fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Christenvervolging in het Midden-Oosten

    10 januari 2013

    Het Menachem Begin Heritage Center in Jeruzalem organiseerde begin november 2012 in Jeruzalem een discussie over vervolging van christenen in moslimlanden. Verschillende christenen uit het Midden-Oosten namen deel aan dit gesprek om zich uit te spreken tegen deze islamitische vervolging.

    Dreiging wordt groter
    Dr. Mordechai Nisan van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem weet veel over de oude christelijke gemeenschap in Libanon was ook aanwezig bij de discussie. Hij waarschuwde de aanwezigen dat de dreiging voor christenen in het Midden Oosten steeds groter wordt.”

    Raymond Ibrahim komt uit een een Egyptische Koptisch-christelijke familie, maar groeide op in Amerika. maakte ook deel uit van het panel. Ibrahim werkt voor het Middle East Forum, en heeft verschillende keren de Amerikaanse regering geadviseerd.

    Ibrahim vertelde: “De islam staat erg vijandig ten opzichte van alle niet-moslims, maar zij noemen daarbij twee specifieke groepen: Joden en christenen.” Hij legde uit dat er in de geschiedenis veel voorbeelden van deze vijandigheid te vinden zijn, en dat veel van deze geschiedenis geschreven is door de meest gerenommeerde islamgeleerden, met trots en niet met spijt.

    Hij legde ook uit dat deze gewelddadige ideologie niet een afwijking of een dwaling is, maar direct uit de Koran zelf is afgeleid. Hij voegde eraan toe dat de geschiedschrijving over moslims die kerken in brand steken en door terreur en bedreigingen christenen en Joden dwingen zicht tot de islam te bekeren, tot in onze tijd voortduren in talloze landen over de wereld, waaronder Indonesië, Egypte, Marokko, Pakistan en veel andere landen die “niets met elkaar gemeen hebben dan de islam.”

    Excuses en hypocrisie
    Ibrahim betreurde ook dat veel Westerse liberalen gewelddadig islamitisch gedrag  excuseren, terwijl ze beweren dat dit geweld een reactie is op het slecht behandelen van moslims als minderheden in landen als Frankrijk en de VS. Hij onderstreepte echter dat in landen waar moslims de meerderheid vormen, zij de kleine christelijke minderheden aanvallen. Dit doen zij om zich te wreken op het Westen vanwege vermeend onrecht en verkeerde behandeling, dat voortkomt uit een islamitisch minderwaardigheidscomplex en uit samenzweringstheorieën.

    Ook bekritiseerde Ibrahim de “ongelooflijke hypocrisie” waarmee veel hoofdzakelijk protestantse kerken Israël bekritiseren voor hoe het de Palestijnen behandelt, terwijl ze stilzwijgen over de christelijke slachtoffers van religieuze en etnische zuiveringscampagnes door moslims in veel landen worden uitgevoerd.

    Hij voegde eraan toe dat de anti-Israëlhouding die de meeste Arabische christenen aangenomen hebben, afgeleid was van Arabisch nationalisme en niet van theologisch antisemitisme. Als het Arabisch nationalisme op z’n retour is, en door islamitisch fundamentalisme van het toneel verdwenen, dan kunnen Arabische christenen er wel eens langzaam achter komen dat zij en Israël een gezamenlijk probleem hebben.

    Ibrahim zei ook dat als ze in het Midden-Oosten wonen, Arabische christenen het “spel moeten spelen” zich te blijven voordoen als fel gekeerd tegen Israël. Maar zij die naar het Westen zijn ontsnapt, verliezen hun vijandigheid ten opzichte van Israël, en sommigen van hen worden zelfs supporters van de Joodse staat.

    Julliane Talmoorazy, voorzitter van de Iraqi Christian Relief Council en een leider van de Assyrische Katholieke gemeenschap in Amerika, sprak ook over de aanvallen op christelijke gemeenschappen in Irak, Syrië en elders in de Arabische wereld. Zij beschreef zelfs de hedendaagse kruisiging van christenkinderen die weigeren zich tot de islam te bekeren, en veel andere afschuwelijkheden.

    “Dit is een blauwdruk die honderden jaren is gebruikt. Niets is veranderd.” Talmoorazy liet foto’s zien en getuigenissen op video van Iraakse christenen die gedood waren, verwond en getraumatiseerd tijdens aanvallen door hun moslimburen.

    Dreiging voor het Westen
    Beide sprekers waarschuwden dat de groeiende politieke, economische en sociale macht van de moslimgemeenschappen in het Westen eventueel tot een zelfde patroon zouden kunnen leiden. Hierbij werden voorbeelden gegeven van eisen van moslims in Engeland en Frankrijk om islamitisch voedsel te serveren in schoolcafetaria’, en het tot zwijgen laten brengen van klokken in katholieke kerken die binnen gehoorsafstand van moskeeën staan.

