fbpx
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Een dagje Westbank

    Joanne Nihom - 7 januari 2013

    Een ambulance in de buurt van Shechem (Nablus). | Foto: Louis Dijksman

    Een ambulance in de buurt van Shechem (Nablus). | Foto: Louis Dijksman

    De soldaten Orel, Doron en Dan. | Foto: Louis Dijksman

    De soldaten Orel, Doron en Dan. | Foto: Louis Dijksman

    In gesprek met de soldaten. | Foto: Louis Dijksman

    In gesprek met de soldaten. | Foto: Louis Dijksman

    Uitzicht op Shechem (Nablus). | Foto: Joanne Nihom

    Uitzicht op Shechem (Nablus). | Foto: Joanne Nihom

    In Tel Aviv ontmoet ik twee jonge soldaten van de persafdeling van het Israëlische leger. Ze begeleiden mij vandaag. Samen rijden we naar Judea en Samaria (de Westbank) voor een ontmoeting met ambulancepersoneel in de omgeving van Shechem (Nablus). Ik ben gespannen. Al eerder was ik op de Westbank maar niet in dit gedeelte. Beelden van stenen gooiende Palestijnen en agressieve ‘kolonisten’ spoken door mijn hoofd. Al snel ben ik dat allemaal vergeten.

    Mooie wegen leiden ons door prachtige groene natuurgebieden. Hier en daar lopen kuddes koeien en geiten. Het heeft iets idyllisch. De Arabische dorpen waar we door heen rijden verschillen niet van de dorpen zoals ik ze ken uit het noorden waar ik woon. Onafgemaakte huizen, veel troep op straat, veel kleine cafés waar humus te koop is, mannen die gezellig voor hun huis een waterpijp roken en overal jonge kinderen die met elkaar staan te praten.

    We rijden verder de heuvels in. Op sommige kruispunten staan mensen te liften, het zijn vooral orthodoxe Joden. Ben ik wel in Judea en Samaria? Het lijkt allemaal zo rustig en vredig. De wegversperringen van het leger brengen mij terug naar de realiteit. Dit is een stukje land waar zowel Joden als Palestijnen aanspraak op maken en dat vrijwel dagelijks wereldnieuws is.

    Even wat geschiedenis
    De Oslo-akkoorden, officieel de Declaratie van Principes over de Reglementen van Interim Zelfbestuur, werden op 13 september 1993 ondertekend tijdens een ceremonie in Washington D.C met als doel de eerste aanzet te zijn tot oplossing van het Palestijnse vraagstuk. Mahmoud Abbas tekende voor de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie en Simon Peres tekende namens Israël. De getuigen waren Warren Christopher (Verenigde Staten) en Andrei Kozyrev (Rusland). Het ondertekenen gebeurde in aanwezigheid van Bill Clinton, Yitzchak Rabin, en Yasser Arafat.

    Het moeilijke moment waarop Rabin twijfelend Arafat de hand schudde maakte geschiedenis. Volgens deze akkoorden zijn Judea en Samaria verdeeld in drie zones: Zone A die volledig bestuurd wordt door de Palestijnse Autoriteit en niet toegankelijk is voor Joden. Zone B die deels wordt bestuurd door de Palestijnse Autoriteit en waar Israëlische veiligheidstroepen zorgen voor de veiligheid. Zone C die volledig onder Israëlisch toezicht staat en ongeveer 62 procent van het hele gebied bevat maar waar slechts 5,2 procent van de Palestijnen wonen. In deze zone bevinden zich ook de nederzettingen.

    We rijden naar een legerbasis nog geen kilometer van Shechem. Daar stappen we over op de ambulance. Dan, de plaatsvervangende commandant, rijdt. Shechem mogen we niet in, het ligt in Zone A. We rijden nog wat hoger de bergen in om een goed overzicht te krijgen van de omgeving. “Daar in de vallei, dat is Shechem. Rechts is het vluchtelingenkamp, links is de stad met woningen en winkels”, wijst Dan aan.

    Voor het eerst van mijn leven zie ik een vluchtelingenkamp en ook hier had ik een andere voorstelling van. Geen tenten en geen duizenden mensen die in de buitenlucht leven, het vluchtelingenkamp bestaat uit flatgebouwen. Het doet mij denken aan een zwart-wit potloodtekening. Het rechtse gedeelte van de tekening is al klaar, links heeft nog open plekken. “De wegen in het kamp zijn zo smal dat je er amper door kan rijden. Dat is vooral een groot probleem als we op zoek zijn naar terroristen, het vluchtelingenkamp is een waar broeinest”, legt Orel uit”

    De soldaten Orel, Doron en Dan zijn ambulanceverpleegkundigen. “Eigenlijk kunnen we alle handelingen doen die een arts ook doet en dat is ook nodig”. Hun unit is verantwoordelijk voor de hele omgeving. Dat betekent dat zij niet alleen ingezet worden bij militaire acties maar ook kunnen worden opgeroepen bij auto-ongelukken, bevallingen of andere spoedeisende situaties. Bijzonder is dat ze zowel Palestijnse als Joodse slachtoffers behandelen. “Het kan gebeuren dat we ergens komen met zowel een Palestijnse als een Joodse gewonde. Degene die er het ergst aan toe is wordt eerst geholpen. Afkomst is op dat moment niet belangrijk”, vertelt Orel.

    Dat dat niet altijd makkelijk is geeft hij toe. “Als we een gewonde terrorist moeten verzorgen dan voel ik de haat in mijn lichaam. Toch doe ik het, we zijn allemaal mensen dat is belangrijk om te onthouden.” We rijden nog wat rond. “Zie je daar die nederzetting, dat is Itamar waar twee jaar geleden de familie Fogel werd vermoord bij een terreuraanslag. Vijf familieleden uit één gezin. We kwamen te laat, we vonden alleen maar dode lichamen”, zucht Dan.

    We zijn samen aan het lunchen als de telefoon van Orel gaat. “Bij één van de Joodse nederzettingen zijn rellen. Palestijnse jongeren gooien stenen en brandende banden. We moeten paraat zijn”. Ik voel gelijk de spanning in mijn lichaam terugkeren. Het blijft gelukkig bij stand-by. Het wordt tijd om afscheid te nemen.

    Op de terugweg zijn mijn gedachten verward. Wat leven we toch in een vreemde wereld. Net zoals in het noorden van Israël leven op de Westbank Palestijnen en Joden samen. Maar fanatici aan beide kanten zorgen voor haat en verderf. Israëlische soldaten jagen op terroristen maar als diezelfde terroristen gewond zijn worden ze verzorgd door diezelfde Israëlische soldaten. Het voelt als de wereld op zijn kop.

    De volgende dag is op het nieuws dat Joden een man in Shechem hebben aangevallen. In gedachten zie ik Orel, Doren en Dan in hun ambulance er naar toe rijden. G’d bewaar hen.

    Thema

    judeasamaria

    Over de auteur