fbpx
  • - Foto: Spoorwegmuseum
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Beladen treinen

    Binyomin Jacobs, opperrabbijn - 22 april 2013

    Het spoorwegmuseum in Utrecht huist in het voormalige Maliebaanstation. Van hieruit werden in de Tweede Wereldoorlog 1200 Joden met treinen vervoerd naar de vernietigingskampen. Dit jaar opende het spoorwegmuseum op 5 maart de permanente expositie Beladen treinen over de wegvoering van de Joden.

    Op zondag 21 april vond er ter gelegenheid van Jom Hasjoa, de gedenkdag van de Shoah een avondwake plaats in het spoorwegmuseum. Ter gelegenheid hiervan hield opperrabbijn Binyomin Jacobs een bewogen toespraak die we u niet willen onthouden.

    Geachte aanwezigen: enige maanden geleden mocht ik voor een groot gezelschap niet-Joodse mensen een lezing geven. Ik doe dat graag, want onbekend maakt onbemind en dus vertellen over Jodendom en misvattingen wegnemen, zie ik als een deel van mijn opperrabbinale opdracht.

    Na afloop kreeg ik echter een onverwacht compliment. Een van de toehoorders complimenteerde mij voor de inhoud van mijn lezing en vermeldde dat mijn Nederlands zo goed was. Ik antwoordde hierop ietwat beduusd en zei: “Maar ik ben toch Nederlander!” Waarop zijn reactie was: “O sorry, ik dacht dat u Joods was!”

    We zijn nog nauwelijks in de Nederlandse samenleving aanwezig, ernstig gedecimeerd. Als mijn collega de dominee of collega pastoor op een begraafplaats komt en hij ziet lege plaatsen, is hij blij … ik huil! Hoe mooi ware het geweest als zij die vergast werden ver van hun geboorteland en hun geboorteplaats hier in hun eigen vaderland begraven hadden mogen worden.

    Waarom zijn we hier bijeen? Om te leren van het verleden? Misschien wel. Want het Spoorwegmuseum heeft toch als doel educatie. Opdat we leren van het verleden, van de geschiedenis? Geachte aanwezigen: ik ben geen historicus, maar één historische wetmatigheid staat voor mij als een paal boven water: ik durf met een keiharde zekerheid te stellen dat het een historisch gegeven is dat er van de historie niets en nooit wordt geleerd.

    De historie blijft zich herhalen, begint onschuldig en eindigt rampzalig … om vervolgens, eerst gebukt gaande onder een diep en oprecht schuldbesef, langzaam weer te vervallen in een verleden dat inmiddels al te ver weg is om herhaling te kunnen voorkomen en waarin de grens tussen dader en slachtoffer langzaam maar zeker verdwijnt.

    Hoe zou u reageren als ik u verkondig dat ik van mening ben dat in Boston de slachtoffers en de dader in een gezamenlijke dienst moeten worden herdacht? En terwijl ik dit zeg zie ik u verbijsterd en vol onbegrip naar mij kijken … terwijl in Vorden, een uurtje hier vandaag, op 4 mei de onschuldige slachtoffers en de bewuste daders in gezamenlijkheid worden herdacht: Verzoening? En wat met de gevoelens van de slachtoffers die overleefden? De grens en het onderscheid is verdwenen!

    Mijn lieve vader heeft mij als kind steeds verteld: mijn jongen, wees niet bang, dit zal nooit weer gebeuren. Maar een tiental jaren later zei hij: zorg dat je steeds Fl. 8000 in huis hebt, voor als je zou moeten vluchten, want je kunt niet weten. En op zijn sterfbed waarschuwde hij mij: zoonlief, wees op je hoede, want het kan zo weer geschieden!

