• Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Karel van Oordt, Heer van Bunschoten, Spakenburg en Dijkhuizen

    2 december 2010

    Karel van Oordt is nog altijd 'Heer van Bunschoten, Spakenburg en Dijkhuizen. | Foto: De Bunschoter

    Karel van Oordt is nog altijd ‘Heer van Bunschoten, Spakenburg en Dijkhuizen. | Foto: De Bunschoter

    Onderstaand artikel over de oprichter van Christenen voor Israël verscheen onlangs in De Bunschoter. Met toestemming hebben we het overgenomen.

    Karel van Oordt (82) draagt al bijna zijn hele leven de titel Heer van Bunschoten, Spakenburg en Dijkhuizen. Dijkhuizen is de vroegere naam van het huidige Eemdijk. “Die titel heb ik geërfd toen ik vijf jaar was of zo. In 1933 of ’34 reed ik vanuit Amersfoort met mijn vader in zijn kleine Ford voor het eerst naar Bunschoten. M’n vader zei: ‘Jij hebt daar een plaats in de Hervormde kerk, we gaan er eens kijken.’

    De reis ging over Hoogland, want er was nog geen rechtstreekse weg naar Bunschoten. Nou, die weg was onbegaanbaar, allemaal modder, de sneeuw was net verdwenen. We waren net voorbij Hoogland en zijn toen met moeite gekeerd. Later ben ik er ontelbare keren geweest, ik hou echt van Bunschoten-Spakenburg. Ik voel me er helemaal thuis, ik ken er gelukkig veel mensen.

    Vijf jaar geleden ben ik ook met veel plezier aanwezig geweest bij de presentatie van de Historische Canon van Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk, een prachtig boek. Toen is me plechtig een exemplaar overhandigd en bij die gelegenheid heb ik ook een toespraak mogen houden. Ik vind het erg leuk dat die canon vermeldt dat ik als Heer van Bunschoten in 1980 de oprichter was van de Stichting Christenen voor Israël. “Voor Bunschoten toch wel een bijzonder passende ambachtsheer”, zo staat er.

    Ambachtsheerlijkheid
    Het boek legt uit dat Bunschoten van 1700 tot 1815 een ‘ambachtsheerlijkheid’ was: “De ambachtsheren, meestal elders woonachtig, mochten allerlei baantjes weggeven, waarvoor zij zich goed lieten betalen”. De eerste was de rijke Delftse koopman Johan van Riebeeck, een kleinzoon van de bekende stichter van de Kaapkolonie. Voor 8.200 gulden werd hij de eerste Heer van Bunschoten, Spakenburg en Dijkhuizen, zoals zijn titel officieel luidde.

    “Maar in 1795 verloren de heren hun rechten, in 1806 kregen ze die deels terug, en in 1848 verloren ze met de nieuwe grondwet bijna elke inspraak, behalve hun titel,” aldus de Historische Canon. Die titel vererfde, en kwam terecht bij de familie Van Oordt. De huidige eigenaar van de titel ‘Heer tot Spakenburg, Bunschoten en Dijkhuizen’, Karel van Oordt, vertelt er meteen bij dat in de traditie van zijn familie niet de eerste kleinzoon maar altijd de tweede kleinzoon erfgenaam is van de titel.

    “Die tweede kleinzoon heet Pieter. Indertijd heb ik het archief dat ik beheer van de stichting van de ambachtsheerlijkheid aan de gemeente Bunschoten overgedragen. Dat ligt daar in hun archief en ik heb gehoord dat Pieter daar binnenkort gaat kijken. Ik ken het uit mijn hoofd, dus ik hoef het niet nog eens een keer te zien.”

    Dertig jaar geleden
    Dit najaar is het precies dertig jaar geleden dat Karel van Oordt de stichting Christenen voor Israël oprichtte.
    “Ja, in de hoop dat het een kleine stichting kon blijven. Ik dacht: als ik nou eens duizend mensen bij elkaar heb, dan kan ik aan hen de boodschap vertellen die ik kwijt wil. De boodschap namelijk dat al Gods beloften, aan Israël gegeven, aan Israël zullen worden vervuld, en dat al Gods beloften, aan de Kerk gegeven, aan de Kerk zullen worden vervuld.

    Dat was mijn boodschap, maar ik had geen enkele ervaring. Ik had van mijn leven nog nooit het woord gevoerd voor een groep mensen, als zakenman alleen zakelijke besprekingen. Daar had ik natuurlijk wel veel ervaring in. Ik kreeg een uitnodiging om te spreken in een kerk in het noorden van Zwolle. Daar zouden eerst ook drie predikanten spreken. Alle vier kregen we twintig minuten. Ik heb mijn toespraak opgeschreven en die helemaal uit het hoofd geleerd. Die duurde precies twintig minuten.

