fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Bethlehem: gastvrij en vol belofte

    20 december 2012
    Bethlehem met op de achtergrond de bergen van Moab.

    Bethlehem met op de achtergrond de bergen van Moab.

    Duizenden jaren lang heeft Bethlehem, gelegen aan de rand van vruchtbare grond, gasten uit de verlaten wildernis welkom geheten. Bethlehem raakt elke gelovige op een diep niveau. Het rakelt gedachten op aan verhalen over David die vanachter de schaapskudde geroepen werd het volk Israël te leiden. Het herinnert ons aan kerstliederen en kerstspelen, geboortetaferelen en zelfs de wortels van ons geloof.

    Opvallend genoeg wordt bij de eerste keer dat Bethlehem in de Schrift genoemd wordt, een geboorte vermeld: die van Benjamin, de voorvader van een stam die later rivaliseerde met Bethlehems stam, Juda. Benjamin kwam ter wereld op de weg naar Bethlehem en zijn moeder, Rachel, die tijdens de geboorte stierf, kreeg een graf waarvan de tombe nog steeds even buiten het moderne Bethlehem te bezichtigen is.

    Terwijl in de Bijbel bij deze geschiedenis voor het eerst Bethlehem genoemd wordt, wordt in deze paar verzen in Genesis 35 aangegeven dat Bethlehem een plaats van gastvrijheid en verlossing is: Rachels tragische dood deed de stam van Benjamin het licht zien die later voorzag in Israëls eerste koning, Saul.

    Ruth
    Het boek Ruth ontwikkelt het thema van koningschap over Israël verder. Het verslag over Ruth en Naomi is, afgedacht van een korte episode in Moab, vooral een verhaal over Bethlehem. Bethlehem ligt aan de ‘patriarchale hoofdweg’, een smalle groene strook grond die een scheiding vormt tussen potentiële vruchtbare velden richting het westen en de dreigende woestijn in het oosten. Als gevolg daarvan voorziet het in schuilplaatsen voor herders en hun kudden – een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van Bethlehem.

    Dit uitgelezen evenwicht maakt ook de beoefening van akkerbouw en leven op het platteland mogelijk, als er voldoende regen valt. Maar het leven wordt zwaar tijdens droogte periodes, als de woestijn oprukt richting het stadje. Naomi en haar familie stonden voor zo’n dilemma, zoals beschreven staat in het boek Ruth.

    In tegenstelling tot de inwoners van Jeruzalem, hebben de inwoners van Bethlehem een helder uitzicht op de bergen van Moab, die hoger gelegen zijn dan Bethlehem en die betere regenval voorspellen. De overvloedige regenval blijft gewoonlijk in plassen op het Medeba Plateau in Moab staan, waardoor de vruchtbaarheid van het gebied vergroot wordt. Dit zullen ongetwijfeld de overwegingen van Elimelech, Naomi’s echtgenoot, geweest zijn toen hij besloot oostwaarts te trekken. Het was waarschijnlijk de bedoeling niet lang als gasten daar te blijven, want mensen uit het Midden Oosten zijn erg gehecht aan hun eigen woonplaats. Zij bleven lang genoeg dat Naomi’s zonen Moabitische vrouwen vonden.

    Dan gebeurt het dat de mannen in de geschiedenis het eerste hoofdstuk van Ruth niet overleven. Dus Naomi is alleen overgebleven met haar twee schoondochters. Wanneer Naomi besluit naar Bethlehem terug te keren, blijft Orpa in Moab achter, maar Ruth ‘kleeft’ (Hebreeuws) Naomi aan, terwijl ze zegt: “Waar u gaat, zal ik gaan, en waar u verblijft, zal ik ook verblijven. Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God.”

    Terwijl ze in het voorjaar aankomen, maakt Ruth direct haar uitspraken waar: ze gaat onmiddellijk naar de gerstevelden om aren op te rapen die de maaiers hebben laten liggen. Een van de familieleden van Elimelech, Boaz, merkte haar trouw aan de oudere vrouw op. Hij was een bloedverwant, een ‘losser’. Dit optreden van Ruth vond plaats tijdens de periode van de richters. Dat was een tijd waarin ‘ieder deed wat goed was in zijn ogen’ –zo staat het in het boek Richteren. De houding van Ruth moet daarmee in sterk contrast geweest zijn.

    Overeenkomstig de met Bethlehem verbonden connotatie van gastvrijheid en verlossing, gebruikte Boaz zijn invloed en hulpbronnen om in al de behoeften van Ruth en Naomi te voorzien. Hierbij waren land en familie inbegrepen, beide zaken van groot belang in de Israëlitische samenleving.