    Ben ik nu bang? Neen, maar wel ernstig bezorgd. En van mijn bestuur mag ik niet ’s avonds laat in een trein zitten, dat is te riskant, je kunt niet weten. Als ze teveel hebben gedronken, krijg ik, zo zichtbaar Joods, de klappen. Of word ik beschoten van verre met een katapult. Het onschuldige steentje scheerde rakelings langs min hoofd. Kinderspel, evenals die auto die langs me heen scheert en luidkeels ‘Joden’ brult. Op zichzelf geen onwaarheid en zelfs op te vatten als een compliment … maar ik vermoed dat de schreeuwer het niet als een compliment bedoelde.

    Een jaar geleden kwam bij mij thuis een Syriër. Hij was opgevoed als een Islamiet en op latere leeftijd bekeerd tot het Christendom. Hij was grootgebracht met de weet dat ‘Joden’ iets heel ergs is dat moest verdelgd worden. Wat ‘Joden’ was wist hij niet. Een volk? Een Land? Een ding? Het was hem onbekend! Maar één ding stond vast: het was iets heel ergs en slechts!

    Is het verwonderlijk dat een kind met zo’n opvoeding Joden haat? Daarom is het van vitaal belang dat er hier een confronterende tentoonstelling is. Dat de jeugd hier komt. Ook en juist de leerlingen van scholen waar over de Holocaust niet gesproken mag worden.

    Treinen die de verkeerde kant opgingen, een verkeerd traject kozen, bestuurd door verkeerde machinisten of misschien door goede machinisten die de verkeerde weg volgden, meededen met de meute, geen eigen richting durfden te bepalen. Weet u, lieve mensen, in Nederland waren maar weinigen echt fout, maar ook waren maar weinigen echt goed!

    De meesten lieten het gebeuren, volgzaam en lijdzaam, misschien hebben ze hun verstand en bovenal hun gevoel op nul gezet. En zo vervoerden ze hun medemens naar de hel om daarna met een lege trein terug te keren, op weg naar de volgende vracht die weer precies op tijd moest vertrekken en worden afgeleverd.

    Is dit geschiedenis? Louk, mijn vriend, jij hebt als kind in de beestenwagen gezeten die hier binnen staat opgesteld. Is dit geschiedenis? Is dit voor jou verleden tijd?
    We wilden samen. Louk en ik, met de trein naar Utrecht komen om hier in gezamenlijkheid, Christenen en Joden, de jaren ’40-’45 te herdenken. Maar Louk kan geen trein in, het noodzweet breekt hem uit, het transport van 70 jaar geleden wordt voor hem weer akelig actueel. Het is geen geschiedenis voor Louk, en het mag niet tot geschiedenis verworden voor ons allen.

    De treinen reden de verkeerde kant op … terwijl hier aan de Maliebaan, op slechts enige honderden meters afstand, in kluis van het Aartsbisschoppelijke paleis, de cartotheek was opgeborgen met namen van kinderen die door verzetshelden werden ondergebracht bij duikouders die, met groot gevaar voor eigen leven, Joodse kinderen in hun gezin opnamen. Het summum van lafheid en het summum van moed, slechts enige minuten van elkaar verwijderd, zo dicht bij elkaar.

    Lieve mensen, ik ben dankbaar dat deze tentoonstelling er is, op deze plaats en zo bewust verbonden aan de Nederlandse Spoorwegen.
    Maar eigenlijk zijn we hier niet bijeengekomen om te spreken over het nut, de educatieve waarde, de les uit het verleden ten behoeve van het heden en ten behoeve van de toekomst.

    We zijn hier bijeen om te gedenken, eer te betonen aan hen die wij, de Nederlandse samenleving, hebben afgevoerd, vernederd, vermoord, vergast. We willen ze even hier in hun Utrecht, waar ze zo erg graag gewoon hadden willen sterven, een plekje geven, in onze gedachten, dicht bij de trein die dienst deed als lijkwagen en hen afvoerde via de schoorstenen van de crematoria naar de duisternis van de vergetelheid. Wij willen ze nog even gedenken.

    Over de auteur