fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Christenzionisme en de opname

    19 januari 2011

    110119_opname.jpgIk kom veel christenen tegen die het herstel van het Joodse volk in hun thuisland van harte bijvallen en die tegelijk de eindtijdtheorie aanhangen bekend onder de naam ‘opname van de gemeente vóór de grote verdrukking’. Deze leer gaat ervan uit dat Jezus eerst zal terugkeren als een “dief in de nacht” om de gemeente weg te rukken van de aarde, voorafgaand aan een hels terreur regiem onder een valse messias tijdens de laatste dagen. Daarna zal Jezus weer terugkomen met Zijn gemeente om elke satanische heerschappij op deze planeet te vernietigen en om het langverwachte messiaanse tijdperk in te luiden.

    Maar hebben christenen die dit gezichtspunt aanhangen, overwogen – zoals ik uiteindelijk deed – dat dit onderwijs lijnrecht in gaat tegen het hart en de ziel van het christenzionisme?

    Wie zou dat willen meemaken?
    Als een jonge christen in de zeventiger jaren van de vorige eeuw, geloofde ook ik het onderwijs dat Jezus plotseling zou komen om Zijn kerk weg te halen vóór de regering van de antichrist. De profeet Daniël noemde dit “een tijd van grote benauwdheid, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan” (Daniël 12:1). Jeremia noemde het “een tijd van benauwdheid voor Jakob” (Jeremia 30:5-7). En Jezus zei: “Indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden” (Mattheus 24:22).

    Nou, wie zou op aarde willen zijn om dit mee te maken als je verteld werd dat je het kon ontlopen? Toen de meest gerespecteerde christelijke leraars van het land zeiden dat ‘we met Jezus weg zouden vliegen’, wilde ik erbij zijn! Dit was echter voordat ik me bewust werd van de Joodse wortels van mijn geloof. In dit bewustwordingsproces kwam ik er achter dat God de Joden niet verworpen had, zoals we geleerd hadden met de ‘vervangingsleer’ (de kerk heeft de plaats van Israël ingenomen).

    Inderdaad is God nu bezig met de Joden in hun nationale thuisland opnieuw te vestigen, zoals al de profeten voorzegden. Het duurde niet lang voordat mijn vrouw en ik fervente christenzionisten werden, die voor Israël en het Joodse volk gingen bidden, pro-Israëlbijeenkomsten bezochten, brieven schreven naar kranten die de waarheid over Israël geweld aandeden, het Joodse volk bemoedigden, andere christenen onderwezen over Gods herstelplan voor de Joden en bijdroegen aan elke bediening die Israël steunde.

    Spanning
    Midden in dit zionistische bewustwordingsproces ontdekte ik in mijn geest een groeiende spanning als het over de ‘opname’ ging. Het duurde niet zo heel erg lang tot ik doorhad waar de schoen wrong. Tijdens bijna elke pro-Israëlbijeenkomst was er wel een tijd van publiekelijk schuld belijden dat we onze rug – en vaak onze wapens – naar de Joden gekeerd hadden. We proclameerden luid: ‘Wij zullen jullie nooit weer in de steek laten’, zowel door niet te zwijgen in tijden van vervolging, zoals zo velen deden tijdens de Holocaust, als door ons niet van de Joden te distantiëren in het aanvaarden van de vervangingsleer.

    Maar waren we door de leer van de ‘opname’ eigenlijk niet bezig te plannen hen wèl in de steek te laten in een tijd waarin Israël en de Joden ons het hardst nodig zullen hebben? Erger nog, we jubelen triomfantelijk over ons ‘verlossend vertrek’ zonder een woord van verontschuldiging aan onze Joodse vrienden. Wat moeten de Joden wel niet denken? Zonder twijfel zijn ze dankbaar voor onze tegenwoordige steun, maar ik ben er zeker van dat ze niet hun adem zullen inhouden, wachtend op ons als het noodlot toeslaat.

    Wat is er toch verkeerd bij ons? Hebben we niets geleerd van de keren dat we onze broeders verraden hebben in het verleden? Zijn we alleen maar enthousiaste toejuichers van Israël zolang de lucht helder is, maar als donkere wolken zich samen pakken, gaan we dan uitkijken naar de ‘opname bus’ die ons zo gauw mogelijk hier vandaan meeneemt? En als onze liefde zo voorwaardelijk is, wat zegt dat dan over onze boodschap van Gods eeuwige liefde voor Israël?

    Jarenlang hebben we Jesaja 40:1,2 aangehaald: “Troost, troost mijn volk, zegt uw God. Spreekt tot het hart van Jeruzalem, roept het toe, dat zijn lijdenstijd volbracht is, dat zijn ongerechtigheid geboet is, dat het uit de hand des HEREN dubbel ontvangen heeft voor al zijn zonden.” Geloven we dat of niet?

    Als we dit geloven, dan moeten we ophouden met de Joden te vertellen dat zij de ultieme Holocaust alleen tegemoet gaan. Liever zouden we hen telkens weer opnieuw moeten vertellen dat God met Zijn uitverkoren volk zal zijn, zowel Joden als christenen, dat Hij ons beide beschermt en voor ons voorziet gedurende de komende verdrukking. En dat Hij ons er uiteindelijk uit verlossen zal en onze vijanden zal vernietigen in de Dag van Zijn wraak, zo zeker als Hij het leger van farao verdronk. Dit is het wat Jezus en alle profeten en apostelen hebben voorzegd. Lees Daniël 12:1; Jeremia 30:1-11; Jesaja 52:7-12; Joël 3:14-17; 1 Petrus 1:5; Mattheus 24:22, 29-31; Openbaring 12:14.

