fbpx
  • Een orthodoxe man bidt bij de Kotel tijdens Tisja Be'av - Foto: Noam Moskowitz / Flash90
  • Israëlnieuws via Whatsapp

  • Nieuws

    Nog altijd rouwen om de tempel

    27 juni 2013

    Op dinsdag 25 juni was het 17 tammoez op de Hebreeuwse kalender. Op deze dag herdenken we als Joden dat de Romeinen de muren van Jeruzalem doorbraken, een gebeurtenis die uiteindelijk tot de verwoesting van de Tempel leidde. De dag wordt door religieuze Joden vastend doorgebracht.

    Rouwperiode
    De 17e van tammoez markeert ook het begin van een drie weken durende rouwperiode die wordt aangeduid als ‘Ben Hametzarim’ en die wordt afgesloten op de negende van de maand av (Tisja b’av). Tisja b’av is de dag dat zowel de eerste als de tweede Tempel werden verwoest.

    Op de zeventiende van tammoez vonden volgens de Joodse traditie nog meer gebeurtenissen plaats die rampzalige gevolgen hadden voor het Joodse volk. Mozes brak de stenen tafelen, waarop een gedeelte van Thora was geschreven, op de 17e van tammoez, Op dezelfde dag in het jaar 423 voor de gewone jaartelling werden de dagelijkse offerandes in de Tempel gestaakt.

    In de periode tussen 17 tammoez en de eerste dag van de maand Av worden al rouwgebruiken in acht genomen. Huwelijken worden niet gesloten en scheren en het knippen van haar wordt achterwege gelaten. Ook luisteren religieuze Joden niet naar muziek tijdens deze dagen.

    De laatste negen dagen tot Tisja b’Av intensiveren de rouwrituelen. Men eet geen vlees en drinkt geen wijn. bouwwerk ten behoeve van het verbeteren van woningen wordt achterwege gelaten en nagels worden ook niet geknipt. Het wassen van kleding wordt door orthodoxe Joden ook zo veel mogelijk vermeden.

    Op Tisja b’av wordt vierentwintig uur gevast. Men eet en drinkt niets. In de Synagogen wordt het boek Klaagliederen (Eicha) gelezen en de aanwezigen zitten op lage stoelen of op de grond.

    Tisja b’av valt altijd tijdens de zomermaanden en in de heetste periode in Israël. Niettemin wordt er vrijwel door alle religieuze Joden gevast. De dag is dan ook meer dan een herdenking van de verwoesting van de twee Tempels in Jeruzalem.

    Zonde van de verspieders
    Volgens de Joodse traditie, die eeuwen lang mondeling werd overgeleverd, vond de zonde van de verspieders plaats vlak voor Tisja b’av. Zoals bekend brachten de verspieders slechte berichten over het land Israël en het volk weigerde daarop het land te veroveren. G’d besloot daarop op Tisja b’av dat die generatie van het volk Israël zou sterven in de woestijn en het land niet zou mogen binnentrekken.

    De Thora maakt melding van het feit dat het volk na het horen van de rapporten van de verspieders de hele nacht huilde (Numeri 14:1). G’d reageerde – volgens de Joodse traditie – vertoornd op deze tranen en kondigde aan dat hij het volk echt reden zou geven voor tranen op Tisja b’av.

    Rampzalige gebeurtenissen
    De lijst van rampzalige historische gebeurtenissen die op Tisja b’av die het Joodse volk troffen is inderdaad veelzeggend. De opstand tegen de Romeinen van Bar Kochba in het jaar 132 werd op Tisja b’av definitief neergeslagen toen de stad Betar viel.

    In 1095 werd de eerste Kruistocht aangekondigd op de 9e av, deze leidde tot de dood van tienduizend Joden.

    In 1290 werden alle Joden op Tisja b’av uit Engeland verdreven Hetzelfde gebeurde in Frankrijk op 9 Av 1306 en in Spanje op 9 Av in het jaar 1492.

    De eerste wereldoorlog begon op Tisja b’av en mondde uiteindelijk uit in de opkomst van Hitler en de Holocaust waarin zes miljoen Joden werden vermoord.

    De order om tot de massamoord op Joden in Europa over te gaan werd op Tisja b’av aan Heinrich Himmler gegeven.

    De deportaties naar Treblinka uit het Getto van Warschau begonnen ook op Tisja b’av

    Tot slot, de aanslag op het gebouw van de Joodse gemeenschap in Buenos Airos in 1994 waarbij 86 mensen de dood vonden gebeurde eveneens op Tisja b’av.

    In Israël zelf stond de ontruiming van de Joden uit Gaza in 2005 oorspronkelijk ook gepland op 9 Av totdat iemand toenmalig premier Ariel Sharon vertelde dat het Tisja b’av was die dag. De ontruiming werd daarop uitgesteld tot de dag erna.

    Hoopvolle toekomst
    De wijze waarop Joden het verlies van de Tempel en de verwoesting van hun land herdenken maakte ook indruk op Napoleon. Toen de Franse keizer een bezoek bracht aan een Joodse stad in Europa zag hij hoe de Joden rouwden op de vloer van een synagoge. De keizer vroeg daarop waarom dit gebeurde en men legde aan hem uit dat het Tisja b’av was.

    Napoleon was zo onder indruk van wat hij hoorde en zag dat hij uitriep: “Een natie die na honderden jaren nog altijd rouwt om het verlies van hun land en Tempel zal zeker beloond worden met terugkeer naar hun heiligdommen”.

    Napoleon kreeg gelijk en volgens de Joodse traditie zal Tisja b’av zelfs na de komst van de Messias veranderen in een feestdag (Zacharia 8:19).