    Ik ben toen naar een bos gegaan om de bomen toe te spreken. Al die christelijke mensen zeggen in de kerk toch niks terug als je ze toespreekt, dacht ik. Zo gaat dat meestal, en misschien is dat ook maar gelukkig. Ik ging er met veel plezier naartoe. Maar de eerste spreker nam veertig minuten en de tweede 35. De man die het allemaal georganiseerd had kwam in de pauze naar me toe en zei: Karel, je hebt maar tien minuten. Ik raakte gelukkig niet in paniek, ik had nog een halfuurtje om erover na te denken. Direct na de pauze kwam de laatste dominee en nam vijftig minuten.”

    Twee minuten
    Karel van Oordt: “Toen ik naar de preekstoel liep zei de organisator: Karel, je hebt nog maar twéé minuten!” Ik weet nog precies wat ik gezegd heb. Ik heb twee minuten gesproken over een bekend citaat van de Here Jezus: ‘Niet wie tot Mij zegt Here, Here, zal ingaan in het koninkrijk, maar die doet de wil van mijn Vader.’ Ik heb ook gezegd dat de Heer ons altijd oproept om eerlijk te zijn en dat we met een gereinigd geweten Israël moeten steunen. Als we maar doen alsof, dan waarschuwt Hij ons daarvoor, ‘dan zegt Hij: huichelaars’. Amen, zei ik daarna.

    Ik was er helemaal kapot van en stond even later een beetje bedremmeld bij de uitgang. Een aantal mensen zeiden vriendelijke dingen tegen me. Er kwam ook een meneer naar me toe die een papiertje in m’n jaszak stopte en zei: Van Oordt, ik heb ervan genoten, die twee minuten van jou, dat is nou precies waar het op aankomt, dankjewel. ‘Dank u dat u dat zegt,’ zei ik hem vriendelijk.

    Eenmaal thuisgekomen zei ik tegen mijn vrouw: Een flop-avond, het wordt helemaal niks met Christenen voor Israël. Ik heb er een paar jaar voor gebeden of ik dit mag gaan doen, maar het is duidelijk een vergissing van me geweest, ik leg het bijltje erbij neer. Ik had er echt geen zin meer in en ging gewoon weer naar kantoor om m’n normale werk te doen. Enfin, om vijf of zes uur kwam ik thuis en toen zei mijn vrouw Annie: Karel, wat doe je met duizend gulden in je jaszak?”

    Duizend gulden
    “Duizend gulden in m’n zak? Ik had nog nooit een briefje van duizend gulden gezien! Ik had wel lang in zaken gezeten, maar dat ging nooit met contant geld, altijd met overschrijvingen via de bank. Ik wist echt niet hoe die man heette, maar ik kan behoorlijk goed gezichten onthouden.

    Een paar jaar later was ik in Wezep, een plaatsje onder Zwolle. Daar hield ik een toespraak en inmiddels had ik geleerd hoe je dat moest doen. Daar zie ik die man zitten. Dus ik onderbreek mijn toespraak, kom van het podium af en zeg tegen die man: Ik wil u eerst even bedanken. Die man schrikt en zegt: ‘Waarvoor? U hebt Christenen voor Israël opgericht!’ Ik: ‘Heb ik Christenen voor Israël opgericht?’ Daarna ging ik terug naar het podium en vertelde het hele verhaal aan de gemeente.

    En dat deze broeder met zijn gift mij eigenlijk had bemoedigd om toch door te gaan. Nou ja, dat was het eigenlijke begin van Christenen voor Israël. Dat zal geweest zijn in oktober 1980. Ik kreeg toen ook steeds meer uitnodigingen, je leerde hoe je het moest doen en wat de mensen eigenlijk van je verwachten.”

    Bent u toen ook met de verkoop van producten uit Israël begonnen?
    Karel van Oordt: “Ja, gewoon bij mij thuis. Daarna is de werkplek naar Spakenburg verhuisd en later naar Nijkerk. Met een klein groepje deden we alles zelf. Inpakken kon ik echt niet, want daarmee maakte ik altijd fouten. Dat mocht ik van de anderen niet meer doen. In de Hoekstraat stond op een wit bordje in zwarte letters: IP’80.

    Daar begonnen we onze activiteiten met het Israël Producten Centrum (IPC). Ook daarvan ben ik de initiatiefnemer geweest en in die tijd de enige aandeelhouder. Bij IPC hebben we nu geloof ik wel vierhonderd aandeelhouders en die denken allemaal mee. Ik ben nooit directeur van IPC geweest. Dat is een handelsonderneming en daarvan is een van mijn kinderen van het begin af aan directeur geweest…”

    Stichting Christenen voor Israël geeft een gratis maandkrant uit, Israël Aktueel genaamd. In oktober jl. was de oplaag daarvan bijna 100.000 exemplaren. De stichting is actief in bijna alle Europese landen, evenals in Azië, Australië, Nieuw-Zeeland, Canada en tal van Afrikaanse landen.

    Plaats een reactie