    “Ik ben erg geschrokken dat de shariawetgeving naar Amerika komt,” verklaarde Talmoorazy.  Als zij in protestantse kerken probeert te spreken over vervolging door moslims van christenen in het Midden Oosten, dan wordt zij vaak door pastors tegengesproken die haar ervan beschuldigen “vergif te verspreiden” en op een oneerlijke manier de islam verdacht te maken, waarvan velen vol blijven houden dat het een “religie van vrede” is.

    Toen zij gevraagd werd hoe de plaatselijke Katholieke Kerk in Israël reageerde op haar dringende verzoeken om hulp, zei ze dat de conservator van het Heilige Land haar openhartig had verteld: “Wij weten niet wat we doen moeten.”

    Gefrustreerde moslims
    De laatste spreker was dr. Mordechai Kedar van het Begin-Sadat Center for Stategic Studies in Tel Aviv, die de culturele achtergrond aangaf van het moslimgeweld tegen christelijke gemeenschappen.

    “De Koran vertelt moslims, dat zij Gods grootste geschenk aan de wereld zijn,” legde hij uit.
    Hij merkte ook op dat “het een droom van de islam is, alle moslimvolkeren – wat ook hun nationaliteit is – te verenigen onder een politieke, economische en sociale structuur zoals vanaf het begin van de religie in de zesde eeuw. Maar dit is nooit gebeurd, en dat heeft tot hevige frustratie geleid.”

    Kedar beschreef hoe veel moslims rondkijken en de wijdverbreide armoede en het niet goed functioneren van hun eigen maatschappijen zien, en dan naar het Westen kijken en zelfs naar landen in het verre Oosten, waarvan de meeste niet moslimlanden zijn, en dan merken ze de ongelijkheid op. Dan zien ze ook dat de Verenigde Staten – ondanks dat het een “ongelovige natie” is, toch de “smeltkroes” voor elkaar gekregen heeft, die zij gezocht hebben voor zichzelf te creëren. “Dit leidt tot frustratie en woede, en dat reageren ze af op de christenen onder hen, die doorgaans een kleine minderheid uitmaken,” onderstreepte hij.

    Christenen en Israël samen tegen islamterreur
    Kedar besprak eveneens het falen van het Arabisch nationalisme om Israël uit het Midden-Oosten te doen verdwijnen, en de daarmee samenhangende groei in populariteit van islamisme en de ideologie van de jihad. Terwijl Kedar toelichting gaf vanuit een door hem geschreven verhandeling, voegde hij eraan toe dat “de geschiedenis van de strijd tegen het kolonialisme die christenen en moslims verenigde, speciaal in Egypte en Syrië, vergeten was, en vervangen door religieuze bekrompenheid en sektarisch extremisme.”

    “Ongeveer een decennia lang hebben islamitische satelliettelevisiekanalen, zoals al-Manar (door Hezbollah gesponsord) en Iqra, islamisme gepropageerd en radicaal islamitische boodschappen tegen niet moslims uitgezonden,” legde Kedar uit.

    “Daar komt bij dat de groei van het internet in het Midden Oosten jihadaanhangers in staat heeft gesteld hun onderwijs tegen ‘ongelovigen’, – vooral zij die moslims bestrijden – te verspreiden. De moslim in de straat legt deze boodschappen letterlijk uit, waardoor zijn christelijke buurman en de lokale kerk tot natuurlijke doelwitten worden gemaakt.”

    Alle sprekers waren het erover eens dat christenen en Israël gezamenlijk moeten optrekken tegen de dreiging van islamitische terreur.

    Christenvervolging in de schijnwerpers
    Veel van de wereldmedia hebben ook de islamitische vervolging van christenen in het Midden Oosten genegeerd. Maar een recent artikel in The Daily Telegraph (Engeland) heeft het onderwerp in de schijnwerpers gezet. In een artikel, getiteld ‘De laatste christen uit Homs’ dat 2 november 2012 geplaatst was, riep een christenfamilie in Syrië in herinnering hoe zij zo geterroriseerd waren door een islamitische terreurgroep dat zij uiteindelijk hun woonplaats ontvlucht zijn. De islamitische groep is onderdeel van de rebellen strijdkrachten die erop uit zijn het regime van president Bashar Assad omver te werpen.

    “Wij gingen weg omdat zij ons probeerden te doden,” vertelde de 18 jarige Noura Haddad tegen het Engelse dagblad, waarbij ze de vlucht van de familie uit Homs beschreef. “Zij wilden ons doden omdat we christenen waren. Zij noemden ons ‘kaffirs’ (ongelovigen). Zelfs kleine kinderen zeggen deze dingen. Zij die onze buren waren, keerden zich tegen ons.”

    “Ik ben in contact gebleven met de paar christelijke vrienden die ik thuis heb achtergelaten, maar ik kan niet meer met mijn moslimvrienden praten. Ik vind dit heel erg.”
    Dit artikel is geschreven door Aaron Hecht en verscheen in het decembernummer 2012 van The Jerusalem Post Christian Edition. | Vertaling: Evelien van Dis