fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Atlit, de plek van de hoop

    Joanne Nihom - 17 december 2012
    Liesje Auerbach: “Je kan je niet voorstellen wat Atlit ons gegeven heeft.”

    Liesje Auerbach: “Je kan je niet voorstellen wat Atlit ons gegeven heeft.”

    “‘Jullie zijn in Palestina’, kwamen de Engelse soldaten ons vertellen. Ontroerd stonden we als één man op en hieven het Hebreeuwse volkslied, Hatikva, De Hoop, aan. Nou ja, we huilden het meer dan dat we het zongen.

    Op weg naar Haifa stonden er veel mensen langs de spoorweg. Zij hadden gehoord dat er overlevenden uit Europa zouden komen en gooiden ter verwelkoming armen vol sinaasappelen door de open ramen naar binnen.”

    (Fragment uit Bewogen Stilte van Liesje Auerbach-Polak en haar zus Betty Bausch-Polak.)

    Door Joanne Nihom
    “Ik was zo blij dat ik eindelijk in Palestina was maar toen ik de uitkijkposten in Atlit zag schrok ik. Totdat de wachter ‘shalom’ zei”, vertelt de 92-jarige Liesje Auerbach.
    “Toen wist ik dat het goed was.” Atlit, een Brits interneringskamp onder de rook van Haifa, werd in 1939 gebouwd om Joodse vluchtelingen, en later ook overlevenden van de Shoah, uit Europa op te vangen die ‘illegaal’ het toenmalige Palestina inkwamen. Tienduizenden Joodse immigranten werden geïnterneerd in het kamp.

    Atlit had zes uitkijkposten en een hek van prikkeldraad en riep bij velen herinneringen op aan de kampen in Europa. Gelukkig was de realiteit in Atlit heel anders. | Foto’s: Joanne Nihom

    Atlit had zes uitkijkposten en een hek van prikkeldraad en riep bij velen herinneringen op aan de kampen in Europa. Gelukkig was de realiteit in Atlit heel anders. | Foto’s: Joanne Nihom

    Verschillende herinneringen
    Sinds 1987 is Atlit een museum en behoort het tot de National Heritage Site, een stichting die het cultureel en nationaal erfgoed van Israël beschermt. Houten barakken, een uitkijkpost en prikkeldraad zijn de stille getuigen van wat eens een kamp was voor vluchtelingen en overlevenden van het nazibewind.

    “De herinneringen aan deze plek zijn heel verschillend”, vertelt Zehavatlitt Rottenberg, directeur van het museum. “Voor de een was het een shock om weer in een kamp te komen, voor de ander betekende het kamp vrijheid. Uit de hel van Europa kwamen ze, vaak alleen, ontwetend of hun familieleden nog in leven waren.”

    De ‘immigranten’ kwamen uit alle delen van Europa, het verblijf in Atlit was van een paar dagen tot uiterlijk twee jaar. Als de barakken vol waren dan waren er tenten. In de zomer was het heet en in de winter was het ijskoud. “Het was niet gemakkelijk voor de meesten, maar ze hadden de Shoah overleefd en waren in Palestina, dat was het belangrijkste”, zegt Zehavit Rottenberg.

    Geloven in een nieuw bestaan
    Het kamp had zes uitkijkposten met wachters en een hek van prikkeldraad. Dat bracht bij velen herinneringen terug aan de kampen in Europa. Liesje Auerbach kwam in 1944, samen met een groep andere overlevenden, vanuit het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen, via Turkije en Syrië in de haven van Haifa aan. “Onze reis was per boot en trein. In Haifa konden we niet blijven omdat men bang was dat wij besmettelijke ziekten bij ons droegen. In Atlit werden we in quarantaine gehouden.”

    Bij aankomst werden de vrouwen en kinderen gescheiden van de mannen. Ze moesten zich ontdoen van alles wat zij droegen en ze werden naakt onder de douche gezet waar ze zich met ontsmettingsmiddelen schoon moesten wassen. Hun kleding ging in een speciale ontsmettingsmachine.