    Maar nog, hoe kunnen christenen die openlijk zeggen onopgeefbaar liefde voor Israël te hebben er zo klaar voor zijn Israël ‘in een oogwenk’ achter te laten via een ‘opname vóór de grote verdrukking’?

    Misvatting
    Ik denk dat het probleem zit in een diep vastzittende christelijke misvatting dat God twee onderscheiden schaapskudden heeft, namelijk de Kerk en Israël. Deze veronderstelling van twee gescheiden uitverkoren volken, ook bekend als ‘geestelijk Israël en fysiek Israël’, kan terugherleid worden tot het onderwijs van John Nelson Darby, de man die het meest verantwoordelijk is voor het ontwikkelen van de leer van de opname. Darby ontwikkelde zijn theologie zo omstreeks 1830, maar het verspreidde zich pas aan het begin van de twintigste eeuw toen de Scofield Reference Bible het in zijn commentaar opnam.

    Darby, bekend als de ‘vader van het dispensionalisme’, geloofde dat God met de mensheid op verschillende manieren gehandeld heeft, afhankelijk van verschillende tijdsperioden of bedelingen. Christenen behoren tot de laatste bedeling, een tijdsperiode van genade, en zij worden beschouwd als Gods ‘hemelse volk’. Maar de nakomelingen van Abraham – ten minste zij die vóór Jezus leefden, plus degenen die Hem niet als Messias aanvaarden – behoren tot de bedeling van de wet, en behoren tot Gods ‘aardse volk’.

    Hoewel Darby leerde dat de Kerk en Israël altijd gescheiden zouden blijven, geloofde hij dat beide groepen parallelle rollen in Gods verlossingsplan vervullen, en dienovereenkomstig ook parallelle erfenissen zullen ontvangen. Dat betekent dat hij niet leerde dat de Joden alle rechten ontnomen waren door de Kerk, zoals in de vervangingstheologie. Hij zag ook de Kerk niet als een voortzetting van, of een ‘op hoger plan brengen’ van Israël.

    Met betrekking tot de laatste dagen zag Darby in de Schrift dat Israël inderdaad teruggebracht zou worden naar zijn land (dus hierin was hij een christenzionist). En dat de antichrist het dagelijkse offer zou stopzetten en de tempel zou ontheiligen door daar “een gruwel die verwoesting brengt”, op te richten in het heilige der heiligen (Daniël 12:11). Maar omdat toen Israël nog niet als staat in aanzijn geroepen was en er helemaal geen tempel met offers bestond, concludeerde hij dat nadat de Joden hun staat uitgeroepen zouden hebben, God wel de bedeling van de Mozaïsche wet moest laten terugkeren.

    Dat schiep echter een probleem, want de wereld leefde nu in de bedeling van de genade. Darby’s oplossing was toen, dat hij leerde dat God de christenen zou wegnemen voordat Hij de bedeling van de wet weer zou laten intreden vlak voor de grote verdrukking. Vandaar de opname van de gemeente. Als eenmaal het kwaad in deze wereld door God vernietigd was, dan zouden de christenen in getransformeerde lichamen een glorierijke erfenis ontvangen in het hemelse Jeruzalem. En de Joden zouden een tijd van bovennatuurlijke vrede en voorspoed genieten in de aardse, fysieke stad Jeruzalem.

    Struikelblok
    Het is voor de hand liggend dat Darby’s theologie een enorm struikelblok vormt voor christenen die oprecht niet aflatende steun voor Israël willen promoten. Want als christenzionisme iets voorstelt, dan is het wel een diepe emotionele en geestelijke identificatie met Israël en het Joodse volk, een vereenzelviging die verder gaat dan theologie of rationalisering. Door het geloof in de Jood Jezus verstaan we op het niveau van ons hart, zelfs als we niet Joods zijn, dat we op een of andere manier deel uitmaken van deze unieke familie van Abraham. Zo dat we als we lezen, “Indien jullie nu Christus toebehoren, dan zijn jullie nageslacht van Abraham, en naar de beloften, erfgenamen,” (Galaten 3:29), we in ons hart ‘Amen!’ zeggen. Het kan je niet onverschillig laten.

    Om die reden kunnen we geen achterdeur voor ontsnapping openhouden als we vierkant achter Israël gaan staan, zoals we beloofd hebben. Hun strijd is onze strijd. Wij moeten om hen heen staan, niet als bewonderaars, maar als familie. Het doet er niet toe dat de meerderheid van de Joden ons niet erkent of accepteert als mishpocha. Wij weten dat het zo is! Daarom moeten we in geloof handelen en geloven dat ons belang er mee gemoeid is: we zullen alleen delen in de zegeningen van Israël als we niet voortijdig afhaken. We moeten voor de lange termijn ons er voor inzetten. We moeten met de Joden één zijn, kome wat er van komt, en vertrouwen dat we ons met hen zullen verheugen over de glorieuze verlossing die onze God beloofd heeft.

    De schrijver is de auteur van ‘Valley of the Steepless: How Jesus saved us from Christianity’.

    Dit artikel van Brian J. Hennessy verscheen in juni 2010 in The Jerusalem Post Christian Edition