    David
    Terwijl de inwoners van Bethlehem vredelievende vreemdelingen verwelkomen, zoals de geschiedenis van Ruth ons vertelt, kunnen zij fel vijanden tegenstaan die land en familie bedreigen. Een voorbeeld daarvan is wat de kleinzoon van Ruth, Isaï, deed. Hij stuurde drie van zijn zoons er op uit om mee te doen met het verslaan van de Filistijnen die de Ela Vallei bezet hadden waardoor de toegang tot de ‘patriarchale hoofdweg’ en het kwetsbare stadje Bethlehem in hun handen was.

    Isaï’s jongste zoon, David, was naar zijn oudere broers gestuurd om hun van proviand te voorzien. Daar hoorde hij de dreigementen van een voorvechter van de Filistijnen, Goliath. In de streek van Bethlehem, tussen vruchtbaar land en woestijn, had David zijn vaardigheden als herder verbeterd: hij was zowel beren als leeuwen tegengekomen en had die overmeesterd.
    “De Heere die mij redde uit de klauwen van de leeuw en de klauwen van de beer, zal mij redden uit de hand van deze Filistijn.”

    Toen hij de overwinning veilig had gesteld, werd David al gauw tegengewerkt door Saul (een stammenrivaliteit tussen Juda en Benjamin); maar herder David die de woestijn goed kende, was Saul te slim af en kon ontkomen.

    Ondanks zijn vele trektochten, vanwege het voortdurende conflict met de Filistijnen en Saul, herinnerde David met warme gevoelens zijn woonplaats. Terwijl hij toevlucht zocht in een grot (vlakbij Bethlehem volgens een traditie), verlangde David heel erg naar “een teug water uit de bron bij de poort van Bethlehem.”

    Jozef en Maria
    Duizend jaar later werden Davids nakomelingen, Maria en Jozef, door een Romeinse volkstelling aangezet om vanuit hun woonplaats Nazareth naar Bethlehem te reizen waar hun voorouders vandaan kwamen. Volgens de traditie hebben ze bij aankomst in Bethlehem geprobeerd in een logement onderdak te krijgen. Maar hun werd gezegd dat er geen plaats voor hen was in die herberg. Dit lijkt zeker niet in overeenstemming te zijn met Bethlehems gewoonte om gasten vrij onderdak te bieden.

    Dr. Stephen Pfann, hoofd van de University of the Holy Land, trekt de traditionele interpretatie in twijfel. “Toen Jozef en zijn zwangere vrouw Maria op reis gingen naar Bethlehem, keerden ze terug naar Jozefs voorvaderlijke thuis, de plaats waar zijn familie vandaan kwam en waar ongetwijfeld nog een paar familieleden woonden,” volgens Pfann.

    Bijgevolg is het zeer onwaarschijnlijk dat het paar uit Nazareth zou hebben moeten betalen voor logies, zelfs als er al een herberg bestond in een klein stadje als Bethlehem, een dorp eigenlijk. De Joodse wet en de Midden Oosterse gastvrijheid deden besluiten dat het een schande zou zijn familieleden, en speciaal een aanstaande moeder, te laten betalen voor hun verblijf.

    Bijbels bewijs dat zowel Jozef als Maria verwanten hadden in het gebied, gaat op voor Maria’s nicht Elizabeth die in de Judese heuvels woonde, en Johannes de Doper die in Judea zijn bediening uitvoerde. “Familieleden uit andere plaatsen werden welkom geheten door de patriarch van de uitgebreide familie en onder zijn bescherming gebracht tijdens hun verblijf in het dorp,” legt Pfann uit.

    Jozef en Maria zouden verwelkomd zijn in de gastenkamer, die gedeeltelijk al bezet was door andere verwanten die in Bethlehem waren voor de volkstelling. Zo’n volle kamer met andere mensen zou geen geschikte plaats geweest zijn om een kind ter wereld te brengen. Vandaar dat een paar van de vrouwen geholpen moeten hebben Maria naar de beslotenheid van de ruimte onder het huis of een voorraadruimte in een grot te loodsen waar ze haar kind kon baren.

    Pfann’s argument hiervoor is verder onderbouwd door het Griekse woord kataluma, dat Lucas gebruikt in de geboortegeschiedenis. De enige andere keer dat dit woord voorkomt in de Schrift is in Lucas 22:12 waarin Jezus opdracht geeft een kataluma, een gastenkamer, klaar te maken voor het laatste avondmaal. Pfann is ervan overtuigd dat in de Kerstgeschiedenis kataluma ook vertaald moet worden met gastenkamer. [Lucas’ woord voor ‘herberg’ is pandakeion en komt voor in het verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10). Dat woord is in modern Hebreeuws en Arabisch opgenomen, en betekent respectievelijk ‘maaltijd langs de kant van de weg’ en ‘hotel’.]