    “Er zijn verhalen van mensen die het laatste dat zij nog bezaten verloren in die machine, zoals gebedsriemen of foto’s van vroeger”, vertelt Zehavit Rottenberg. “Sommigen durfden niet onder de douche en waren bang dat het iets anders was, anderen genoten van eindelijk warm water en zeep.” ’s Avonds werden de deuren van de barakken gesloten. Volgens de verhalen werd er dan samen Ivriet geleerd en veel gedanst en gezongen. “Een vrouw was mij daarover aan het vertellen totdat ze halverwege haar verhaal stopte.

    Ze keek mij aan en zei: ‘Ik hoor het mijzelf vertellen, maar nog steeds begrijp ik niet waar wij toen de kracht vandaan hebben gehaald om door te gaan’”, vertelt Zehavit Rottenberg. “Dat is het verhaal van deze plek en de boodschap aan onze jeugd. De mensen geloofden in een nieuw bestaan, in Eretz Israel. Ze kwamen uit een diep en donker dal en waren, ondanks alles, in staat om te geloven in een nieuw leven.”

    Ook Liesje Auerbach had dat vertrouwen. Haar herinneringen aan Atlit zijn positief. “Vanuit de ellende kwamen we in Atlit. Plots kregen we een eigen bed, met lakens. We waren wel met veel mensen, maar dat waren we gewend. Ik herinner mij de geur van de zeep en de rijkdom dat je je kon gaan wassen wanneer je wilde en dat er warm water was. Iedereen was aardig voor ons en het gaf ons de mogelijkheid om even op adem te komen en rustig te bedenken wat nu verder. Je kan je niet voorstellen wat Atlit ons gegeven heeft.”

    Toch was het niet makkelijk. “Ik had geen ouders meer, geen familielid om me heen. Ik was terechtgekomen in een andere wereld, met een ander klimaat, met louter onbekende mensen die bovendien een volslagen andere taal spraken. Ik kan mij herinneren dat ik op een steen zat, in het kamp, en rondkeek en mij zo ongelofelijk eenzaam voelde. Toch wist ik dat het goed zou komen.”

    Getuigenis
    Liesje Auerbach praat veel over haar leven tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, ook op scholen. “Waarom? Omdat ik dat nu nog kan, ik voel het als mijn plicht, straks is mijn verhaal alleen nog maar geschiedenis”. Een speciale afdeling van Atlit verzamelt al 25 jaar getuigenissen om niet alleen een beeld te krijgen van wat zich er heeft afgespeeld, maar ook om de verhalen uit Europa te horen.

    “Nog elke dag komen mensen hun getuigenis hier vertellen”, vertelt Rina Offenbach, directeur van de database en het informatiecentrum van Atlit. “De beslissing om naar Palestina te gaan was een actieve beslissing in tegenstelling tot de passieve houding van velen tijdens de Duitse bezetting. Uit de verhalen kan je opmaken dat die overgang voor de meesten niet moeilijk was, op zich al een wonder.

    Waarom verzamelen wij de verhalen? De meesten overlevenden kunnen met hun kinderen niet praten over wat hen is overkomen tijdens de Shoah. Vorige week nog interviewde ik een vrouw en vroeg haar daarnaar. Haar antwoord: ‘Hoe moet ik mijn kinderen vertellen dat ik niet in opstand ben gekomen, dat ik het concentratiekamp in ben gegaan zonder weerstand, dat ik ging omdat mij dat opgedragen werd?’

    Niet alleen kinderen en kleinkinderen kunnen hier komen om de verhalen van hun ouders en grootouders te lezen en te horen, iedereen zou een bezoek aan Atlit moeten brengen om zo te begrijpen waarom het belangrijk is dat we een eigen staat hebben”, zegt Rina Offenbach. “Nooit mag dit verhaal slechts een hoofdstuk worden in een geschiedenisboek, het is aan ons de taak om het levend te houden.”

    » Voor een bezoek aan Atlit: www.shimur.org.il
    » Heeft u interesse in het boek Bewogen Stilte: bewogenstilte@kpnmail.nl

    Over de auteur