. Ik heb hem ingelijst en nu hangt hij er nog en dat doet me veel. Ik heb grote bewondering voor die man. Dat is toch een moderne Mozes geweest. Hij ging bijna nooit naar de synagoge, maar hij had in z’n huisje wel een open bijbel liggen en daaruit schreef hij dan teksten over die hij onder een glazen plaat op z’n bureau schoof, om zich te herinneren aan wat de Bijbel zegt over Israël.”

Jodendom
“Ik ga zo nu en dan naar de synagoge aan de Gerard Doustraat in Amsterdam. Dat is een kleine synagoge, maar altijd als ik daar kom, dan wordt ik vriendelijk begroet. ‘Ah meneer Binnendijk, wat leuk dat u weer komt’. En daar zit ik dan tijdens de dienst waar ik niets van begrijp, maar alleen het daar zitten tussen een groep biddende Joden doet mij iets. Dat is moeilijk uit te leggen. Daar zijn mensen samen van een volk waar zovelen van zijn uitgeroeid en daar zit je dan tussen… Ik ben ook wel een keer uitgenodigd om bij een rabbijn thuis het begin van de Sjabbat te vieren. Dan voel ik mij hoog vereerd. Dat doet me veel. Een volk dat zo heeft geleden. Om daar tussen te mogen zijn, dat is bijna genoeg voor me.”

Heeft u dan niet de aandrang om hen over Jezus te vertellen?
“Vroeger had ik dat wel. Dan kon ik op een verjaardagsfeestje wel even over koetjes en kalfjes praten, maar stuurde ik het gesprek altijd naar Jezus. Ik heb daar niet veel goeds van gezien.Het is als met een baby die niet wil drinken. Je kunt knijpen in de fles wat je wilt, maar je kunt het er gewoon niet in gieten. Het Joodse volk kent het christendom, zij weten wat hun is aangedaan door het christendom en ik weet hoe gevoelig de naam van de Here Jezus daarom ligt bij Joden. In de naam van Jezus is hun veel kwaad aangedaan. Dat betekent dat wij – ik tenminste – een grote terughoudendheid in acht moeten nemen als het gaat om de naam van Jezus. Ik heb vrienden die naar Israël gaan om daar over Jezus te vertellen. Dat respecteer ik. Maar… niet voor mij. Hou van ze. Doe iets voor ze. Laat ze weten dat je christen bent, maar wees heel voorzichtig met de naam van Jezus, want die ligt heel gevoelig.”

Wat is uw verwachting voor de toekomst van Israël?
“Ik zei eens tegen rabbijn Brodman: ‘Het zou nog best wel eens kunnen zijn dat er moeilijke tijden komen voor Israël’. En toen antwoordde hij: ‘Hebben wij dan nog niet genoeg gehad?’ Meteen had ik spijt van mijn opmerking. Maar als je de krant leest en naar de tv kijkt, dan zie je dat het isolement van Israël toeneemt, dat het antisemitisme en de bedreiging toenemen. Als je naar de feiten kijkt, zeg je: we zijn er nog lang niet. Maar dat geldt ook voor ons christenen. Ik kan me er in zeker opzicht in verheugen dat ook wij moeilijke tijden tegemoet gaan. Maar dat het goed komt, dat is zeker. Dat de Messias komt in Jeruzalem, de stad van de Grote Koning. En dat met Hem ook het hemelse Jeruzalem uit de hemel neerdaalt. Een beeld van de bruid, de vrouw van het Lam. De gemeente, door God gemaakt in het Oude en Nieuwe Testament. Uit Israël en de heidenen. Dan zal er een sterk verband zijn tussen het hemelse en het aardse Jeruzalem. En van daaruit zal deze aarde Gods Koninkrijk worden. Dan zal heel Israël behouden worden. Dan zal Hij recht doen. Dan zal elke knie zich voor Hem buigen. Dat zal zo’n universele, grootse gebeurtenis zijn, dat ik me daar uitermate over kan verheugen. Ik vind het voornemen, het plan van God met deze wereld en Israël adembenemend.”

Plaats een reactie