    “Kataluma verwijst naar de plaats waar mensen aanliggen – zoals in de ‘bovenzaal’. Het is een soort gastenkamer. Kataluma wordt nooit gebruikt om een ruimte aan te duiden waar men voor betaling kon overnachten,” aldus Pfann, die een doctorsgraad heeft in Oude Semitische Talen van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem.

    Terwijl hij zijn argument verder uiteenzet, legt Pfann uit: “De bouw van het familiehuis zowel vandaag als in de oudheid, was berekend op de onverwachte gast. De meest voorkomende woning was een huis van meerdere verdiepingen met een binnenplaats. Een lager gelegen ruimte of kelder was gebruikt als een voorraadkamer. In heuvelachtig gebied zoals Bethlehem, zou een aan de binnenplaats grenzende grot vaak voor dit doel geschikt zijn gemaakt. Hier konden de beste dieren of de meer kwetsbare gevoederd worden en de nacht doorbrengen, beschermd tegen kou, dieven en roofdieren.”

    De aanwezigheid van levende have dichtbij verklaart de noodzaak van een voederbak, die diende als wieg voor de baby Jezus. “Dat een kind gevonden zou worden liggend in een voederbak, was ongewoon. Toch kan het een situatie van meedogen en bescherming uitgedrukt hebben, en niet van verlatenheid en isolatie. Van hoe het in het familieleven van een traditionele Joodse gemeenschap van de eerste eeuw van onze jaartelling eraan toeging,” concludeert Pfann.

    De cultuur van gastvrijheid, de architectuur van de huizen en taalkundige aanduiding werken eraan mee de grot in Bethlehems Geboortekerk als een redelijke plek van de oorspronkelijke geboorteplaats van Christus te bestempelen. Opgravingen kwamen tot de slotsom dat de grot in de eerste eeuw gebruikt werd, en de kerkvader Justinus de Martelaar schrijft in de tweede eeuw dat Jezus in een grot geboren was. “In het algemeen zou je denken dat de grot een vreemd soort onderkomen is om een baby ter wereld te brengen, maar gegeven de omstandigheden, zou het zeker de plaats kunnen zijn,” volgens Pfann.

    Nihad Salman, pastor van de Immanuel Evangelical Church – een passende naam in Bethlehem -, onderstreept dat Bethlehem een plaats blijft waar mensen welkom zijn. “Bethlehem is het laatste thuis voor Palestijnse christenen op de Westelijke Jordaanoever. Slechts één procent van de bevolking zijn christenen. Bijna allemaal wonen ze in het gebied rond Bethlehem, waaronder ook Beit Jala en Beit Sahur vallen. De overige 99% zien Bethlehem als verbonden met het christelijk geloof.

    Ik heb hier mensen uit andere plaatsen gehad die op zoek waren naar christenen die hen antwoorden kon geven over het christelijke geloof en Christus. Net zoals de herders 2000 jaar geleden kwamen en wilden weten wie die Baby was waarover de engelen het hadden, kunnen we vandaag mensen naar Bethlehem zien komen die vragen: “Wie is deze Jezus?”

    “De inwoners van Bethlehem staan bekend als gastvrije mensen. Vandaag, als je op straat loopt en willekeurig bij een huis aanklopt, dan zal bijna iedereen je verwelkomen met meer dan een kop koffie alleen. Het is in Bethlehem een schande als je mensen niet in je huis naar binnen nodigt.”

    Salman leidt de Immanuelgemeente in Bethlehem in de traditie van het aanbieden van onderdak en verlossing. Hij heeft plannen een hotel en een medische kliniek te laten bouwen op een leeg stuk grond in de stad Bethlehem. Hij verzekert met een lach dat hij er voor zorgen zal dat er altijd ‘plaats in de herberg’ is.

    “Wij zijn een kerk die openstaat voor iedereen. Onze leden en pastors laten geen gelegenheid voorbijgaan mensen overal vandaan welkom te heten. Tijdens onze zondagse diensten hebben we mensen van veel nationaliteiten die ons bezoeken. Het is werkelijk iets moois om vanuit Bethlehem gebeden te zien opstijgen, in één geest naar de ene God, met één doel – vrede op aarde.”

    En goedwillendheid jegens de mensen…

    Dit artikel is geschreven door David Smith en verscheen in het decembernummer 2012 van The Jerusalem Post Christian Edition. | Vertaling Evelien van Dis